§ 1. ENGELAND.
't Keerpunt tusschen het ongehinderd voortwerken der meisjes-handelaars
en het oogenblik, dat men pogingen in 't werk stelde om de feiten door
hen bedreven tegen te gaan, dagteekent ongeveer van het jaar 1880. Naar
aanleiding van de ontdekking eener op groote schaal bestaande uitvoer
van Engelsche meisjes voor de Belgische bordeelen, werden de gemoederen
in Engeland en vandaar uit ook op 't Continent wakker geschud.
In Engeland besloot men 't eerste alle moeite te doen paal en perk te
stellen aan dezen handel. Juist daaraan is mijn plan toe te schrijven,
't eerst de middelen, die Engeland ten dienste staan ter bestrijding
van dezen handel, na te gaan.
De bordeelen, die door de omstandigheid, dat de misleide vrouwen daarin
gelokt worden,--althans wat den heden ten dage meest voorkomenden vorm
van dien handel aangaat--een zoo gewichtige rol spelen in deze kwestie,
waren reeds vroeger in Engeland verboden. Doch niet uitdrukkelijk. De
Common Law vatte ze samen met huizen van hasardspel e. a. onder den
naam van "Disorderly houses". De grond voor de strafbaarheid was dan
ook bij de bordeelen dezelfde als bij die andere huizen.
"The keeping of a brothel is indictable as a common nuisance because
it endangers the public peace by drawing together dissolute and
bebauched persons and also has a tendency to corrupt the manners of
both sexes by such an open profession of lewdness." (Russel on Crimes
vol I pag. 427).
Een gewichtig argument voor de voorstanders van de opheffing van
bordeelen n.l. een waarschijnlijke groote vermindering van den omvang
van den blanke slavinnenhandel, gold toen dus nog niet.
Dit argument zal wel degelijk voorgezeten hebben toen bij Statuted Law
in 1885, een wet, die 't gevolg was van de beweging om maatregelen te
treffen tegen placeurs en consorten, ook de bordeelen uitdrukkelijk
werden verboden.
't Is de wet van 14 Aug. 1885: "An act to make further provision
for the protection of women and girls, the suppression of brothels
and other purposes." Deze wet wordt gewoonlijk geciteerd als "The
Criminal Law Amendment Act 1885," (48 and 49 Vict. Ch. 69), hetgeen
volgens art. 1 geoorloofd is.
Part II handelt over the "Suppression of Brothels." Section 13 luidt: