_Te HUAHEINE_
Bij OMAI, _'s Landsdrukker_
1790.
BERIGT
VAN DEN
UITGEVER.
't Werkje, dat wij den Nederlander, in zijne moedertale, thands
aanbieden, is oorspronglijk in 't Engelsch geschreven, en in _Engeland_
met zoo veel graagte en goedkeuringe ontvangen, dat het binnen weinige
dagen driemaal herdrukt moest worden.
Die vier eerste uitgaven waren egter op verre na zoo volledig niet, als
de vijfde druk, naar welke deze vertaling gevolgd is, en bestonden
alleen uit de vijf laatste hoofdstukken van het eerste deel.
Welhaast werd het in bijkans alle talen van _Europa_ vertolkt, en met
zoodanige bijvoegselen en aantekeningen vermeerderd, als de uitgevers
raadzaam oordeelden.
De zoodanigen, die wij daartoe meenden geschiktst te zijn, hebben
wij uit die vertalingen overgenomen, en 'er dat gene van ons eigen
bijgevoegd, 't welk wij begrepen in staat te zijn, om 't loflijk
oogmerk van den vernuftigen schrijver, onder de Nederlanders te
bevorderen.
Want hield LUCIANUS het, ten zijnen tijde, reeds noodzaaklijk, om
zijne _Waaragtige Geschiedenissen_, zoo als hij zijne verdigtselen
zeer geestig noemt, te schrijven, zoo om zijnen lezer op eene aangename
wijze te onderhouden, als om den draak te steken met zulke Reizigers
en schrijvers, die niet ontzien, om eene menigte van gedrogtlijke en
ongelooflijke vertelselen op te disschen; zoo meende ook de Baron van
MUNCHHAUSEN, een man van grooten smaak, en vernuft, dit voorbeeld van
den geestigen LUCIANUS, waaruit hij het een en ander heeft overgenomen,
zeer gepast, om het belagchlijke en haatlijke van zoodanige vertelselen
onder het oog zijner tijdgenoten te brengen.
Daarbij had de ondervinding den Baron geleerd, dat men met al zijn
redeneren, bevooröordeelde menschen tot het gezond verstand niet kan
terug brengen; en dat zij, die gewoon zijn op een hoogen toon te
spreken en stout te verzekeren, zeer geschikt zijn, om hunne hoorders
daarvan te ontzetten. Hierom redeneerde hij nooit met zoodanige lieden,
maar wendde de gesprekken altijd zeer behendig op onverschillige zaken,
en dan verhaalde hij—geheel in zijne eigen manier en bijzonderen
smaak—de eene of andere geschiedenis van zijne reizen, veldtogten
en avonturen.
Zoo geschikt deze manier is, om den snoevenden Reiziger en
grootsprekenden loogenaar te beschaamen; zoo goed is de Baron ook
geslaagd in het uitkiezen zijner ongerijmde vertelselen; waarin
zijn oogmerk alleen is, om aan te toonen, dat een zucht om zoo
genoemde snakerijen te vertellen, of den menschen wat op den mouw
te spellen, in den grond niet anders is dan liegen en misleiden, en
dat de hebbelijkheid om alle gezelschappen van vrienden en vreemden
met onwaarheden bezig te houden, eigenlijk is, het haatlijkste en
verachtlijkste misbruik te maaken van het geduld en de inschiklijkheid
zijner beschaafde medeburgeren, die 'er zig niet aan waagen willen, om
door zulke onbeschaamde loogenaars op eene onbeschofte manier bejegend
te worden.
De verbazend snelle en groote aftrek, welke dit werkje in _Engeland_
gehad heeft, toont, dat men aldaar zeer wel dit zedekundig oogmerk
van den schrijver gevat heeft. Zelfs heeft een zeker geleerde van dat
gewest, te regt, aangemerkt, dat men hetzelve, zeer eigenlijk, DEN
ZEDENMEESTER DER LOOGENAREN zoude kunnen en behooren te noemen.
Dit doel, ook onder de Nederlanders te bevorderen is het oogmerk des
Nederduitschen uitgevers; die te gelijk ten oogmerke heeft, wanneer een
goed vertier een tweede oplaag vereischen mogte, het werkje met meer
plaatjens te versieren en met zoodanige bijvoegselen te vermeerderen,
als de behoefte van Nederland, daar liegen en lasteren niet minder
heerschen als in andere gewesten, vordert.