Neem drie strooken wit papier van dezelfde lengte, maar waarvan
één slechts half zoo breed moet zijn als de beide andere. Leg de
beide even breede strooken in den vorm van eene x op zijn kant,
en de dunste in het snijpunt rechtstandig daarboven: de laatste zal
langer schijnen dan de beide andere, en ge zult den toeschouwers met
den passer moeten bewijzen, dat de drie strooken volmaakt even lang
zijn, voor zij het gelooven.
Dit gezichtsbedrog, reeds zeer merkbaar bij het beschouwen van onze
teekening, zal nog sterker zijn, als men stukken wit papier op zwart
papier of laken legt.
Als ge nu de drie strooken in den vorm van eene H legt, met de dunne
als horizontale streep, en ge laat deze laatste een weinig draaien,
zoodat zij dwars komt te liggen, dan zal zij u minder lang voorkomen
dan de beide evenlange verticale strooken.
Zoo kan dus door eene optische illusie eene strook papier, die even
lang is als twee andere, u langer of korter toeschijnen, ten gevolge
van den stand, waarin zij geplaatst is ten opzichte van die beide
andere.