EEN MUNTSTUK OP TE POMPEN.

Wanneer we naar een voorwerp zien, dat zich in het water bevindt,

dan schijnt dit, gelijk wij weten, ten gevolge van de straalbreking

hooger te liggen, dan het in werkelijkheid doet. Daarom schijnt een

stok, die gedeeltelijk in het water gedompeld wordt, gebroken.

De volgende proef berust op dit grondbeginsel:

Leg op den bodem van een kom vol water een muntstuk en verzoek iemand

zoo ver te bukken, totdat zijn oog, de rand van de kom en de naar hem

toegekeerde rand van het muntstuk in eene rechte lijn liggen. Op dat

oogenblik ziet hij niet het voorwerp zelf, maar het beeld, dat door

de breking van het licht voortgebracht wordt.

Als de waarnemer nu niet van plaats verandert, kunt ge hem zeggen,

dat ge in staat zijt het stuk geld weg te pompen. Daartoe is het

voldoende, het water uit de kom te verwijderen, hetzij door het op te

zuigen met een buisje of het weg te pompen met een spuitje. Als het

water verwijderd is, zal de waarnemer het muntstuk niet meer zien,

daar het door den rand van de kom aan het oog onttrokken wordt. Giet

de vloeistof weer in de kom en het geldstuk wordt op nieuw zichtbaar.

Natuurkunde in de Huiskamer: ongeveer 100 proeven met huishoudelijke voorwerpen. · 第 64 / 104 题