V.

[De oude schulden van aangekogte Slaven te mogen betalen in drie

termijnen, yder van twaalf maanden.] Dat de voorsz. Compagnie nu door

deze overdragt Meester en Eigenaar werdende van de gezeide Colonie,

niet en zal vermogen ten rigoureusten te procederen tot inning van de

schulden, de welke aldaar wegens reets aangebragte ende geleverde

Slaven uitstaande heeft; maar dat tot gerustheid van zodanige

Coloniers, de welke tot promte betalinge onmagtig zijn, de zelve zal

gedaan werden in drie termijnen, yder van twaalf maanden, en waar van

de eerste zal wezen verschenen twaalf maanden na dat de Compagnie in de

reële possessie van de gemelte Colonie zal wezen gekomen.

Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname · 第 34 / 111 题