DE BEZEMSTEEL.

Geef aan iemand, die onze teekening niet gezien heeft, een bezemsteel

of een langen stok; verzoek hem, een der uiteinden daarvan op den vloer

en tegen den muur te zetten en dan geheel onder den stok door te gaan,

en wel onder het gedeelte dat begrepen is tusschen zijne handen en

den vloer. Iemand, die dezen toer niet kent, zal zich met het gelaat

naar den muur wenden en onvermijdelijk vallen bij zijne pogingen,

om onder den stok door te komen. Als de proefnemer zich evenwel met

den rug naar den muur heeft gekeerd en zich zoodanig heeft geplaatst,

dat zijne beide voeten en het uiteinde van den stok een gelijkbeenigen

driehoek vormen, is de zaak zeer gemakkelijk. Inderdaad, als hij

onder den stok is doorgegaan, zal hij zich aan den anderen kant weder

oprichten en dáár een even vasten stand hebben als eerst.

Natuurkunde in de Huiskamer: ongeveer 100 proeven met huishoudelijke voorwerpen. · 第 79 / 104 题