Op de Kerbuurt staan: Kerk, Pastorie, Raad- en Schoolhuijs en
Vroedvrouwswoning.
Elke Botter word bevaren door 2 man en 1 jongen.
Elke Haringschuijt door 3 man.
Elk Waterschip door 2 man.
Elke Buijs door 11 man en 2 jongens.
(Aldus opgemaakt in September 1793 door C. DE HAAS.)
Nevens deze Schets van de Vroegere Gesteldheid van dit Eiland, voegen
wij de volgende aanmerkingen:
Betrekkelijk den juisten tijd waarop Marken van het Vaste Land
gescheiden is geworden, verkeert men in het onzekere, en de opgaven
dienaangaande, loopen zeer uit één.--Wel zegt men, dat zulks op het
einde der 13de eeuw moet plaats gehad hebben;--doch wij meenen dat
die gebeurtenis, op een later tijdstip heeft plaats gehad, en wel,
omstreeks de jaren 1675-1676, als wanneer ons Vaderland, en vooral het
Noordelijk gedeelte van onzen geboortegrond, door hevige stormen en
zware watervloeden, zeer geteisterd werd, terwijl in het eerstgenoemde
jaar (1675) het zeewater tot zulk eene ontzettende hoogte steeg,
dat geheel Amsterdam onder water stond, en de zeedijk bij Hoorn als
ook de IJdijk doorbraken.
Vóór omstreeks eene eeuw, was de afstand tusschen de [1] Zuidelijkste
punt van Marken en den vasten wal, slechts eenige voeten wijd, en liep
men over een' plank van den eenen oever op den anderen. Na dien tijd,
is de afkabbeling, aan de zijde van Marken, dermate toegenomen, dat de
afstand, tusschen evengenoemde landpunten, thans eene uitgestrektheid
heeft van minstens één half uur.
Volgens de "Lyst der Buurten, Huijsen, enz.", welke wij op bladz. 12
gegeven hebben, bestonden er ten jare 1793 nog elf bebouwde Terpen
of Heuvels; n.l.:
De Kerkbuurt, Nieuwe Buurten, Altena, Kets, Witte Werf, Remmerswerf,
Groote Werf, Rozenwerf, Heuvel, Moeniswerf en Noorderwerf. Behalve
deze, kende men vóór dien tijd nog eenige andere Buurten, zoo als:
De Kraaijenwerf, De Kloosterwerf, \
De Tamenswerf, De Houtenmanswerf, | afgespoeld of verbrand.
De Koevordenwerf, /
Van deze laatste is de naam nog over gebleven in de
Kloostersloot.--Eveneens is dit het geval met de Kraaijenwerversloot.
Thans echter zijn van de elf bovengenoemde werven nog slechts de
onderstaanden overig:
De Kerkbuurt, Nieuwe Buurten, Kets, Witte-, Groote-, Rozen- en
Moeniswerf,--waarbij in den laatsten tijd nog gevoegd zijn, de
Havenbuurt en de Vuurtoren.
De Heuvel verlaten en gesloopt.
De Remmerswerf afgebrand. 1810.
De Noorderwerf verlaten en gesloopt. 1825.
Altena verlaten. 1808.
Weleer was Marken eene bloeijende plaats, wier inwoners, voor
het meerendeel, den landbouw uitoefenden, en op de veeteelt zich
toelegden. Men vond er, zeer vruchtbare wei- en bouwlanden, die
afgewisseld werden door fraai aangelegde Lusthoven en hoog opgaand
geboomte. Langzamerhand evenwel, werden deze vruchtbare velden, door
de zee ondermijnd en verzwolgen, en waren de volgende geslachten
genoodzaakt, zich op de zeevaart toe te leggen.
De, in vorige eeuwen, steeds toenemende Groote- of Haringvisscherij,
werkte daartoe zeer mede, zoodat er zelfs meer dan "negentig
Marker-Visscherlieden als Stuurlieden op de Haringbuizen werden
aangesteld."
Ook ten tijde, dat de Walvischvangst in haren eersten bloei verkeerde,
voer een aanzienlijk deel der Markers op Groenland, en in een oud
handschrift, vinden wij nog vermeld, dat "een zevental wakkere
Varensgasten, als Commandeurs, op de Schepen die ter Walvischvangst
voeren, gefungeerd hebben, oock vand men toen hier (te Marken) zeer
behendighe en uijtsteekende harpoeniere."
De namen der bovengenoemde zeven wakkere varensgasten zijn:
ELBERT JANSE, voerende 't Schip d'Eendraght,
MUUS CORNELISE, voerende 't Schip de Noordpool,
OUTGER ELBERTS, voerende 't Schip Fortuna,
KLAAS PIETERSE, voerende 't Schip Harlingen,
PIETER PIETERSE, voerende 't Schip de Walvisch,
JAN TIJMENSE, voerende 't Schip Noord-Holland,
CORNELIS JACOBSE, voerende 't Schip de Hoop.