Steek de speld in een der cirkelvlakken van eene kurk en ter
weerszijden in het gebogen vlak twee even zware zakmessen. (Als de
messen niet even zwaar zijn, opent men ze niet even ver.) Leg den kop
van de speld op den top van uw vinger, en verplaats de messen zóó lang
tot de speld horizontaal ligt. Plaats haar dan op de punt van eene
naald, waarvan het oog in eene kurk op eene flesch gestoken is. Als
ge tegen de kurk blaast, waarin de messen zitten, zal het geheele
samenstel op de punt van de naald draaien. Bovendien, daar de naald
harder is dan de speld, welke van koper is, zal zij na eenigen tijd
eene kleine holte in die speld maken, en als de proef lang genoeg
wordt voortgezet, haar zelfs geheel doorboren.