CONCLUSIE.

Lombroso in "Das Weib" (pag. 587) de slachtoffers van den blanke

slavinnenhandel onder de rubriek der gelegenheidsprostituées stellende

en de wijze aanstippende, waarop de placeur haar in zijn netten

vangt, laat zich over deze feiten in dezen zin uit: "Unser invalides

Strafrecht weiss diese Scheusslichkeiten nicht zu verhindern." In de

vorige pagina's toonde ik, dat deze uitspraak in hoofdzaak waarheid

bevat. Verschillende pogingen zijn evenwel aangewend om de wetgevende

machten aan te sporen in dit gemis te voorzien. Het geschiedde op

verschillende congressen, die deels dit onderwerp in een der behandelde

vraagpunten mede aanroerden, deels uitsluitend met 't oog op den

handel in blanke slavinnen bijeengeroepen werden. Ik wil vermelden:

1º. het 5de internationale congres van de Féderation Britannique,

continentale et générale den 10-13 Sept. 1890 te Genève gehouden. De

H.H. van Swinderen, van Schermbeek en Bunting waren de rapporteurs over

"l'importante question de la traite des blanches" zooals de voorzitter

het noemde.

2º. het 5de internationale pénitentiaire congres in 1895 te Parijs

gehouden. De meisjeshandel werd behandeld door de 1ste sectie in het

7de vraagpunt, dat luidde: "Quels seraient les moyens repressifs

à adopter contre ceux, qui à l'aide de manoeuvres fallacieuses,

déterminent des jeunes filles à s'expatrier dans le but de les livrer

à la prostitution?"

Afgevaardigden van Engeland, Frankrijk, Rusland en Zwitserland brachten

hier rapporten uit.

3º. het internationale congres voor den blanke slavinnenhandel op

initiatief van de National Vigilance Association den 21-23 Juni

1899 te Londen gehouden. Hier waren vertegenwoordigd Oostenrijk,

België, Denemarken, Frankrijk, Holland, Noorwegen, Rusland, Zweden,

Zwitserland, Engeland en de Vereenigde Staten.

4º. het Congres van de Union Internationale de Droit Pénal in

Sept. 1899 te Budapest vergaderd. Rapporteurs in zake de internationale

bestrijding van den meisjeshandel (4de vraagpunt) waren de H.H. Ludwig

Gruber en Ferdinand Dreyfus.

Het onder I genoemde congres te Genève heeft bij de behandeling

van het onderwerp de materie van den meisjeshandel mijns inziens

niet voldoende afgebakend: het ruime veld der prostitutie wordt

herhaaldelijk betreden. In de resoluties komt dit ook uit. Het congres

uitte den wensch:

1º. Que dans toutes les législations des dispositions pénales

soient prises pour réprimer le fait de tirer un profit direct de la

prostitution d'autrui.

2º. Que des traités internationaux interviennent entre les divers pays

pour le repatriement des filles mineures se livrant habituellement

à la débauche.

3º. Que des traités internationaux soient passés dans le but de

supprimer la traite des blanches, sans égard aux pays dans lesquels

le crime a été commis ou à la nationalité du criminel.

Ten slotte worden nog eenige wenschen geuit aan 't adres van het

comité intercantonal des dames suisses de la Féderation.

Slechts het onder 3º gestelde votum, dat tijdens de debatten

voorgesteld werd, raakt het onderwerp direct. Doch het hierin

neergelegde verlangen is zoo vaag en onzeker gesteld, dat ik met

den besten wil niet zou kunnen verklaren, wat er precies mede bedoeld

wordt. Juridisch mist dit votum alle nauwkeurigheid. Hetgeen hier later

volgt zal dit aanwijzen. De wenschen onder 1º en 2º raken natuurlijk

het onderwerp ook, doch die onder 1º is veel te ruim gesteld en

verraadt haren oorsprong op een congres van eene vereeniging, die zich

tot haar arbeidsveld de bestrijding der prostitutie in 't algemeen

gekozen heeft. Die onder 2º is te beperkt door de invoeging van het

woord "mineures", dat in het oorspronkelijke voorstel niet voorkwam;

te ruim doordat iedere minderjarige prostituée in aanmerking komt om

gerepatriëerd te worden.

Het onder II bedoelde Pénitentiaire Congres te Parijs vereenigde zijne

conclusies op vraagpunt 7 van de 1ste sectie met die op vraagpunt 8 van

de 4de sectie, handelende over de bestrijding van de prostitutie van

minderjarigen en van die meisjes, die door misleiding buitenslands

aan de ontucht overgeleverd worden. Vraag 7 van de 1ste sectie,

die ik supra citeerde, betreft den buitenlandschen handel.

De conclusies van 't congres waren als volgt:

1º. L'embauchage par réclame ou par fraude pour la prostitution,

l'emploi des mêmes moyens pour contraindre toute personne même majeure

à se livrer, à la prostitution, doivent être sévèrement réprimés,

avec aggravation de la peine en cas de récidive.

2º. Il y a lieu de provoquer une conférence des délégués des

gouvernements pour prendre des mesures internationales contre la

traite des blanches.

De eisch onder 1º gesteld wil den meisjeshandel treffen en wel eerst

de enkelvoudige daad. Doch de wensch is niet scherp weergegeven,

want gevallen, waarin de vrouw ook op de hoogte is van het leven, dat

zij gaat leiden, vallen er ook onder. Het bedrog moet juist gericht

zijn, b. v. op den aard der eventueel aangeboden dienstbetrekking;

de vrouw weet dan niet, dat zij zich aan een leven van ontucht gaat

overgeven. Deze eisch is ongeveer geredigeerd als het Fransche

ontwerp-Bérenger, dat ik te rechter plaatse behandelde. Verder

nog éen opmerking. De enkelvoudige daad wil men treffen, doch den

handel zwaarder. 't Komt mij voor dat men hier wil identificeeren

den handel met de recidive van de enkelvoudige daad. Niets is

onjuister. Qua meisjeshandelaar kan men zwaarder gestraft worden

dan de gelegenheidspleger van dit strafbaar feit, ook reeds bij

de eerste handeling mits alles wijst op het uitoefenen van een

beroep. Niets verhindert evenwel, dat de gelegenheidspleger aan de

gewone recidivebepalingen onderworpen wordt, doch hij die handelt in

de uitoefening van een beroep moet zwaarder gestraft worden als de

recidivist van de enkelvoudige daad.

De eisch onder 2º is een zeer gerechtvaardigde wensch en juist gesteld

zonder nadere bijzonderheden aan te duiden.

Zeer belangrijk is 't congres (III) dat in Juni 1899 te Londen

bijeenkwam. Het had uitsluitend ten doel de bespreking van de

bestrijding van den blanke slavinnenhandel. Dit geschiedde op

tweeërlei wijze. Het eerste gedeelte van het congres was gewijd aan

de aanwijzing van bestaande en te nemen maatregelen van juridische

zijde beschouwd, het andere deel aan de aanduiding van die maatregel

van philanthropische zijde.

Het Criminalistische Congres (IV), dat in Sept. 1899 te Budapest

vergaderde, vereenigde zich met de resoluties genomen op het voornoemde

Londensche Congres.

De 'handel in blanke slavinnen'. · 第 41 / 63 题