De geheugen van eerbewijzen, in een goeden boezem opgesloten,
overtuigen my, wanneer zulks bezeffe, om door dit ontwerp aan mijn
pligt te denken, door een papiere Kind, in zijn gebrekkelijke geboorte,
aangedrongen door vele kwade lasteringen, daar mede deze Colonie
Zuriname zig in ’t gemeen belemmert vind; hebbe door overtuiginge, dat
ik zelfs in die Provintie geweest ben, ter dier tijd van de Regeringe
des Heer Van der Veen, de ware geschapentheid dier Land-streek, door
mijne nieuwsgierige onderzoekinge van oog en gedagten, zonder eenige
verzieringe, eenvoudig, met een volkomene waarheid bestaan, ten papier
te brengen, op dat niemant reden zou vinden om my voorbarig te
beschuldigen, van Doornen voor Rozen te stroijen.
Het moet ons te meer verwonderen, als wy zien in wat verandering God
den Aardbodem gesteld heeft, onder de kennisse van de Menschen die door
aangeborentheid genegen zijn tot onderzoekinge der zelver, wanneer wy
komen te overwegen de Scheppinge der Aarde en der Zee, geschikt, in
zodaniger voegen als men de Wateren ziet rusten op het middel-punt der
Aarde, weêrhoudende door de geheimenisse van d’ Almagtige, en door Eb
en Vloed, dewelke nimmer meer hare palen of bepalinge zijn
overtredende: Zo groot is der zelver gehoorzaamheid aan God, die hem
het wezen en de wet gegeven heeft.
Ik hebbe te meer my gedragen aan de voorgemelde Heer Van der Veen, op
dat zijn Ed. getuige zal konnen, dat ik my niet te buiten gâ met eene
verzieringe, nog door eenige inzigten, maar voorstelle een momaangezigt
(daar van het wezentlijke schoon nog in zig zelfs verborgen legt, dat
dikmaals maar een weinig lasterens van noden heeft om het alles te
verderven,) het welk in vele Jaren door zorg en moeite dusdanig is
opgeklommen: Dier oorzaak hebbe dit mijn klein werkje, met de Titul van
Zurinaamsche Beschrijving, begunstigt.
Mijn Heeren, U. Ed. zullen ingevolge vinden van wat Natien ’t Landschap
word bewoond; de Regeringe over ’t Volk, en der Christenen Godsdienst
stoel; de aanlegginge der Plantagien, dier schone voordelen en
vermakelijke Woninge, de ruime Huis-houding en het bewind der zelve.
Verders het dagelijksche leven en Goden-dienst van ’t eigen
Landaard-volk, in ’t gemeen genaamt Indianen. Dies te neffens de
Slaafsche Afrikaansche Mooren, hare Land-arbeidinge; mede der zelver
by-gelovige Afgoden-dienst, en haar meerder gehoorzaamheid aan de
Christenen, als wel d’ Indiaansche Volkeren. Wijders, tot dezer beider
Sexen Lighaams onderhoudinge, van Spijs en Drank die zy genieten en
bereiden; hare Huwelijken en Begraaffenisse.
Ingevolge de veel vuldige zoorten van kostelijke en dierbare
Geboomtens, en Gewassen, Vrugten en Planten, Kruiden en Bloemen. Dies
te neffens Land- en Water-gediertens; verscheide Harssen en Gommen. Als
mede wat zoorten van Europëische Aard-Vrugten tegenswoordig voor de
Keuken aangekweek, en tot voort-telinge gebragt worden.
U. Ed. hebben niet te zien op een Historiaale stijl of Romansche
schets, dewijl door verdeeltheden van veranderende Materien alleen
hebbe gememoriëert, en beknoptelijk alles in zijn zamen-hang en
Hooft-delen gebragt. Zoekende hier door geen eere of voordeel, nog
plaats te hebben in ’t Cabinet der Geleerden. Dies zo veel doenelijk,
zonder mengeling van bastartwoorden, voortgevaren; wetende dat alle
dingen in de Tijd veranderen.
Gelieft het aan te zien, Mijn Heeren, als een gering Geschenk van een
arm Man, die een hand vol Water de Koning Artaxexes aanbood, en voor
genotene weldaden niet anders konde bybrengen.
Bekorte deze, Mijn Heeren, met te hopen dat mijn goede mening Uwen Ed.
zal aangenaam zijn, naar toe wenschinge dat deze Colonie mag toe nemen
in een Horen van overvloed, tot genoegen en voordeel van U Ed., als
geinteresseerde, met aller der zelver goede Ingezetenen, het deel meugt
genieten van Abraham na de belofte Gods: U Ed. alle te zamen bevelende
de bescherminge zijner genade. Zal, met eerbiedig Respect, verblijve na
groetenis en geringe Dienst-presentatie,