[De oude schulden van aangekogte Slaven te mogen betalen in drie
termijnen, yder van twaalf maanden.] Dat de voorsz. Compagnie nu door
deze overdragt Meester en Eigenaar werdende van de gezeide Colonie,
niet en zal vermogen ten rigoureusten te procederen tot inning van de
schulden, de welke aldaar wegens reets aangebragte ende geleverde
Slaven uitstaande heeft; maar dat tot gerustheid van zodanige
Coloniers, de welke tot promte betalinge onmagtig zijn, de zelve zal
gedaan werden in drie termijnen, yder van twaalf maanden, en waar van
de eerste zal wezen verschenen twaalf maanden na dat de Compagnie in de
reële possessie van de gemelte Colonie zal wezen gekomen.