[33] Uit 2 deelen aarde 2 water en 4 vuur.
[34] Liefde (φιλία) en Strijd (νεῖκος) zijn bij Empedokles de krachten
die het Al (de Sphaira) vereenigen en scheiden.
[35] Elk van beide theorieën is gebrekkig en de beiden omvattende
betreft niet alle ziel.
[36] Woorden van Plato (Phaedo 80 C).
[37] Inl. 9.
[38] Plato. Tim. 69 D.
[39] Beneden dezelfde zin bij de ziel als doel, waarbij de persoon
voorop staat; hier de zaak: de eeuwigheid.
[40] Bestaan niet meer van Aristoteles.
[41] Slaat op het geschrift ‘Over worden en vergaan,’ 323b 18 vlg.
[42] Bij de afzonderlijke momenten der beweging.
[43] Ik lees ἐπιστήμη i. pl. v. den 4o. naamval.
[44] De zichtbaarheid is niet het wezen van het ding, noch kenmerk,
noch grond van de definitie.
[45] De aether.
[46] Beneden: „dezelfde natuur is nu eens duisternis dan weer licht”
(418 b 31).
[47] Lees καὶ ἅμα.
[48] Hiervoor zegt het grieksch: het scherpe en ’t zware.
[49] „Niet elk” moet ingelast worden (beneden 29).
[50] N.l. droog.
[51] nl. lucht en water.
[52] Zie „over worden en vergaan” II c. 2 en 3.
[53] Lees het lidwoord vóór συμφωνία.
[54] Ik lees ᾗ δὲ (ἕν) ἑνὶ καὶ ἅμα.
[55] Odyss. σ136 sq. „... als de dag, dien Zeus aanbrengt”.
[56] Lees: (ἡ φαντασία) αὐτή.
[57] Omtrent de grootte van de zon is voorstelling met meening in
strijd. Waren zij identiek, dan zou men zijn ware meening verloren
moeten hebben of (voorstelling en) meening tegelijk waar en onwaar
moeten zijn. Maar als ’t voorwerp ongemerkt verandert, dan wordt alleen
de meening onwaar, niet de gewaarwording tevens. Voorstelling is dus
niet vereeniging van gewaarwording en meening.
[58] Iets uitgelaten als onecht.
[59] Deze zin over de centraliteit van waarneming is defect vgl. 426 b
12 etc. Het volgende is onduidelijk. „Verhouding” (ἀνάλογον) staat voor
overeenkomstigheid.
[60] Slaat op Plato.
[61] In de zoogen. Parva naturalia.
[62] Bij Plato.
[63] Lees: ἀνθέλκει, κελεύει δ’ ἡ ἐπιθυμία.
[64] Ingevoegd: ὅτε δὲ vóór ὥσπερ σφαῖρα vgl. 419 b 27.
[65] Lees ἔχῃ met enkele H S S. en Bekker.
[66] Vgl. 420 b 18–20.