Neem twee zuiver rechthoekige stukken karton, van dezelfde lengte
(omstreeks 20 cM), maar van verschillende breedte, stel 10 en 6
cM. Maak in beide een gaatje in het midden van de lengte en 4 of 5 mM
van den bovenkant; steek eene speld door het groote karton en bevestig
die, door er van achteren een paar stukjes karton tegen te plakken,
zooals de teekening aanwijst. Vergroot het gaatje in het kleine stuk
karton, dat bewegelijk moet zijn, tot een vertikaal sleufje, en hang
nu het kleine karton op de punt van de speld, op eenigen afstand van
het groote, waartegen het niet mag wrijven. Plaats dit werktuigje op
een marmeren schoorsteenmantel en hang het bewegelijke karton eens
andersom, om te zien of het ten opzichte van het achterste denzelfden
stand behoudt, namelijk zoodanig, dat de bovenkanten van beide stukken
karton evenwijdig blijven; hetgeen men verkrijgt door zoo noodig een
klein randje van het kleinste stuk weg te snijden.
Wilt ge nu een meubelstuk met dit toestelletje waterpas plaatsen,
dan plaatst ge daarop het vaste stuk karton; steekt het bewegelijke
stuk nu rechts of links daarboven uit, dan helt het meubelstuk en
ge laat het zoo lang rijzen of dalen tot de bovenkanten der stukken
karton weder evenwijdig zijn.