Ge kunt in het klein, in een glas water, de aanvaring van twee
pantserschepen voorstellen met twee spelden, waardoor elke gedachte
aan magneten vervalt.
Laat twee in plaats van eene speld drijven, en verwijder ze zoo ver
mogelijk van elkaar, door er tegen te blazen.
Als het water in rust is gekomen, zult ge zien, dat zij elkaar eerst
langzaam, daarna steeds sneller naderen; eindelijk zullen zij woedend
op elkaar losstormen en boord aan boord gaan liggen, als zij tenminste
door de hevigheid van den schok niet gezonken zijn.
Dit is weder een capillair verschijnsel: de beide drijvende lichamen
trekken elkaar aan, omdat beide bevochtigd worden; hetzelfde zou
plaats hebben met twee balletjes van kurk, daar wij bij water en kurk
ook aankleving waarnemen; maar als wij een van beide met lampzwart
bedekken, dat door water niet nat gemaakt wordt, zouden we zien,
dat ze elkaar afstooten.