Een kom of bak met water en zeven kurken is alles, wat wij noodig
hebben om de proef te verrichten, waarvan de titel spreekt; ik hoop,
dat onze lezers haar daarom niet minder interessant zullen vinden.
Iedereen weet, dat eene gewone cilindrische flesschekurk niet
rechtstandig kan drijven, maar altijd omvalt, zoodat hare as
horizontaal ligt; dit komt, omdat de hoogte grooter is dan de
middellijn; hoe moeten wij het nu aanleggen om kurken rechtstandig
te laten drijven?
Zet eene kurk overeind op de tafel, en de zes andere in denzelfden
stand er omheen; neem ze alle tegelijk met ééne hand op en dompel ze
eenige malen geheel in het water, totdat de kurken volkomen bevochtigd
zijn; trek ze nu gedeeltelijk uit het water en laat ze los.
Het water dat door de capillariteit tusschen de natte kurken wordt
vastgehouden, verbindt deze tot één geheel, en hoewel iedere kurk
op zich zelve in den toestand van onstandvastig evenwicht verkeert,
zal het geheele vlot, dat op de aangeduide wijze ontstaan is, in
standvastig evenwicht zijn, daar de breedte hiervan grooter is dan de
hoogte der kurken. Dit spel, waarbij de samenhang door een capillair
verschijnsel wordt verkregen, bewijst ons een keer te meer de waarheid
van de oude spreuk: "Eendracht maakt macht."