De drie documenten.
Op die door het zeewater half vernielde stukjes papier waren nog maar
eenige woorden zigtbaar; de onleesbare overblijfselen van bijna geheel
uitgewischte regels. Lord Glenarvan beschouwde ze eenige minuten lang
zeer oplettend; hij draaide ze telkens om; hij hield ze tegen het licht;
hij onderzocht de geringste sporen van schrift, die de zee geëerbiedigd
had; vervolgens zag hij zijn vrienden aan, die hem met angstige blikken
aanstaarden.
"Het zijn," zeide hij "drie onderscheidene documenten, en waarschijnlijk
drie afschriften van hetzelfde document, in drie talen, het engelsch,
het fransch en het duitsch, overgezet. De weinige woorden, die
overgebleven zijn, laten mij dienaangaande geen twijfel over."
"Maar die woorden leveren toch zeker een verstaanbaren zin op?" vroeg
lady Glenarvan.
"Dat is moeijelijk te zeggen, lieve Helena! de woorden op deze
documenten zijn zeer onvolledig."
"Misschien vullen zij elkander aan," zeide de majoor.
"Dat moet zoo zijn," antwoordde John Mangles; "het is onmogelijk, dat
het zeewater die regels juist op dezelfde plaatsen zou vernield hebben,
en door die brokstukken bijeen te voegen, zullen wij eindelijk een
verstaanbaren zin krijgen."
"Dat zullen wij doen," zeide Lord Glenarvan; "maar wij moeten met
overleg te werk gaan. Eerst zullen wij het engelsche document nemen."
De volgorde der regels op dit document was deze.
62 _Bri_ _gow_
_sink_ _stra_
_aland_
_skipp Gr_
_that monit_ _of long_
_and_ _ssistance_
_lost_
"Dat geeft niet veel," zeide de majoor op een spijtigen toon.
"Dat kan wel zijn," antwoordde de kapitein; "maar het is toch goed
engelsch."
"Daar valt niet aan te twijfelen," zeide lord Glenarvan, "de woorden
_sink, aland, that, and, lost_ zijn onbeschadigd; _skipp_ vormt zeker
het woord _skipper_, en er is sprake van een mijnheer Gr...,
waarschijnlijk de kapitein van een vergaan schip.[1]
"Daarbij komen nog," zeide John Mangles, "de woorden _monit_ en
_ssistance_, wier beteekenis duidelijk is."
"Wel, dat is toch iets interessants," antwoordde lady Helena.
"Ongelukkig missen wij geheele regels," antwoordde de majoor. "Hoe
zullen wij nu den naam van het vergane schip, de plaats der schipbreuk
terugvinden...?"
"Wij zullen ze terugvinden," zeide lord Edward.
"Daar is geen twijfelen aan," antwoordde de majoor, die altijd een ieder
gelijk gaf; "maar hoe?"
"Door het eene document met het andere aan te vullen."
"Doet het dan," riep lady Helena.
Het tweede stukje papier, nog meer beschadigd dan het eerste, bevatte
slechts op zich zelven staande woorden, die op deze wijze geschikt
waren: