DE MUIS.

Hoe dikwijls heeft al in het leven

Zelfs de allerkleinste omstandigheid

Een huis vol onrust ons gegeven

En schrik en angst in 't hart verspreid!

Niet altijd is 't een hemelwonder

Dat ons verschrikt door zijn natuur

Maar kleinigheên zijn 't in 't bizonder,

Die kwelling baren te ieder uur.

Geen oorlog, noch rumoer in staten,

Geen heerschzucht van Napoleon,

Geen kuiperij van diplomaten,

Of wat men bij 'n congres verzon.

Geen tegenspoed bij groote werken;

Geen willekeur van 't Pruisisch hof;

Geen Godsdienst-kwestie's in de kerken,

Gaf in dit boek den zanger stof;

En wat men mooglijk ook moog' gissen,

Ik bied u hier geen huiskrakeel

Of misgevallen erfenissen,

Geschetst in 't treurigste tafereel;

'k Laat gaarne 't huisbewind de vrouwen,

Hoe stout zich manlief ook verzet;

'k Laat alle staten rustig sjouwen,

Om 't al of niet volmaakt budget;

'k Laat ieder vorst naar wensch regeeren;

Ik moei mij met geen politiek;

Ik wek geen onrust voor de beeren

En maak geen andre menschen ziek;

Ik laat geen metallieken dalen;

Ik zet geen dieven achter 't slot;

Ik wil geen moordnaarsleven malen

Of noem het vrijersleven zot;

Ik mor niet om belastingwetten

Betaal gedwee mijn zuurverdiende geld

Laat alle bakers daag'lijks koffie zetten

En geloof altijd wat ons de krant vertelt.

'k Bezing geen schandlijke bankroeten,

En allerminst een maagdenroof,

Geen Oostersch vraagstuk, ook geen knoeten,

Want voor mishandlen blijf ik doof;

'k Wil met mijn lied geen schrikbeeld wekken,

Noch onrust stichten bij den raad;

'k Noem geen Ministers kamergekken,

Of wek geen tweedracht, nijd of haat,

'k Beweeg mij niet in 's lands historie;

'k Spreek van geen Kenau Hasselaar;

'k Laat aan van Speijk zijn buskruit-glorie,

Praat niet van Jan van Schaffelaar;

Ik wijd geen letter aan de slaven,

Zelfs niet aan die men te onzent vindt;

Ik roem geen fijne satans-gaven;

'k Bega geen moord op vrouw of kind;

'k Laat ieder vrij den Eiffeltoor'n bestijgen;

Voor bommenwerpers vraag 'k geen strop;

Van 't krijgsgeweld zal 'k ook maar zwijgen

Mij windt zoo'n waanzin zelfs niet op

'k Laat wereldvrede droombeeld blijven

Ik gun 't geweld het hoogste woord

Want 'k wil slechts van een muisje schrijven,

Hoe dat de nachtrust heeft gestoord

Van 't edelste paar echtelingen

Dat ooit de huwelijkstempel zag;

En 't eenig loon voor al mijn zingen,

Zij, dat me om 't feit eens hartelijk lach'!

De muis, of De gestoorde nachtrust een berijmde geschiedenis in twaalf tafereelen voor jong en oud · 第 8 / 20 题