De schilders zijn gereed met het vertrek, dat zij in orde moesten
maken, maar voordat zij heengaan, willen zij eerst de meid, die moest
komen zien, of alles klaar is, nog eens beetnemen met de bekende grap
van een "gebroken spiegel."
Gij kunt begrijpen, hoe de arme meid schrikt, als zij een of meer
barsten bemerkt in den hoek van den grooten spiegel in de zaal. Wat
zal mevrouw wel zeggen?
En daar staan die ruwe schilders, die nergens om geven, dan nog bij
te schudden van het lachen.
Nu zij genoeg pret gehad hebben van hunne grap, zeggen ze, dat ze het
ongeluk wel herstellen zullen, en om de ontzetting van hun slachtoffer
niet nog langer te laten voortduren, gaat een van hen met een vochtigen
doek over de barsten heen. O, wonder! de vochtige vaatdoek heeft de
barsten doen verdwijnen, en Marie kan hare oogen niet gelooven. Ze
begrijpt er niemendal van!
En toch, waarde lezer, is de zaak zeer eenvoudig en als ge op uwe
beurt iemand bij u aan huis wilt beetnemen, hebt ge slechts met een
dun stukje zeep (bij voorkeur donkere) op den spiegel, die gebroken
moet schijnen, fijne lijnen te halen, om de barsten voor te stellen;
door de terugkaatsing in den spiegel zullen deze, tengevolge van de
dikte van het glas, breeder schijnen en op ware scheuren gelijken;
met een weinig water zijn ze gemakkelijk weg te wasschen.