VII No 1177 ~De afdanking der Waardgelders~ door ~Pauwels van
Hillegaert~ (1595–1640). pag. 93.
(Het Museum telt twee stukken die 't zelfde gegeven voorstellen;
't eene van ~Hillegaert~, 't andere No. 809 door ~Joost Cornelisz.
Droochsloot~ (1586–1666). Welke der twee stukken, die beide al in
1808 in de verzameling waren, Potgieter bedoeld mag hebben, blijkt
niet. We geven dus op goed geluk een ervan).
VIII No. 2489 „Voorstelling van ~Prins Maurits te paard~, aan het hoofd
der leden van zijn geslacht” door ~Adriaen Pietersz. v. d. Venne~
(1589–1662). pag. 94.
(De catalogus meldt als de leden van M's geslacht: de koning van
Bohemen, Philips Willem, Frederik Hendrik, Willem Lodewijk en Ernst
Casimir, Johan Ernst en Johan Lodewijk;
„~en eene ander aan de spits zijner krijgsbevelhebbers~” zegt
Potgieter. Wat dit mag geweest zijn, heb ik niet kunnen ontdekken.
~Hillegaert~'s voorstelling van den slag van Nieuwpoort kan het in
geen geval geweest zijn. De schilderij werd eerst in 1878 aangekocht.)
IX No. 1180 ~Prins' Maurits afrijdend ter jacht~ door ~van Hillegaert~.
pag. 95.
Op den achtergrond 't Binnenhof te 's-Gravenhage.
X No. 97 „~Allegorie van M's leven~” waarschijnlijk de schilderij, in
1809 uit de verzameling van mevr. Bicker aangekocht en die in den
catalogus vermeld staat als:
„~De kat die de bel wordt aangebonden~,” satire op de
godsdiensttwisten in Holland omstreeks 1618–19 en de terechtstelling
van Oldenbarnevelt.—Maker onbekend. pag. 96.
XI No. 1997 „~Leycesters beeldtenis~ schuilt onder die der onbekende
meesters,” zegt P. De catalogus van heden plaatst de schilderij op
naam van den Haagschen schilder ~Jan Anthonisz. van Ravesteyn~
(1572–1657). pag. 97.
XII, XIII Nos. 355 en 356 „~Albertus en Isabella~ vindt gij, als ge ze
zoekt, maar geen trofeën der overwinning bij Nieuwpoort”.
pag. 98 en 99.
Ook nu nog maker onbekend, al behoeft ge niet meer naar de portretten
te _zoeken_. Hierboven is gewezen op den lateren aankoop van
Hillegaert's Slag bij Nieuwpoort.