Noch oeconomisch, noch juridisch, noch taalkundig kan het als onjuist
aangemerkt worden, dat hier gesproken wordt van "handel".
Er is ruiling van goederen tegen geld; de vrouw vervult hier toch de
functie van een goed, althans in de oogen der placeurs e. a.
In zooverre als men onder het begrip handel een zekere continuïteit van
handelen zou willen verstaan, is deze ook hier aanwezig. Insgelijks
kan men de benaming ook niet onjuist noemen, in zooverre men eene
identiteit of althans eene vergelijking zou willen aannemen met
andere handelsbedrijven ten opzichte van de overeenstemming der
wijzen, waarop deze handel gedreven wordt, ten opzichte van de
gelijkheid der instituten, die deze meisjeshandel met anderen
handel gemeen heeft, kortom ten opzichte van alles, wat men in
betrekking tot dezen meisjeshandel aantreft en dat bij de andere
handelsbedrijven ook gevonden wordt. Te onderscheiden is de binnen-
en buitenlandsche handel; onder dezen laatsten is te vatten een in-,
door- en uitvoerhandel, (alhoewel ten opzichte van mijne beschouwingen
alleen de exporthandel in aanmerking komt).
Bij dezen meisjeshandel treft men onderscheidingen aan tusschen
kooplieden en niet-kooplieden, tusschen alleenstaande kooplieden en
associatiën, tusschen den principaal en zijne agenten.
Alhier eveneens een koopwaar, met hare waardeverschillen naar
qualiteit. Wij zagen dit reeds in het vorige hoofdstuk. Eveneens een
welontwikkelde tusschenhandel, de makelaardij en de commissiehandel.
Alhier vaste afnemers. Bij dezen handel ook markten van blanke
slavinnen, beurzen van koophandel, en in geval van oogenblikkelijken
grooten toevoer, dus bij grooten voorraad, entrepôts en pakhuizen.
En dan moge niet vergeten worden, dat--want juist door de gedurige
ontwikkeling van het verkeer met het buitenland is deze handel evenals
iedere andere handel zoo tot bloei gekomen en is de verbetering der
verkeersmiddelen hem zoo ten goede gekomen,--dit handelsbedrijf
ook geregelde middelen van vervoer tot zijn dienst heeft, vaste
handelswegen voor het gewone vervoer der koopwaar en last not least een
geheime brief- en telegram-correspondentie. Maar dan ten slotte: een
handelsadresboek ontbreekt ook hier niet. Ik wees er in Hfdst. I op,
dat het aantal der niet-kooplieden, die deze handelingen verrichten,
gering is. Het gilde der kooplieden is rijk vertegenwoordigd en steeds
met vrucht werkzaam, hetzij het een alleenstaand persoon is, hetzij
een machtige corporatie, die overal haar bedrijf uitoefent zoowel in de
drukke wereldstad als in het verafgelegen eenzaam dorpje. De handelaar
is of zelf werkzaam als ambulant agent of hij staat aan het hoofd van
een bureau de placement met talrijke ondergeschikten. Volgens Tony
Kellen zetelt in Bombay eene vereeniging, die ongeveer 100 beruchte
handelaars als leden heeft. Bonesse de Montenach, Secretaresse van
het Oeuvre Catholique Internationale pour la Protection de la jeune
Fille vertelde: "At Zürich in Switzerland there exists a central
recruiting office for houses of prostitution."
Het Bulletin Continental van Jan. 1899 vermeldt:
"Un très grand nombre de plaintes parvenues de Vienne, de Berlin et de
St. Pétersbourg au Parquet de Paris, lisons nous dans le Soleil du 17
Nov. dernier, ont amené le service de sûreté à s'occuper des faits et
des gestes de plusieurs individus, pratiquant la traite des blanches.
"Chargés de recruter un personnel féminin de choix pour les maisons
hospitalières des grandes capitales d'Europe deux de ces individus,
les frères S., avaient ouvert à Paris une agence de placement, et par
l'insertion d'avis dans certains journaux ils faisaient connaître,
qu'ils s'occupaient de placer à l'étranger des institutrices, des dames
de compagnie et des gouvernantes. Les malheureuses, qui commettaient
l'imprudence de s'adresser à eux étaient dirigées sur une de ces
grandes villes où les attendaient des agents des frères S. etc."
Het Maandblad van 1 April 1889 maakt melding van het feit, dat
er in sommige steden werkelijke slavenmarkten bestaan en vooral in
Constantinopel. Daar is een markt, waar men de jonge vrouwen verkoopt,
die tot dat doel uit Oostenrijk, Duitschland, Italië en Rusland worden
gebracht. En wat de beurzen betreft, zoo zegt hetzelfde maandblad,
dat er in Constantinopel een gebouw is, het Casino genaamd, dat in
werkelijkheid niets anders is dan een beurs, waar men die menschelijke
koopwaar even gemakkelijk verhandelt als andere koopwaren op de beurs
te New-York. Goron vermeldt in zijn reeds genoemd werkje, dat sedert
lang te San-Francisco localiteiten bekend staan onder den naam van
»Chambres de la Reine", die in waarheid openbare slavinnenmarkten zijn.
Een enkel woord over het handelsadresboek: het heeft het volgende
opschrift: (overgenomen uit Fiaux: Les maisons de Tolérance; Leur
fermeture)
Annuaire Reirum
Indicateur des Adresses
des
Maisons de Sociétés,
dites de Tolérance
De France, Algérie et Tunisie
et des principales villes
de Suisse, Belgique, Hollande, Italië et Espagne.
Prix 5 frcs. 50
Editeur
Th. MURIER, Impasse Briarè 12
PARIS.
Au verso: Avis: Nous engageons les personnes, dont les noms ne
figurent pas sur cet Annuaire, et dont les noms et adresses
ne sont pas rigoureusement exactes, à bien vouloir envoyer
toutes rectifications:
Paris, Impasse Briarè 12.
Het bevat 70 pag. kleine druk.
Met zeer veel moeite is de vroegere Hoofdcommissaris van Den Haag,
de Heer van Schermbeek, in het bezit van een exemplaar gekomen. Men
moet n.l. voor de verkrijging van dit boekje tot de geheime corporatie
behooren, op wier rekening het jaarboekje uitgegeven wordt en bij
de bestelling moet een geheim teeken staan onder den naam van den
schrijver. Dit teeken bewijst, dat men voor den loopenden jaargang
tot de ingewijden behoort.
Al wisten wij verder niets, dan nog zou de conclusie dat
klaarblijkelijk de handel in meisjes eene niet onbeduidende
uitgebreidheid heeft verkregen over dezen aardbol volkomen
gerechtvaardigd wezen op grond daarvan, dat eene zoo deugdelijke
organisatie van dezen handel niet zoude in het leven geroepen zijn,
tenzij het ware om steunend op deugdelijke berekeningen met succes
dezen handel in vrouwen en meisjes tot meerderen bloei te brengen.
Doch wij weten meer. De onverdachte getuigenissen van mannen,
die zich op de hoogte gesteld hebben, spreiden den omvang van den
blanke slavinnenhandel in al zijn naaktheid ten toon. De Heer Fritz
Robert, gewezen vice-consul van Oostenrijk en Hongarije in Egypte
en Engelsch-Indië, heeft een studie geschreven over den blanke
slavinnenhandel, waarin hij o. a. zegt:
"Enumerons brièvement les principaux pays d'importation. L'Amérique
du Sud (en particulier le Brésil et Buenos-Ayres) s'approvisionne en
Italie, en Espagne, au Portugal et dans le Midi de la France.
L'Amérique du Nord (New-York et la Nouvelle Orléans) est en
rapports continus avec la Grande-Bretagne, surtout l'Irlande et
l'Allemagne. Ports d'embarquement: Londres, Liverpool, Southampton,
Dublin, Hambourg, et Brême. L'Australie est un important
marché pour les Allemandes et les Françaises indépendamment des
nombreuses Anglaises et Irlandaises importées directement. En Orient,
principalement en Turquie d'Asie, les Grecques et les Italiennes sont
les plus demandées. Constantinople, ce grand dépôt international
d'esclaves blanches, fournit des Autrichiennes, des Roumaines et
quelques Russes. Chose curieuse, les Hongroises ne se trouvent guère
à l'étranger sauf dans les pays danubiens. On peut calculer que 33
p. 100 environ des prostituées de Smyrna et Bayrouth sont des juives
Autrichiennes, avant déjà séjourné en Turquie. L'Autriche (la Galicie,
Trieste et ses environs) fournit avec l'Italie à peu près 75 p. 100 des
pauvres filles importées en Egypte, sans compter celles, qui viennent
grossir le nombre des indigènes, qui peuplent les harems du Caïre,
d'Hélonan et de l'Alexandrie.
Théoriquement, le Gouvernement de sa Majesté Britannique ne tolère
pas de prostituées anglaises aux Indes, en sorte que ce sont les
Autrichiennes, les Allemandes et les Italiennes, qui alimentent en
grande partie la prostitution des "bars" et des "bazaars." Bombay et
Calcutta sont les deux villes où la prostitution des blanches a pris
le plus grand développement et où elle s'étale le plus effrontément.
"Dans les Indes néerlandaises on ne rencontre que de rares
Hollandaises, peu de Flamandes et d'Anglaises, celles-ci venant
directement d'Europe; mais en revanche on y voit beaucoup de
malheureuses ayant séjourné précédemment en Turquie, en Egypte et dans
les Indes anglaises; Batavia, Singapore sont les dernières étapes de
ce triste voyage vers l'Orient, au terme duquel les victimes de la
traite des blanches sont perdues pour jamais."
Een ander geloofwaardig man, de heer Joest, heeft in zijn reisverhaal
een en ander geopenbaard over de wereldhandel in Duitsche en
Oostenrijksche meisjes: "On les embarque à Hambourg pour l'Amérique
méridionale, Bahia, Rio de Janeiro, et surtout Monte-Video et
Buenos-Ayres; un faible résidu va par le détroit de Magellan à
Valparaiso.
"Un autre courant se dirige par l'Angleterre directement sur l'Amérique
du Nord; ici cependant la concurrence indigène l'oblige souvent à
descendre le Missisippi jusqu'à la Nouvelle Orléans et le Texas, ou
bien à se rendre à travers l'Ouest en Californie. Depuis la on pourvoit
la côte jusqu'à Panama, tandis que Cuba, les Indes occidentales et
le Mexique s'approvisionnent depuis la Nouvelle-Orléans.
"D'autres jeunes filles allemandes sous la dénomination de
"Bohémiennes" sont dirigées par les Alpes sur l'Italie, d'où elles
vont à Alexandrie, Suez, Bombay, Calcutta jusqu'à Singapore et même
à Hongkong et à Shangaï.
"Les Indes néerlandaises et l'Extrême Orient, notamment le Japon sont
de mauvais marchés, car la Hollande ne tolère pas de filles blanches
de cette catégorie dans ces colonies et au Japon les filles du pays
sont jolies et à bas prix; en outre la concurrence américaine de San
Francisco achève de gâter le marché.
"La Russie se pourvoit depuis la Prusse orientale, la Poméraine et
la province de Posen; la première station est ordinairement Riga;
c'est là que les pourvoyeurs de Saint-Pétersbourg et de Moscou font
leurs assortiments, qu'ils expédient ensuite par grands convois à
Nigni-Novgorod et à travers l'Oural à Irbis et à Krestofsky et jusqu'au
fond de la Sibérie. C'est ainsi, qu'il m'est arrivé de rencoutrer une
jeune Allemande vendue de la sorte à Tschita au delà du lac de Baïkal."
En wanneer ik hierbij voeg, dat ook Zuid-Afrika, speciaal Kaapstad
en Johannesburg, een vaste bestemmingsplaats is voor die vrouwen,
dan kan men zich in verband met de bovengenoemde getuigenissen een
denkbeeld vormen over welk een gebied de handelaars reeds werkzaam
zijn. Doch dan blijft het nog een open vraag, of het aantal meisjes
en vrouwen, die overal heen verhandeld worden, werkelijk groot is.
Op het in Juni 1899 gehouden Congres te Londen, dat plaats
had op initiatief van the National Vigilance Association waren
vertegenwoordigd: 11 Staten van Europa en de Vereenigde Staten van
Noord-Amerika. Vraag 6 van de eerste serie vragen, die den rapporteurs
ter beantwoording waren voorgelegd, luidde:
"Whether any official or trustworthy statistics have been prepared,
showing the extent, to which young women of your nation have been
induced to go abroad to an immoral life?"
De rapporteurs van bijna alle landen hebben òf beslist ontkennend
geantwoord op deze vraag òf zij hebben de beantwoording in het geheel
ter zijde gelaten. De rapporteur van België ontkende voor zijn land
eveneens het bestaan van statistieken, doch tevens voegde hij er
aan toe dat hem uit een onderzoek ingesteld bij de politiehoofden
van de voornaamste steden gebleken was, dat gevallen van dergelijke
misleiding zelden voorkwamen; de burgemeester van Luik o. a. beweerde,
dat in de 10 laatste jaren een dergelijk geval zich niet voorgedaan
heeft, altijd volgens de "Brigade de Sûreté".
Een enkele opmerking moet mij naar aanleiding van dit antwoord uit de
pen, opdat de conclusie, die men uit dit antwoord en andere van dien
aard zou willen trekken, zooveel mogelijk juist zij: de geheimzinnige
werkzaamheid der traffickers aan de eene zijde, de schaamte der jonge
vrouwen om haar lot bekend te maken aan de andere zijde, werken er toe
mede, dat het grootste percentage der gevallen onbekend blijft. Verder
is de faam van de zedenpolitie zoowel in België als in Frankrijk van
dien aard, en is bij meerdere gelegenheden haar medeplichtigheid aan
de daden der handelaars en bordeelhouders zoo duidelijk geworden,
dat ik niets meer behoef te zeggen om de volkomen betrouwbaarheid
der bovenbedoelde antwoorden der politiehoofden in twijfel te trekken.
Op andere wijze moet dus nog een denkbeeld verkregen worden aangaande
den omvang van den buitenlandschen of export- en den binnenlandschen
handel, beiden zoowel van vreemde landen als van Nederland.
Ik zal mij ten eerste bepalen tot de rapporten van het Congres te
Londen (1899) en een en ander, wat op dezen omvang betrekking kan
hebben, memoreeren. Ingewonnen inlichtingen doen bij Bérenger de
overtuiging ontstaan dat aan de Fransche havens een voortdurende
emigratie plaats heeft voor buitenlandsche publieke huizen. In
Engeland hebben nu en dan vervolgingen plaats tegen personen, die door
misleiding Jodinnen uit Rusland naar Engeland hebben gelokt. Dit feit
is wel de vermelding waard, daar in Engeland het houden van bordeelen
op straffe verboden is en zoo velen beweren, dat daarmee ook aan den
meisjeshandel den kop ingedrukt is. 't Behoeft geen betoog, dat de
placeurs en bordeelhouders bij dusdanig verbod veel sluwer optreden
en dan mag 't verbazing wekken, dat alsdan toch nog feiten uitlekken,
die tot vervolgingen aanleiding geven. De Heer Bunting spreekt op
het congres van een recent geval in Engeland; een vrouw was vervolgd,
omdat zij 3 meisjes uit België met een onzedelijk doel naar Engeland
gelokt had. De conclusie is dus niet gewaagd, dat in Engeland de handel
nog genoeg voorkomt, ondanks het verbod van bordeelen, in weerwil van
het feit, dat de Criminal Law Amendment Act van 1885, naar aanleiding
van de onthullingen der Pall Mall Gazette, den meisjeshandel strafbaar
heeft gesteld. Een der Engelsche rapporteurs op 't congres te Londen,
de advocaat W. Fielden Craies zegt o.a. ook dit: "Judging by the large
number of prosecutions and sentences under the Vagrancy Act of 1898
the police have a considerable amount of information with respect to
persons trading on the vice of others.
"It is probable, that at Scotland Yard much information exists as to
persons concerned in the white slave trade".
De Heer Bunting vermeldt zonder omwegen het feit, dat door misleiding
jonge vrouwen, al zijn het geene Unbescholtenen meer, naar een bordeel
in den vreemde of in een koloniale stad gelokt worden, terwijl haar
een gemakkelijker leven en ruimer verdienste voorgespiegeld worden; ook
dit is een daad van meisjeshandel en valt ook onder de wet van 1885.
Baronesse von Langenau, de afgevaardigde van Oostenrijk, verzekert, dat
de politie in dat land in 't bezit is van volkomen vertrouwenswaardige
lijsten van personen, die in den meisjeshandel hun bedrijf zoeken;
te Weenen zou hun aantal de 180 overschrijden. Het aantal misleide
meisjes moet volgens haar jaarlijks 1500 bedragen. Dezelfde dame
citeert een brief van de "Société de Protection et de Secours aux
Femmes amenées par émissaire en Argentine" gericht aan de redactie van
de "Arbeiter-Zeitung"., het orgaan der sociaal-democratische partij;
in dien brief lezen we o.a., dat honderden ouders in Europa ongerust
zijn over het lot hunner dochters, niet wetend, hoe deze plotseling
verdwenen zijn en waar zij nu toeven; welnu deze meisjes vertoeven
in Buenos-Ayres of Rio de Janeiro.--Op het oogenblik, dat die brief
geschreven wordt, maken vele handelaars zich gereed naar Europa af te
reizen om na weinige maanden met een rijke lading terug te keeren. Hun
agenten in Europa hebben reeds het voornaamste werk gedaan vóór
hun komst. Zij behoeven slechts hun zorgvuldig uitgekozen koopwaar
in ontvangst te nemen en ze in te schepen. Dit geschiedt te Genua,
Marseilles, Cherbourg, Hâvre, La Palice en Southampton. In Genua zijn
2 hotels, waar steeds een lading levende koopwaar in gereedheid wordt
gehouden om op het eerste bericht gezonden te worden.
Volgens den Heer de Meuron verklaart de Heer Fritz Robert, die door
zijn werkkring als consul in Egypte en Engelsch-Indië vertrouwen
verdient, dat er zeeschepen zijn, waarvan bekend is, dat zij vooral
gebezigd worden voor het vervoer van vrouwen. Te Port-Said zijn
tijdelijke depôts.
Mr. Coote, de secretaris van de National Vigilance Association, vernam
op zijn rondreis door Europa ter voorbereiding van het Londensche
Congres van een Russisch ex-consul te Buenos-Ayres, dat aldaar 3000
Europeesche vrouwen in bordeelen als slavinnen opgesloten zijn.
Bonesse v. Langenau vermeldt in haar rapport op meergenoemd Londensch
congres, dat het aantal slachtoffers in Hongarije ontelbaar is. Het
oostelijk Europa schijnt een terrein te zijn, dat de placeurs en
bordeelhouders gemakkelijk kunnen brandschatten en waar zij dan ook
met enorm succes werkzaam zijn. Op het Congrès international de l'Union
de droit pénal in 1899 te Budapest gehouden citeert Dr. Ludwig Gruber
(Königl. Vize-Staatsanwalt in Budapest) een bericht, dat kort te
voren een blad te Budapest mededeelde:
"Mädchenhandel in Siebenbürgen:
"Die in der letzten Zeit mit Bezug auf den scheusslichen Seelenhandel
veröffentlichten Details haben allenthalben peinliches Aufsehen erregt
und auch die Aufmerksamkeit der Behörden wachgerufen. Wie bereits
gemeldet, wurden aus Bereczk 86 junge Mädchen ohne Pässe über die
Grenze geschmuggelt; nun werden aus Kézdi-Vásárhely dem "Kel. Ért"
die folgenden sensationellen Details über den dort schwunghaft
betriebenen Mädchenhandel berichtet. Demgemäss erstrecken sich die
Umtriebe auf sämtliche Gemeinden des Kézdi-Vásárhelyer Bezirks;
ausser den oben erwähnten 86 Székler Mädchen wurden aus Lemhény 40,
Almás 20, Polyán 10, Esztelnek, Csomor Bálafalva und Kurtafatak 40,
Altorja 10, Alesernáton 15, Martonfalva und Hatolyka 10, Karatna,
Volál, Peselnek und Szarazpatak 30, also aus dem Kézdi-Vásarhelyer
Bezirk allein 261 Székler Mädchen von gewissenlosen Seelenhändlern nach
Rumänien entführt. Der berüchtigteste Mädchenschmuggler des Székler
Bodens, namens Georg Raduly (Magyar Gyurka) war schon wiederholt
schwer bestraft; das reichliche Erträgnis des Geschäfts lässt ihn
jedoch immer wieder zu dem scheuszlichen Geweibe zurückkehren. Auch
jetzt ist er zu einer zweimonatlichen Gefängnisstrafe verurteilt."
(Pester Loyd No. 130 Sonntag 28 Mai 1899.)
Eenigen tijd daarvoor had hetzelfde blad, (Pester Loyd 24 Mei '99)
een bericht opgenomen over «Excursionen ungarischer Tänzerinnen nach
Russland, wo sie gewöhnlich in die Hände gewissenloser Mädchenhändler
geraten und an die Inhaber von öffentlichen Häusern verschachert
werden."
De Heer Julius László publiceerde naar aanleiding van dien handel
in Hongaarsche meisjes een geschriftje «Székely és Csángó leányok,"
(Marosvásárhely, 1899); hij schat het aantal meisjes, die uit de
oostelijke Hongaarsche grensprovinciën met en zonder passen emigreeren,
op duizenden.
De feiten, die ik hier memoreer, blijken allen uit getuigenissen van
den allerlaatsten tijd; wilde men vroeger teruggaan, in allerhande
geschriften en bladen zou men verklaringen kunnen vinden aangaande
den omvang van dezen handel. Zoo heb ik toevallig onder oogen een
Maandblad (G. en R.) van April 1889, waarin vermeld staat, dat te
Constantinopel iedere week ladingen Duitsche en Italiaansche meisjes
aankomen, hetzij over den weg van Varna-Odessa-Salonica, hetzij door
de havens der Adriatische zee.
Het Bulletin Continental van 15 Juni 1891 spreekt over "la traite des
jaunes." Ladingen Chineesche en Japansche meisjes worden vervoerd
naar San-Francisco en daar komt maar geen einde aan; 't geschiedt
als van oudsher voortdurend. Japansche meisjes van 15 tot 16 jaar
worden gekocht te Yokohama en te Yeddo om ze aan de bordeelhouders
in Californië voor 1000 tot 3000 francs te verkoopen. Wanneer
een scheepsvracht vrouwen aankomt, dan hebben er werkelijke
verkoopingen plaats, en de toewijzingen hebben plaats aan den
meestbiedende. Datzelfde blad vestigt de aandacht op den Europeeschen
exporthandel naar Amerika: "Quelques fournisseurs parisiens forment
de véritables troupeaux, qu'ils conduisent eux-mêmes une ou deux
fois par an à New-York. Ajoutons que ce fait n'est pas spécial à
Paris. Il part chaque année de Suisse de véritable cargaisons. A
notre connaissance un ténancier de maison clandestine de Genève,
parfaitement connu de la police et même toléré par elle au mépris de
la loi, se rend fréquemment en Amérique avec des jeunes filles."
Het Bulletin C. van Jan. '93 en van Mei '94 bevatten beiden
respectievelijk het bericht van het vervoer van meer dan een dozijn
Italiaansche meisjes naar New-York en van een half dozijn Brusselsche
meisjes naar San-Francisco.
Het Bulletin Continental van Nov. 1892 maakt melding van een
strafvervolging te Lemberg tegen 27 beklaagden. 't Waren recruteurs,
die brutaal te werk gingen; ze liepen het land af en zoodra ze een
karavaan konden vormen, stelden zij zich aan het hoofd en vervoerden
de vrouwen overal heen. O. a. werden 60 Galicische jonge vrouwen
in de publieke huizen van Constantinopel gevonden, ook in Indië, te
Port-Saïd en te Alexandrië zijn alle bordeelen gevuld met Europeesche
meisjes. Wat den handel betreft in Nederlandsche jonge vrouwen,
zoo is het materiaal, dat mij ten dienste staat om aan te toonen,
dat ook deze vrij omvangrijk is, zeer gering.
In zijn rapport op het Congres te Londen, vermeldt de Hollandsche
rapporteur, (ik zeide dit reeds in een ander verband op pag. 29) dat
hij er van op de hoogte gesteld is, dat niet slechts te Parijs en
Londen, maar zelfs in Rusland, Egypte en Britsch-Indië Hollandsche
meisjes in bordeelen worden aangetroffen, ofschoon hij niet weet,
op welke wijze zij daar gekomen zijn.
Op blz. 28 citeerde ik reeds een gedeelte van den brief van den
heer van Löben Sels, oud-consul te San-Francisco. In dien zelfden
brief schrijft Mr. van Löben Sels mij, dat hij van het op pag. 28
vermelde geval een uitvoerig rapport opstelde aan Z. Ex. den Minister
van Buitenlandsche Zaken. "Ik gaf daarin alle détails, den waren en
valschen naam der makelaarster, haar adres te Rotterdam met vermelding,
dat zij geacht werd geregeld elk jaar naar Holland te gaan en dan
meisjes per Noord-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij vervoerde.»
Men ziet dus, dat die koppelaarster geregeld jaarlijks Hollandsche
meisjes uitvoerde naar San-Francisco. De schrijver van den brief vernam
1 1/2 jaar geleden, dat er weer eenige Hollandsche jonge vrouwen
in San-Francisco door Maria van Pelt waren ingevoerd. Ik twijfel er
niet aan of er bestaat ook een geregelde exporthandel in Hollandsche
meisjes naar andere steden en landen; tegenover de objectie, dat men
er dan toch wel eens iets over zou hooren bij geruchte, stel ik ten
bewijze, dat zelfs niets behoeft uit te lekken en de handel toch kan
floreeren, mijne reeds meer dan eens aangevoerde argumenten. Groote
geheimzinnigheid in doen en laten der makelaars, gerustheid der ouders
en nabestaanden omtrent het lot hunner dochters en verwanten (zij
worden toch voor een "fatsoenlijke" betrekking in dienst genomen),
indien althans de misleide vrouwen niet zoo goed als geheel alleen
op de wereld zijn, zoodat niemand zich om haar bekommert. Vrees
en schaamte der meisjes om haar familie van haar lot op de hoogte
te stellen.
En dan, van de koopmanstalenten van Marie van Pelt heeft toch ook
niemand iets gehoord, en dat terwijl de Regeering toch door meer dan
éen rapport tegen haar handelingen gewaarschuwd is.
De geïsoleerde plaats, die onze Nederlandsche taal op de aarde inneemt,
wordt als argument aangevoerd, dat de uitvoer van jonge vrouwen uit
Holland wel zeer beperkt zal zijn. In zoover men dit argument ook
voor andere nationaliteiten zou willen bezigen, geef ik toe, dat het
voor onze Nederlandsche taal meer grond heeft; doch in den aard der
zaak geloof ik toch, dat in zooverre de taal voor vreemde meisjes
geen beletsel is om naar alle staten van den aardbol rondgezonden
te worden, zij ook niet verhinderen zal, dat een Hollandsche vrouw
in aanmerking komt door een placeur in een buitenlandsch bordeel
geplaatst te worden. Maar naar het mij voorkomt zal aan den anderen
kant de waarde der vrouw grooter worden, indien de vrouw een meer
internationale taal er bij kent. Dit toont toch de werkelijkheid:
zoogenaamde "dubbele kisten" [5], dat zijn twee talen sprekende
meisjes, vertegenwoordigen grootere waarde. Bij de keuze van meisjes
zal natuurlijk wel gelet worden op den landaard der bezoekers. Overal
waar dus Nederlanders in vrij grooten getale vertoeven of wonen,
zal men m.i. ook Hollandsche prostituées kunnen verwachten.
De invoer van vreemde vrouwen in Nederland heeft gestadig door
plaats. Reeds lang is die handel naar ons land bekend, want in
September 1877 heeft de oud-hoofdcommissaris te 's Gravenhage, de heer
van Schermbeek, reeds te doen gehad met een geval, dat een Engelsch
meisje aan een bordeelhoudster in den Haag verkocht was. Doch die
feiten zullen wel reeds lang voor dit laatstgenoemde dateeren. De
Amsterdamsche commissie tot herziening der politieverordeningen
verklaart in haar rapport, dat de vrouwen in de erkende bordeelen
bijna allen van vreemde nationaliteit zijn en dat de bordeelhouders
haar aanwerven door zoogenaamde placeurs, de makelaars in dezen
menschenhandel. Nu is het houden van bordeelen verboden door de
politieverordening, doch ik heb voor mij liggen officieele bescheiden,
waarin een opgave van personen (vreemdelingen), die zich in Maart '99
in de zoogenaamde daarin opgenoemde verdachte huizen bevonden; in ±
40 van deze huizen leven plm. 105 vreemde vrouwen, in die perceelen
zoo verdeeld, dat er in ieder een tot 15 vrouwen gevonden worden. Het
is niet te denken dat deze allen zich vrijwillig hier zouden bevinden,
integendeel op bladzijde 33 haalde ik een geval van dezen handel aan
en ook onlangs kwam mij een recent geval ter oore, dat een meisje uit
Frankfort a. Main alhier in een bordeel gelokt is, waaruit zij nog
tijdig kon ontvluchten. Uit een schrijven van den Hoofdcommissaris
van Amsterdam aan de Middernachtzending, gedateerd 25 April 1899
blijkt ook, dat de handel in Amsterdam nog wel degelijk bestaat;
daarin worden ook nog een paar gevallen van recenten datum vermeld;
en deze zullen wel enkele zijn, die tot de ooren van het publiek komen;
het grootste aantal zal wel steeds onbekend blijven.
Evenzeer als de buitenlandsche handel in meisjes in Amsterdam gedreven
werd en ook nu nog gedreven wordt ondanks het verbod der bordeelen,
evenzeer heeft deze ook voortdurend plaats in de andere steden van
ons land, zooals mij door verkregen inlichtingen gebleken is.
Met alles, wat ik in de voorgaande pagina's releveerde, heb ik
getracht duidelijk aan te wijzen, hoe omvangrijk de buitenlandsche
blanke slavinnenhandel is en tot welk een belangrijk bedrijf hij zich
in onze tegenwoordige maatschappij ontwikkeld heeft.
Ik wees er reeds op, dat de buitenlandsche handel in meisjes zoo tot
bloei gekomen is door de gedurige ontwikkeling der verkeersmiddelen;
de oorspronkelijke vorm is zonder twijfel de binnenlandsche
geweest. Deze wordt ook nu nog gedreven, doch de meerdere ernst van
den buitenlandschen handel heeft dien binnenlandschen meer ter zijde
gedrongen wat betreft het openbaar maken der feiten. Doch er is meer:
van grooten invloed is wel, dat eene inboorlinge van het land al
datgene als voordeelen geniet, waarvan ik het gemis als een nadeel
schetste voor de vrouw bij haar vervoer naar het buitenland. Zij
kent de taal, zij weet tot wien zij zich om hulp moet wenden. Haar
nabestaanden zijn wellicht niet veraf wonende. Dit alles draagt er
toe bij, dat de binnenlandsche handel niet den omvang bereikt heeft
van den exporthandel. Doch ik acht het een plicht er op te wijzen
dat dit vooral ook te danken is aan de krachtdadige pogingen der
particuliere liefdadigheid, der philanthropische vereenigingen,
die door ruime bekendmakingen in het land de bevolking wijzen op
de gevaren, waaraan haar jonge dochters blootgesteld zijn, doch ook
overigens op alle mogelijke manieren werkzaam zijn om de uitbreiding
van deze handelingen tegen te gaan en liefst om ze ook te verminderen.
Deze werkzaamheid dier vereenigingen bewijst dat ook de omvang van
dezen vorm van het kwaad onze aandacht verdient. De verschillende
bladen, die hun kolommen geregeld openstellen voor de openbaarmaking
van den handel in meisjes, vermelden steeds bij herhaling gevallen
van dezen aard in het buitenland. Vooral trekt daarin mijne aandacht
de binnenlandsche handel in Frankrijk: het is hier een geschacher
van het Noorden naar het Zuiden, van 't Zuiden naar het Noorden.
Ook in Nederland worden nu en dan eens gevallen ruchtbaar, dat
onervaren boerenmeisjes of eenvoudige burgermeisjes uit de provincie in
den val loopen. Men ziet verdachte individuën dan ook bij aankomst van
stoombooten uit de provincie aan de steigers ronddwalen. Advertentiën
in provinciale bladen zijn het middel om de naar de groote stad
hunkerende meisjes te vangen.
Doch omdat 't hier niet zoo gemakkelijk gaat Hollandsche meisjes
in bordeelen op te sluiten, wordt ook een andere wijze in praktijk
gebracht om ze aan een ontuchtig leven over te leveren. En wel
plaatsing in eene betrekking: b. v. als buffetjuffrouw of kellnerin,
of als dienstmeisje bij een verdachte meesteres of in een verdacht
huis, waardoor het meisje langzamerhand door de verzoeking ten val
wordt gebracht. Van dien aard zijn vele gevallen bekend. Bij dezen
handel heeft dus de misleiding niet altijd het gevolg gedwongen
verblijf in een bordeel, doch deze toestand van onvrijheid behoeft
ook geen essentiëel vereischte te zijn voor den handel in meisjes,
al heeft deze in generali die krenking der persoonlijke vrijheid
ten gevolge. De kwestie is, dat vrouwen en meisjes door misleiding
in een toestand gebracht worden, waarin zij zich als gevolg van die
misleiding aan een ontuchtig leven over geven.
Wanneer men deze 2 wijzen van handelen samenvat, moet ook de omvang
van den binnenlandschen handel als van dien aard aangemerkt worden, dat
pogingen ter bestrijding niet als doelloos beschouwd hoeven te worden.