Deze proef, bepaaldelijk aan H.H. scholieren opgedragen, heeft
ten doel, twee potlooden in de ruimte te laten zweven: het eene
horizontaal, met de punt op eene naald rustende of aan een draad
hangende; het andere loodrecht staande op het eerste.
Onze lezers zijn reeds zoo vertrouwd geraakt met proeven omtrent
evenwichtstoestanden, dat het niet noodig zal zijn, deze in het
breede te beschrijven: de beide even zware messen, welke het potlood
horizontaal houden, herinneren ons de vroeger vermelde proef van
de doorboorde speld; ook het evenwicht van het andere potlood, dat
door twee penhouders in loodrechten stand wordt gehouden, is eene
welbekende proef. Maar de verbinding van beide proeven kwam ons
merkwaardig genoeg voor om hier vermeld te worden.
Hebben onze jonge lezers de voorwerpen zorgvuldig gesteld, dan kunnen
ze het geheel om het ophangpunt laten draaien; zij zullen zien dat
de wentelende beweging, eens begonnen, vrij lang kan voortduren.