De eene gondel na de andere naderde de marmeren trappen en zette
haar lieven last af, om de statige, schitterend verlichte zalen van
den graaf de Adelon met haar gezelschap te vermeerderen. Ridders
en edelvrouwen, elfen en pages, monniken en bloemenmeisjes,
allen mengden zich vroolijk in den dans. Lieflijke stemmen en
welluidende melodieën vervulden de lucht, en zoo had de maskerade
plaats onder vroolijke muziek.
"Heeft uwe Hoogheid van avond ook Lady Viola gezien?" vroeg een
ridderlijk troubadour aan de elfenkoningin, die aan zijn arm de
zaal doorwandelde.
"Ja, is zij niet allerliefst, hoewel zij zoo treurig kijkt! Haar
japon is ook zoo goed gekozen, want binnen een week trouwt ze
met graaf Antonio, dien zij van ganscher harte haat."
"Bij mijn ziel, ik benijd hem, daar komt hij aan, gekleed als
een bruidegom, het zwarte masker niet medegerekend. Als hij dat
heeft afgedaan, kunnen wij zien, hoe hij de schoone maagd aanziet,
wier hart hij niet kan winnen, schoon haar strenge vader hem haar
hand beloofde," antwoordde de troubadour.
"Men vertelt dat zij den jongen Engelschen kunstenaar bemint, die
haar volgt als haar schaduw, en door haar vader veracht wordt,"
zei de dame, terwijl zij zich weer bij de dansers voegde.
Het feest had zijn toppunt bereikt, toen een priester binnentrad
en het jonge paar wenkte hem te volgen naar een met purper fluweel
behangen nis, waar hij hen verzocht neder te knielen. Diepe stilte
heerschte onmiddellijk in de vroolijke vergadering, en geen ander
geluid verbrak de stilte, dan het ruischen der fonteinen of het
gesuizel in de oranjeboschjes, die in het maanlicht sliepen,
toen graaf de Adelon aldus sprak:
"Mijne heeren en dames, vergeeft de list, die ik gebruikte om u
hier bijeen te vergaderen en getuigen te zijn van het huwelijk
mijner dochter.--Vader, wil met den dienst een aanvang maken."
Aller oogen wendden zich naar het bruidspaar, en een zacht
gemurmel van verbazing liep door de menigte, want noch de bruid
noch de bruidegom ontdeden zich van het masker. Nieuwsgierigheid en
verwondering vervulden aller hart, maar eerbied hield aller tong
in bedwang, totdat de heilige band gelegd was. Toen verzamelden
de toeschouwers zich om den graaf en verzochten een verklaring.
"Gaarne zou ik die geven, zoo ik maar kon, maar ik weet alleen,
dat het een gril was van mijn bedeesde Viola, en ik gaf toe. Nu,
mijne kinderen, laat het spel nu geëindigd zijn. Doet de maskers
af, en ontvangt mijn zegen."
Maar geen van beiden boog de knie, want de jonge bruidegom
antwoordde op een toon, die alle toehoorders deed verbleeken, en
toen hij het masker liet vallen werd het edel gelaat zichtbaar van
Ferdinand Devereux, den kunstenaar-minnaar, terwijl de schoone
Viola schitterend van vreugde en aanminnigheid het hoofd liet
rusten tegen de borst, waar nu de ster van een Engelschen graaf
fonkelde.
"Milord, gij hebt mij hooghártig gezegd, dat ik om de hand uwer
dochter mocht vragen, als ik mij beroemen kon op een even gevierden
naam en een even groot inkomen als graaf Antonio. Ik kan meer
doen dan dat, want zelfs uw eerzuchtige ziel kan voldaan zijn,
nu graaf de Devereux en de Vere zijn ouden naam en weêrgaloozen
rijkdom in ruil aanbiedt voor de geliefde hand dezer schoone dame,
nu mijn vrouw."
De graaf stond als versteend, en zich naar de verbaasde menigte
keerend, voegde Ferdinand er met een vroolijk triomfeerenden
glimlach bij: "U, mijn ridderlijke vrienden, kan ik slechts
toewenschen, dat uw begeerten even schitterend vervuld mogen worden
als de mijne, en dat gij allen een even schoone bruid moogt winnen,
als ik door dit gemaskerd huwelijk."