Giet eene flesch met wijde opening half vol water, zet dan met behulp
van eene doorboorde kurk een blikken, of nog beter een glazen trechter
goed luchtdicht in den hals, (de trechter mag niet tot in het water
reiken) en werp nu een weinig dubbel-koolzure soda en wijnsteenzuur
(beide in poedervorm) door den pijp van den trechter in het water.
Ten gevolge van de ontwikkeling van het koolzuurgas zal zich eene
hevige opbruising vertoonen, en daar er zich meer en meer koolzuurgas
ontwikkelt, zal het door de pijp van den trechter uit de flesch
komen. Maar als ge twee of drie balletjes van vlierpit of zelfs van
kurk, zóó groot dat ze niet in de pijp dringen, in den trechter
geplaatst hebt, kan het gas slechts bij tussenpoozen ontsnappen,
daar een der balletjes altijd door zijn eigen gewicht op de opening
van den trechter valt en deze afsluit, totdat het gas in de flesch
spanning genoeg heeft gekregen om het balletje op te lichten. Op
dat oogenblik vermindert de spanning, daar een gedeelte van het
gas ontsnapt, en een der balletjes valt weder op de opening. Dit
verschijnsel gaat voort, zoolang de gasontwikkeling duurt, en als ge
de balletjes gekleurd hebt, zult ge zien dat die dans van levenlooze
voorwerpen zeer eigenaardig is.
Ge kunt de proef zelfs zeer smaakvol inrichten door een der balletjes
midden op een stukje sigarettenpapier te plakken, dat ge als de
vleugels van een vlinder hebt uitgeknipt en gekleurd. Gij ziet dan
den vlinder in den trechter rondfladderen en zich van tijd tot tijd op
den rand nederzetten, evenals een levende vlinder op eene bloem doet.