Hoewel de volgende proef niet moeielijk is, zullen de lezers haar
beter begrijpen, als zij de moeite willen nemen om haar werkelijk uit
te voeren, in plaats van zich tevreden te stellen met het lezen der
beschrijving. Als ge tusschen een licht en den muur gaat staan, teekent
zich uwe schaduw op dien muur af; deze geeft echter slechts den omtrek
van het lichaam, terwijl van oogen, neus en mond niets te zien is.
Nu wil ik u een zeer eenvoudig middel aan de hand doen, om in de
schaduw van uw hoofd twee oogen, een neus en een mond aan te brengen.
Plaats u daartoe in een hoek van de kamer en bij een muur, waartegen
een spiegel hangt. De persoon, die het licht achter u vasthoudt,
moet dit zoo lang op en neer, en voor- of achteruit bewegen, totdat
de weerkaatsing van het licht in den spiegel op dezelfde plaats op
den muur valt, waar zich de schaduw van uw hoofd bevindt; naar den
vorm van den spiegel zal dit teruggekaatste licht eene ronde of
rechthoekige lichtvlek ter plaatse van de schaduw vormen.
Maar als ge den spiegel met een dik papier bedekt, waarin ge volgens
onze teekening oogen, neus en mond geknipt hebt, zal de spiegel alleen
op die plaatsen licht terugkaatsen, waar het papier is uitgeknipt,
zoodat zij zich als lichte plekken in de schaduw van uw hoofd zullen
afteekenen, zooals de teekening u doet zien.