XX No. 1726 ~Constantijn Huygens~ door ~Caspar Netscher~ (1639–1684).
pag. 111.
XXI No. 1832 ~Pieter Cornelis Hooft~ „om strijd door ~Bramer~ en door de
~Keyzer~ veraanschouwelijkt,” zegt P.—Doch die ~Bramer~ is ~Juriaan
Ovens~ geworden (1623–1678) een Duitsch leerling van Rembrandt, en was
eerst aan ~Sandrart~ toegeschreven, op wiens naam nu echter
XXII No. 2118 staat, dat vroeger op de Keyser's naam stond, en beschouwd
wordt als een copie naar een prent van ~Perseyn~. pag. 112 en 113.
XXIII No. 928 „~Vondel~, wiens hoofd wij aan ~Jan Lievensz~ zijn
verplicht.” Maar dit staat nu op naam van ~Govert Flinck~ (1615–1660).
pag. 115.
XXIV No. 716 ~Piet Heyn~ door ~Wybrand de Geest~ (1590–1659) (Maar
of dit wel onzen Piet Hein voorstelt, schijnt thans meer dan
twijfelachtig.) pag. 117.
XXV No. 1659 ~Maria van Utrecht~ door ~Paulus Moreelse~ (1571–1638).
(Dit portret draagt het jaartal 1615, werd dus geschilderd vóór Maria
weduwe was. P's woorden doen denken of zij ons aanblikt àls weduwe).
pag. 126.
XXVI No. 407 ~Maria van Reygersbergh~ (1589–1653) echtgenoote van Hugo
de Groot, door ~David Bailly~ (1584–1657). pag. 127.
XXVII No. 857 ~Prins Willem II en zijn jonge gemalin Prinses Maria
Stuart~ door ~Antonie van Dijck~ (1599–1641) 't laatste werk van dezen
Hofschilder, w/i P. en zijn tijdgenooten niet ons jeugdig echtpaar (ze
waren pas even 15) maar broeder en zuster zagen. pag. 161.
XXVIII No. 1136 Luitenant ~Johan Oetgens van Waveren~ op ~De
Schuttersmaaltijd~ van ~Bartholomeus van der Helst~ (1613–1670). 't Is
de figuur die zijn' kapitein, Cornelis Jansz. Witsen, de hand drukt.
pag. 165.
XXIX No. 2016 „De heer ~Banning Kok~, hoofdfiguur op ~Rembrandts~
~Vogelschieten~, want de naam ~Nachtwacht~ luidt hier kwalijk.”
pag. 166.