[Ordre op het nomineren en eligeren van de Raads-perzonen.] Zullende de
voornoemde Raads-perzonen uit de aanzienlijkste, verstandigste, en
moderaatste onder de Coloniers, haar leven lang gedurende, tot de
voorsz. Raads-plaats beroepen werden, te weten door pluraliteit van
stemmen van alle de Coloniers een dubbelt getal genomineert wezende,
zal den Gouverneur daar uit electie doen, waar inne by af-sterving ofte
vertrek tot suppletie gecontinueert zal werden, ter tijde en wijle het
getal der Coloniers zo groot zal wezen, dat het zelve niet wel als met
een disordre zoude konnen werden gepractiseert, als wanneer de
Compagnie op approbatie van haar Hoog Mog. zal mogen ordonneren, dat de
nominatie tot de voorsz. suppletie jaarlijks op een vast-gestelden dag
geschiede door de overgebleven Raads-perzonen alleen; zullende egter de
voorsz. verandering niet mogen werden gemaakt, als naar dat het getal
der Raads perzonen, ten misten tot dertig Perzonen zal wezen
geaugmenteert.