Middel-België

VIII. -- Het land van Herve. -- Onder de landschappen van Middel-België

noemen we eerst het land van Herve, in het noord-westen der provincie Luik,

tusschen den rechteroever der Maas en de Vesder. In het midden ligt de

kleine stad Herve, die haar naam geeft aan het oord, dat haar omringt. Het

is een lachend heuvelland, waar de veeteelt nagenoeg uitsluitend wordt

uitgeoefend. Boter- en kaasbereiding, evenals het inzamelen van het fruit

der rijke boomgaarden is de voornaamste bezigheid der inwoners.

IX. -- Haspengouw. -- Dit rijk distrikt, in het land der oude Eburonen en

Tongeren, bevat een deel der provincies Luik, Namen en Brabant, langs den

linker oever van de Maas tusschen Luik, Hoei, Tongeren en Tienen. De stad

Borgworm (Waremme) ligt zoo wat in het midden van dit vruchtbare deel van

België. Deze zoo wel bebouwde en dichtbevolkte streek is de minst

schilderachtige van het land; zij levert overvloedig koren, aardappelen en

beeten.

X. -- De Borinage. -- Aldus noemt men een deel van het rijke kolengebied in

de omstreken van Bergen, ten zuiden van de rivier de Hene. Het bevat een

dertigtal gemeenten, die zich bijna uitsluitend bezighouden met de

ontginning der kolenmijnen.

Het is hier de plaats om een woord te zeggen over het Belgisch kolengebied,

gevormd door een breede en diepe inzinking van den bodem, die België

doorsnijdt van het noord-oosten naar het zuid-westen. Dit uitgestrekte

bekken met zijn opeengestapelde lagen, splitst zich, aan weerszijden van

Namen, in twee voorname beddingen, de eene loopende naar 't oosten, de

andere naar 't westen.

De laatste, ook de belangrijkste, richt zich langs de vallei van de Samber

naar Charleroi, waar ze haar grootste ontwikkeling bereikt. Van hier loopen

de lagen ter breedte van nagenoeg twee mijlen naar Bergen, vervolgens over

de Fransche grens naar Dowaai. Ze hebben een uitgebreidheid van meer dan

90,000 Ha.

Het oostelijk bekken volgt de vallei der Maas, terwijl het voortdurend

wijder wordt tot voorbij de stad Luik. Van hier zet het zich voort door

Hollandsch Limburg naar de Roer, met een sedert 1901 ontdekte vertakking in

de Belgische Kempen. De lengte van het ontgonnen bekken is 13 mijlen,

waarvan 11 in de provincie Luik. De gansche oppervlakte schat men op 4,400

Ha. Het gansche kolendistrict in ons land bedraagt zoo wat het twintigste

van de oppervlakte van 't Rijk. 120,000 menschen vinden hun bestaan in den

kolenbergbouw, waarvan de voornaamste middelpunten zijn de _Borinage_, het

_Centrum_ in de omstreken van _Mariemont_ en _La Louvière_, dat van

_Charleroi_ en van _Luik_. De gezamenlijke opbrengst bedraagt jaarlijks

meer dan 200 millioen ton (1000 Kgr.), voor een waarde van ruim 2000

millioen frank. België is tegenwoordig het vijfde kolenland der aarde. De

dikte der lagen evenals de diepte van dit kolenbekken is zeer verschillend:

sommige dalen tot 1000 M. beneden de oppervlakte.

In de nabijheid der kolenmijnen treft men gewoonlijk overvloedig ijzererts

aan, in de omstreken van Namen, Hoei en Luik, langsheen de oevers der

Maas, ook in de provincie Luksemburg. De geheele vallei van Samber en Maas,

tusschen Charleroi en Luik, is als bezaaid met hoogovens en ijzerfabrieken.

Zink- en looderts vindt men meestal in dezelfde streken, de grootste

hoeveelheid langs de oevers van de Vesder aan de Pruisische grens, in het

onzijdig gebied van _Moresnet_, de bekende _Vieille Montagne_ of

_Altenberg_[14].

XI. -- Het Hageland in het noord-westen van Brabant, vroeger een deel van

de onvruchtbare Kempen, omzoomd en besproeid door de Dijle, de Demer en de

groote Gete, tusschen de steden Diest en Aarschot, Tienen en Leuven, is

thans in een vruchtbare gouw herschapen met malsche weiden, mooie

boomgaarden en vruchtbare velden.

Vlaamsch Belgie sedert 1830 Eerste Deel · 第 28 / 49 题