WEEKBERICHTEN.

Meta --Goed.

Jo --Slecht.

Betsy --Zeer goed.

Amy --Middelmatig.

Toen de president geëindigd had met het voorlezen van het weekblad (een

getrouwe copie van een blad dat eens door werkelijk bestaande meisjes

geschreven werd) volgden er luide toejuichingen van alle kanten,

en daarna stond de heer Stockwall op om een voorstel in te dienen.

"Mijnheer de president en mijne heeren," begon hij, een houding en

toon aannemende, waarvoor een parlementslid zich niet zou behoeven te

schamen. "Ik zou u gaarne de toetreding van een nieuw lid in overweging

geven; een vriend die dat ten zeerste verdient, er ten hoogste dankbaar

voor zou zijn, en veel zou bijbrengen zoowel tot verhooging van het

gehalte onzer Club, als tot de letterkundige waarde van ons blad,

en die ontegenzeggelijk heel vroolijk en gezellig zou wezen. Ik stel

den heer Theodoor Laurence voor als eerelid van de P.C.--Toe, vindt

het maar goed."

De plotselinge verandering in Jo's stem maakte de meisjes aan het

lachen; maar geen van allen juichte het plan dadelijk toe, of zei

een enkel woord, toen Stockwall weer ging zitten.

"Wij zullen het in rondvraag brengen," zei de president. "Allen,

die ten gunste van het voorstel willen stemmen, worden verzocht "ja"

te zeggen."

Een luide uitroep van Stockwall, tot ieders verbazing, gevolgd door

een fluisterend "Ja" uit Bets' mond.

"Die er tegen stemmen worden verzocht hun "neen" uit te spreken."

Meta en Amy waren er tegen; en de heer Winkle stond op om met groote

deftigheid te zeggen: "Wij hebben er liever geen jongens bij; ze

maken maar gekheid en zijn zoo wild. Dit is een damesgezelschap,

en we willen onder ons blijven."

"Ik ben bang, dat hij ons weekblad gek vinden en ons achter den

rug uitlachen zal," zei Pickwick en trok aan het krulletje op zijn

voorhoofd, zooals hij altijd deed, wanneer hij in het een of ander

niet tot een besluit kon komen.

Daar vloog Stockwall vol vuur op, roepende:

"Mijnheer, ik geef u mijn eerewoord, dat Laurie niets van dien aard zal

doen. Hij schrijft graag, en hij zou ons blad veel aardiger maken door

zijn bijdragen, en begrijp je dan niet, dat wij voor sentimentaliteit

bewaard blijven, als hij er bij is? Wij kunnen zoo weinig voor hem

doen, en hij doet zooveel voor ons, en ik vind dat we hem hartelijk

welkom moeten heeten, als hij komt.

Deze slimme zinspeling op bewezen weldaden, deed Tupman vastbesloten

opspringen.

"Ja, we moeten het doen, zelfs al _zijn_ we wat bang. _Ik_ zeg,

dat hij komen mag en zijn Grootpapa ook als die wil."

De flinke uiting van Bets bracht de andere clubleden in stomme

verbazing en Jo verliet haar plaats om haar goedkeurend de hand

te drukken.

"Nu dan, laat ons opnieuw stemmen. Ieder herinnere zich dat het onzen

Laurie geldt, en zegge "ja"!" riep Stockwall opgewonden maar plechtig.

"Ja! Ja!" riepen drie stemmen tegelijk.

"Goed! dank je wel! En daar nu niets beter is dan "den tijd bij de

horens te vatten," zooals Winkle zeer juist heeft opgemerkt, neem ik

de vrijheid u het nieuwe lid voor te stellen;" en tot ontsteltenis

der overige leden rukte Jo de deur open van een klein kamertje,

waar Laurie op een voddenkist zat, met een vuurrood gezicht van het

ingehouden lachen.

"Schurk! Verrader! Jo, hoe kon je dát doen?" riepen de drie meisjes,

toen Stockwall haar vriend zegevierend naar voren bracht, hem een

stoel en een insigne gaf, en onmiddellijk installeerde.

"De onbeschaamdheid van die twee is waarlijk verbazingwekkend,"

begon de heer Pickwick en trachtte zijn gelaat in een zeer ernstige

plooi te zetten, hetgeen echter niet gelukte, daar zich slechts een

beminlijken glimlach vertoonde. Maar het nieuwe lid bleek tegen den

storm opgewassen; hij stond op, maakte een sierlijke buiging en begon

op de innemendste wijze: "Mijnheer de president en dames--ik vraag

excuus, _heeren_--vergunt mij mezelf aan u voor te stellen als Sam

Weller, de zeer nederige dienaar der club."

"Goed zoo, goed zoo!" riep Jo en stampte met den steel van de oude

beddepan, waarop zij steunde.

"Mijn trouwe vriend en edele beschermheer," vervolgde Laurie met een

bevallig manuaal, "die mij op zoo vleiende wijze heeft voorgesteld,

verdient geen berisping over de laaghartige krijgslist van dezen

avond. Ik maakte het plan en hij gaf eerst na lang plagen toe."

"Kom, Laurie, neem nu niet de heele schuld voor jouw rekening; je

weet dat ik het kamertje verzonnen heb," viel Stockwall, die groote

pret had, hem in de rede.

"Luister niet, naar wat zij zegt. Ik ben de ellendeling, die het

gedaan heeft, mijnheer," zei het nieuwe lid met een Wellerachtig knikje

tegen den heer Pickwick. "Maar ik zal het op mijn eer nooit weer doen,

en mij voortaan wijden aan de belangen van deze onsterfelijke club."

"Hoor! hoor!" riep Jo en sloeg het deksel op den beddewarmer open en

dicht, bij wijze van bekkens.

"Ga voort, ga voort!" voegden Winkle en Tupman er bij, terwijl de

president welwillend boog.

"Ik wilde alleen nog maar zeggen, dat ik, als een gering blijk van

mijn dankbaarheid voor de eer mij aangedaan, en als middel om het

vriendschappelijk verkeer tusschen naburige volken te bevorderen,

een postkantoor heb opgericht in de heg aan de achterzijde van den

tuin; een fraai, ruim gebouw, met sloten op de deur en alle mogelijke

gemakken. Het is het oude konijnenhok; maar ik heb de deur dicht en

het dak opengemaakt, zoodat het alle soorten van dingen kan bevatten

en ons veel kostbaren tijd zal besparen. Brieven, manuscripten,

boeken en pakjes kunnen er in; en daar ieder volk een sleutel heeft,

zal het bizonder practisch zijn, denk ik. Staat mij toe u den sleutel

der club aan te bieden, en met hartelijken dank voor de bewezen gunst

mijn plaats weder in te nemen."

Een luid gejuich volgde, toen de heer Weller een kleinen sleutel op

tafel neerlegde en weer ging zitten; de beddepan klapte en zwaaide

geweldig, en het duurde een heelen tijd, eer de orde kon hersteld

worden. Lange beraadslagingen volgden en allen spraken verwonderlijk

goed, want allen deden hun best; het was dus een buitengewoon levendige

vergadering, die eerst laat gesloten werd en eindigde met drie luide

hoera's voor het nieuwe lid.

Niemand had ooit berouw over de toelating van Weller; want een

getrouwer, fatsoenlijker, en vroolijker lid kon in geen club gevonden

worden. Hij bracht bepaald leven in de vergaderingen, en "pit" in

het weekblad; zijn redevoeringen deden zijn toehoorders uitbarsten

in lachen, en zijn bijdragen waren uitstekend, afwisselend,

vaderlandslievend, klassiek, grappig, of treurig, maar nooit

sentimenteel. Jo vond ze een Bacon, Milton of Shakespeare waardig en

verbeterde er haar eigen opstellen met goed gevolg naar.

Het P.K. was een prachtinstelling en bloeide buitengewoon; want er

werden bijna evenveel wonderlijke dingen door verzonden als door een

werkelijk postkantoor. Treurspelen en dasjes, gedichten en ingemaakt

zuur, bloemzaad en lange brieven, muziek en boeken, gomelastiek,

uitnoodigingen, berispingen en katjes. De oude heer had er plezier

in, zond aardige pakjes, geheimzinnige boodschappen en grappige

telegrammen, en zijn tuinman, getroffen door Hanna's bekoorlijkheden,

zond haar eenmaal een minnebrief onder Jo's adres. Wat lachten de

meisjes toen het geheim uitkwam, niet droomende, dat het kleine

postkantoor in vervolg van tijd nog menigen dergelijken brief zou

bevatten.

Onder Moeders Vleugels · 第 36 / 70 题