_troi_ _ats_ _tannia_
_gonie_ _austral_
_abor_
_contin_ _pr_ _cruel indi_
_jeté_ _ongit_
_et_ 37° 11' _lat_
"Daar zijn cijfers in," riep lady Helena. "Ziet toch eens, heeren! ziet
toch eens!..."
"Laten wij ordelijk te werk gaan," zeide lord Glenarvan, "en met het
begin beginnen. Veroorlooft mij, dat ik die verspreide en onvolledige
woorden één voor één naga. Ik zie vooreerst reeds aan de eerste letters,
dat er een driemaster bedoeld wordt, waarvan de naam ons door de
engelsche en fransche documenten geheel bekend is: de _Britannia_. Van
de beide volgende woorden _gonie_ en _austral_, heeft alleen het laatste
een beteekenis, die gij allen begrijpt."
"Dat is reeds een gewigtige omstandigheid," zeide John Mangles, "de
schipbreuk heeft plaats gehad op het zuidelijk halfrond."
"Dat is zeer onbepaald," zeide de majoor.
"Ik ga verder," hernam lord Edward. "Ha! het woord _abor_, de stam van
het werkwoord _aborder_ (aanlanden). Die ongelukkigen zijn ergens
aangeland. Maar waar? _Contin!_ Zou het op een vastland zijn?
_cruel_...."
"_Cruel!_" riep John Mangles; "maar dat is de verklaring van het
duitsche woord _graus_ ... _grausam_... _cruel!_ ... (wreed)."
"Verder! verder!" zeide Glenarvan, wiens belangstelling in
opgewondenheid overging, naarmate de zin dier onvolledige woorden
duidelijk begon te worden. "_Indi_..., zouden die matrozen naar _Indië_
geslagen zijn? Wat beteekent dat woord _ongit_? Ha! _longitude_?
(lengte). En dit is de breedte: 37°11'. Eindelijk krijgen wij dus een
juiste aanwijzing."
"Maar de lengte ontbreekt nog," zeide Mac Nabbs,
"Men kan niet alles hebben, waarde majoor!" antwoordde lord Edward, "en
een nauwkeurige breedte-graad is reeds iets. Dit fransche document is
stellig het volledigste van de drie. Het is duidelijk, dat elk op zich
zelf een letterlijke vertaling der andere was, want zij bevatten allen
het zelfde aantal regels. Nu moeten wij ze dus vereenigen, is ééne taal
overbrengen, en den waarschijnlijksten, den meest logischen en den
duidelijksten zin opsporen."
"Zult gij het in het fransch, het engelsch of het duitsch vertalen?"
vroeg de majoor.
"In het fransch," antwoordde Glenarvan, "omdat de meeste belangrijke
woorden ons in die taal bewaard zijn gebleven."
"Uwe Edelheid heeft gelijk," zeide John Mangles; "bovendien zijn wij
allen met die taal bekend."
"Dat is dus afgesproken. Ik zal dit document opschrijven door die
overblijfsels van woorden en de afgebrokene zinnen te vereenigen, met
behoud van de ruimten, die ze scheiden, en met aanvulling van die,
welker beteekenis niet twijfelachtig kan zijn; daarna zullen wij
vergelijken en oordeelen."
Terstond nam Glenarvan de pen op, en na weinige oogenblikken liet hij
aan zijn vrienden een papier zien, waarop de volgende regels stonden:
7 _junij_ 1862 _driemaster Britannia_
_Glasgow_ _gonie_ _zuidelijk_
_gezonken. Aan land twee matrozen_
_kapitein Gr_ _vastl te bereik_
_wreede Ind_ _gev genomen_
_dit document_ _graden_
_ngt en 87°11' breed_ _geworpen. Brengt hun_
_hulp_, _verloren_.
Op dit oogenblik kwam een matroos den kapitein berichten, dat de
_Duncan_ den ingang der golf van de Clyde invoer, en diens bevelen
vragen.
"Wat is het plan van Uwe Edelheid?" zeide John Mangles zich tot lord
Glenarvan rigtende.
"Zoo spoedig mogelijk Dumbarton te bereiken, John! Terwijl lady Helena
naar Malcolm-Castle terugkeert, zal ik naar Londen gaan en dit document
aan de Admiraliteit indienen."
John Mangles gaf de noodige bedelen, en de matroos bragt ze den eersten
stuurman over.
"Nu zullen wij onze nasporingen voortzetten, mijne vrienden!" sprak
Edward. "Wij zijn een groote ramp op het spoor. Eenige menschenlevens
hangen van onze schranderheid af. Laten wij dus al onze vermogens
inspannen om den sleutel van dit ongelukkige raadsel te vinden."
"Wij zijn gereed, lieve Edward!" antwoordde lady Helena.
"Vooreerst," hernam Glenarvan, "moeten wij in dit document drie zeer
verschillende dingen in het oog houden: 1° de dingen, die wij weten, 2°
die men kan gissen, 3° die wij niet weten. Wat weten wij? Wij weten, dat
den 7den Junij 1862 een driemaster, de _Britannia_ van Glasgow, gezonken
is, dat twee matrozen en de kapitein dit geschrift op een breedte van
37°11' in zee hebben geworpen, en dat zij om hulp vragen."
"Juist zoo," antwoordde de majoor.
"Wat kunnen wij gissen?" hernam Glenarvan. "Vooreerst, dat de schipbreuk
in de zuidelijke zeeën plaats heeft gehad, en nu wil ik terstond uwe
aandacht vestigen op het woord _gonie_. Wijst dit niet reeds den naam
van het land aan?"
"Patagonië!" riep lady Helena.
"Zonder twijfel."
"Maar wordt Patagonië door de 37ste parallel gesneden?" vroeg de majoor.
"Dat is gemakkelijk uit te maken," antwoordde John Mangles een kaart van
Zuid-Amerika voor den dag halende. "Het komt uit. Patagonië wordt door
die 37ste parallel aangeraakt. Zij doorsnijdt Araucanië, gaat over de
pampa's[2] in het noorden van Patagonië en loopt in den Atlantischen
Oceaan uit."
"Goed. Laten wij onze gissingen voortzetten. De twee matrozen en de
kapitein _land_ ... landen aan, waar? _vastl_ ... op het vastland, gij
hoort het, het is een vastland en geen eiland. Wat is er van hen
geworden? In die drie letters _gev_ ... merken wij de hand der
Voorzienigheid op; want zij geven ons kennis van hun lot. Die
ongelukkigen toch zijn _gevangenen_. Van wie? van _wreede Indianen_.
Zijt gij overtuigd? Komen nu de woorden niet van zelve als het ware op
de ledigstaande plaatsen? Wordt het document nu niet gaandeweg
duidelijk? Gaat er nu geen licht voor u op?"
Glenarvan was overtuigd van hetgene hij zeide; in zijn oogen blonk een
volkomen vertrouwen. Het vuur, dat hem bezielde, deelde zich aan zijn
hoorders mede. Allen riepen evenals hij: "Het is duidelijk!"
Na een oogenblik sprak lord Edward aldus:
"Al die vooronderstellingen, mijne vrienden! schijnen mij zeer gegrond
toe; ik houd mij overtuigd, dat de ramp op de kusten van Patagonië heeft
plaats gehad. Ten overvloede zal ik te Glasgow nog onderzoek doen naar
de bestemming der _Britannia_, en dan kunnen wij zien, of zij die
wateren kan bezocht hebben."
"Wij behoeven zoover niet te gaan zoeken," antwoordde John Mangles. "Ik
heb hier een verzameling van de _Mercantile and Shipping Gazette_, die
ons wel juiste inlichtingen verschaffen zal."
"Laat zien! gaauw! gaauw!" zeide lady Glenarvan.
John Mangles nam een pak couranten van 1862 en begon het schielijk te
doorbladeren. Hij behoefde niet lang te zoeken, en las spoedig op een
toon van tevredenheid:
"30 Mei 1862. Peru. Van Callao in lading naar Glasgow, _Britannia_,
kapitein Grant."
"Grant!" riep lord Glenarvan, "die stoute Schot, die in de Stille
Zuidzee een Nieuw Schotland heeft willen stichten!"
"Ja!" antwoordde John Mangles, "dezelfde, die zich in 1861 te Glasgow op
de _Britannia_ heeft ingescheept, en van wien men nooit iets vernomen
heeft."
"Wij kunnen er niet meer aan twijfelen!" zeide Glenarvan. "Het is
stellig dezelfde. De _Britannia_ heeft den 30sten Mei Callao verlaten en
den 7den Junij, acht dagen na haar vertrek, is zij op de kusten van
Patagonië gebleven. Haar geheele verdere geschiedenis ligt in die
verminkte woorden, die onverklaarbaar schenen. Gij ziet, vrienden! dat
de woorden, die wij moesten raden, niet de minst belangrijke zijn. Wat
diegene betreft, die wij niet weten, het is er maar één, want alleen de
lengte ontbreekt nog."
"Die is onnoodig," antwoordde John Mangles, "daar het land bekend is, en
met de breedte alleen durf ik wel op mij nemen om regelregt naar het
tooneel van de schipbreuk te gaan."
"Dus weten wij alles?" vroeg lady Helena,
"Alles, lieve Helena en die tusschenruimten, welke de zee tusschen de
woorden van het document heeft gemaakt, zal ik zonder moeite aanvullen,
alsof kapitein Grant zelf mij opgaf, wat ik schrijven moet."
Terstond vatte lord Glenarvan de pen weder op en schreef zonder aarzelen
het volgende briefje:
_Op den_ 7den Junij 1862, _is de_ driemaster Britannia _van_ Glasgow _op
de kusten van Pata_gonië _op het_ zuidelijk _halfrond_ gezonken. Aan
land _gaande, zullen_ twee matrozen _en_ kapitein Gr_ant trachten het_
vastl_and_ te bereiken, _waar zij door_ wreede Ind_ianen_ gev_angen_
genomen _zullen worden. Zij hebben_ dit document _op_ ... graden lengte
en 37° 11' breed_te in zee_ geworpen. Brengt hun hulp, _of zij zijn_
verloren.
"Goed zoo, goed zoo! lieve Edward," riep lady Helena; "indien deze
ongelukkigen ooit hun vaderland terugzien zullen zij dat geluk aan u te
danken hebben."
"En zij zullen het terugzien," antwoordde Glenarvan. "Dit document is te
uitvoerig, te duidelijk, te zeker, dan dat Engeland zou kunnen aarzelen
om drie zijner kinderen te hulp te komen, die op een woeste kust
verlaten zijn. Wat het voor Franklin en zooveel anderen heeft gedaan,
zal het nu doen voor de schipbreukelingen der _Britannia_!"
"Maar die ongelukkigen hebben zonder twijfel een gezin, dat hun dood
beweent," hernam lady Helena. "Welligt heeft die arme kapitein Grant
vrouw en kinderen...."
"Gij hebt gelijk, lieve lady! en ik neem op mij om hen te verwittigen,
dat alle hoop nog niet verloren is. Laten wij nu, mijne vrienden! naar
de kampanje terug keeren, want wij zullen weldra de haven naderen."
De _Duncan_ stoomde inderdaad met volle kracht; zij gleed op dit
oogenblik langs de kust van het eiland Bute, en had de vallei Rothesay
aan stuurboord, met zijn lief stadje, dat in het vruchtbare dal
wegschuilt; daarop stoomde zij het naauwe vaarwater der golf in,
manoeuvreerde voor Greenock, en ankerde des avonds ten zes ure aan den
voet der basaltrots Dumbarton, op welker top zich het beroemde kasteel
van Wallace, den schotschen held verheft.
Daar stond een postrijtuig gereed om lady Helena met den majoor Mac
Nabbs naar Malcolm-Castle terug te brengen. Maar lord Glenarvan stapte,
na afscheid van zijn jonge gade genomen te hebben, te Glasgow in den
sneltrein.
Vóór zijn vertrek had hij aan een nog sneller bode een belangrijk berigt
toevertrouwd, en eenige minuten later bragt de electrische telegraaf aan
de _Times_ en de _Morning Chronicle_ de volgende advertentie:
"Om inlichtingen over het lot van den driemaster _Britannia_ van
Glasgow, kapitein Grant, vervoege men zich bij lord Glenarvan,
Malcolm-Castle, Luss, graafschap Dumbarton, Schotland."
[1] de woorden _sink, aland, that, and, lost_ betekenen: _zinken, aan
land, dit, en, verloren. Skipper_ is de naam die men in Engeland aan de
kapitein der koopvaardijschepen geeft. _Monition_ wil zeggen _document_,
en _assistance_ betekent _hulp_.
[2] Groote vlakten is Zuid-Amerika, waaronder vele met zout en salpeter.