Sware Bijlen, Beitels van 2. voet lang of Fremoren, Voorlopers,
Schaven, Gerf-schaven, Dop-gutzen, Trek-zagen met ronde oogen, zonder
stiften, dik gemaakt, met een gat door ’t oog; Vermoors-beitels van 2.
à 3. duim breed, d’ eene zijde rond; drie kante Engelsche Mes-vijlen,
kant Beitels van een en een half duim breed, kram Zagen de langste
zoort, Kuipers Baarssen.
Hand-zagen geen gespannene.
Avegaars en andere zoorten met ronde oogen boven stijf gemaakt.
Kuipers Dissels swaar goed.
Avegaars van 3. à 6. quart.
Gladde Bijlen en kap-messen.
Ruwe kap-messen en Bijlen.
Schoppen om te delven en ’t water uit te werpen.
Houte Schoppen met yzer beslag.
Vierkante yzere Schoppen, de stal op piep niet al te schuin.
Cassave Beitel, Sjappen.