VOORBERICHT.

„Omtrent den inhoud van dit boekje kan ik kort zijn. De heer A. J. VAN

DER AA zegt in zijn ~Biographisch Woordenboek der Nederlanden~, van

Piet Heyn sprekende: „Evenals van de meeste onzer Zeehelden is er

omtrent zijne afkomst, jeugd en jongelingsjaren niets bekend.”--Ik

kon dus niets anders doen dan gebruik maken van overleveringen, die

omtrent hem in omloop zijn, en voor het overige mijn’ held tot 1623,

wanneer hij als Vice-Admiraal indienst der W. I. Compagnie trad, doen

leven in de gebeurtenissen van zijn tijd. Dat hij hieraan een wakker

aandeel genomen heeft, valt wel niet te betwijfelen, doch van die

gebeurtenissen zondere men uit de twisten tusschen de Remonstranten en

Contra-Remonstranten. De meeste zeelieden waren Contra-Remonstrantsch,

doch bemoeiden zich niet met die kerkelijke geschillen. Ze geloofden,

wat ze als kind geleerd hadden, leerden varen en waren aan den wal

vreemd aan elke partij.--Voor een deel vond ik de gebeurtenissen

in dit boekje vermeld, in eene historische plaatsbeschrijving van

Delftshaven.--De jeugd van Piet Heyn moge dan ook tot de verdichting

behooren, aan de geschiedenis van Delftshaven bleef ik getrouw. Moge

dit werkje de lezers vinden, die ik mij voorgesteld heb.”

Tot zoover het slot van de voorrede van den tweeden druk. Bij dezen

derden druk voeg ik slechts den wensch, dat de vermeerdering en

verbetering van den inhoud en bovenal dat de wijze van illustreering

het werkje ten goede moge komen en dat het weer de lezers en lezeressen

vinde, die ik mij zoo gaarne voorstel.

Een Delftshavensche Kwajongen of Het Leven van Luitenant-Admiraal Piet Heyn · 第 6 / 36 题