I. HET GROENE DUIVELTJE.

Plaats twee kaarsen voor een wit scherm, en zet een ondoorschijnend

voorwerp, bijv. een duiveltje van karton, tusschen het scherm en de

kaarsen, waardoor zich natuurlijk twee schaduwen op het scherm zullen

vertoonen. Als ge nu voor de rechterkaars een stuk rood glas, of nog

eenvoudiger, een drinkglas met water en wijn houdt, op de wijze als

op de teekening, zult ge zien, dat de rechter schim rood gekleurd

is, terwijl de linker verdwenen is; als ge echter goed kijkt, dan

bemerkt ge, dat deze laatste vervangen is door een duiveltje, dat

bleekgroen is: de complementaire kleur van het roode licht dat het

scherm beschijnt. Vervang het roode vocht door bier, en het duiveltje

zal u violet schijnen, daar dit de complementaire kleur van geel is;

als ge het glas vult met water, dat zwak blauw is gekleurd door middel

van een weinig blauwsel, dan zal het duiveltje oranje schijnen.

Als we de proef omkeeren, en het glas dus vullen met absinth, met

zeer verdunden violetten inkt of curaçao, zal het linker duiveltje

achtereenvolgens rood, geel en blauw schijnen.

Het rechter duiveltje zal altijd dezelfde kleur hebben als de vloeistof

in het glas.

Natuurkunde in de Huiskamer: ongeveer 100 proeven met huishoudelijke voorwerpen. · 第 66 / 104 题