"Het spijt mij, dat ik er over begonnen ben, maar nu ik dat eenmaal
gedaan heb, zal ik het je vertellen. Ze voelde zich op een dag zoo
naar, dat ze tegen Jo zei, dat ze haar piano aan Meta, haar vogel aan
jou, en de arme, oude pop aan Jo wou geven, die er wel om harentwil
van houden zou. Het speet haar, dat ze zoo weinig weg te geven had,
maar ze liet ons allemaal een lokje van haar haar, en haar hartelijkste
groeten aan Grootpapa. _Zij_ dacht geen oogenblik aan een testament."
Al sprekende, teekende en verzegelde Laurie het document, en keek
niet op, voordat een groote traan op het papier viel. Amy's gezicht
stond diep bedroefd, maar ze vroeg alleen: "Maken de menschen ook
weleens postscriptums onder hun testament?"
"Ja, een codicil noemt men dat."
"Zet dan onder het mijne--dat ik verlang, dat al mijn krullen zullen
worden afgeknipt en onder mijn vrienden verdeeld. Ik vergat het,
maar ik zou toch wel willen, dat het gedaan werd, al zal ik er dan
wel wat raar uitzien."
Laurie voegde het er bij, glimlachend om Amy's laatste en grootste
opoffering. Vervolgens amuseerde hij haar een uur lang, en toonde veel
belangstelling in al haar wederwaardigheden. Maar toen hij heenging,
hield Amy hem even terug en fluisterde met bevende lippen: "Is Bets
werkelijk in gevaar?"
"Ik vrees van ja, maar we moeten er maar het beste van hopen; schrei
dus niet, kleintje!" en Laurie sloeg op broederlijke wijze zijn arm
om haar heen, wat haar merkbaar vertroostte.
Toen hij weg was, ging Amy naar haar "bidkamertje," en terwijl ze
daar in den schemer zat, bad zij voor Bets, onder een stroom van
tranen en met een diep bedroefd hart, en voelde ze dat een millioen
turkooizen ringen haar het verlies van haar lief zusje niet zouden
kunnen vergoeden.