GRATIANO _komt op._

GRATIANO:

'k Heb u gelukkig ingehaald, mijnheer:

Bij nader inzien zendt Bassanio

U dezen ring en vraagt of gij met hem

Wilt middagmalen.

PORTIA:

Neen, dat zal niet gaan:

Ik ben hem zeer, zeer dankbaar voor zijn ring,

En 'k bid u, zeg hem dat. Wees thans zoo goed,

En wijs mijn klerk waar de oude Shylock woont.

GRATIANO:

Zeer gaarn.

NERISSA:

Mijnheer, ik wilde u even spreken:--

(_tot_ PORTIA) 'k Zal zien of ik den ring krijg van mijn man,

Dien hij mij zwoer nooit weg te zullen doen.

PORTIA:

Ik wed dat gij het kunt. Wat zullen zij

Nu zweren dat zij hem aan mannen gaven!

Wij zullen echter hun te slim af zijn.

Voort, haast u wat; gij weet waar ik u wacht.

NERISSA:

Kom, waarde Heer, en wijs mij nu het huis. (_Allen af._)

De Koopman van Venetië: Drama in vijf bedrijven · 第 70 / 79 题