XIX.

[Ordre op het nomineren en eligeren van de Raads-perzonen.] Zullende de

voornoemde Raads-perzonen uit de aanzienlijkste, verstandigste, en

moderaatste onder de Coloniers, haar leven lang gedurende, tot de

voorsz. Raads-plaats beroepen werden, te weten door pluraliteit van

stemmen van alle de Coloniers een dubbelt getal genomineert wezende,

zal den Gouverneur daar uit electie doen, waar inne by af-sterving ofte

vertrek tot suppletie gecontinueert zal werden, ter tijde en wijle het

getal der Coloniers zo groot zal wezen, dat het zelve niet wel als met

een disordre zoude konnen werden gepractiseert, als wanneer de

Compagnie op approbatie van haar Hoog Mog. zal mogen ordonneren, dat de

nominatie tot de voorsz. suppletie jaarlijks op een vast-gestelden dag

geschiede door de overgebleven Raads-perzonen alleen; zullende egter de

voorsz. verandering niet mogen werden gemaakt, als naar dat het getal

der Raads perzonen, ten misten tot dertig Perzonen zal wezen

geaugmenteert.

Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname · 第 48 / 111 题