[Gelijke vryheid van op de Colonie te komen, omme van daar (des
begerende) wederom onbelemmert te mogen vertrekken, &c.] Dat gelijk het
yder een vry staat met zijn Perzoon, Familie en Goederen in de voorsz.
Colonie te komen, het ook alzo zal wezen gepermitteert aan een
iegelijk, de welke alrede zig daar ter neder gestelt heeft, ofte zal
komen te stellen, ten allen tijden van daar te vertrekken met hare
Slaven, Beesten en verdere roerende Goederen, en dat naar zodanige
andere Plaatzen ofte Eilanden als het haar zal believen, konnende tot
het voorsz. transport, huiren, of kopen alzulke Schepen of Vaartuigen,
als zy tot haar voorsz. dessein hen zullen oordelen dienstig te wezen.