CHORUS. Bij twee geslachten, even groot in macht,
In 't schoon Verona, waar we thans u brengen,
Barst de oude haat weer uit met nieuwe kracht,
En doet den burger 't bloed van burgers plengen.
Uit dezer haters lend'nen is gesproten
Een minnend paar, ten ondergang gewijd;
Het noodlot heeft hun vroegen dood besloten,
En in hun groeve rust der vaad'ren strijd.
Het hoogste heil van 't paar, hun bitt'ren nood,
Der oud'ren wrok en 't al te laat berouwen,
Door niets gewekt dan door der kind'ren dood,
Zult ge in een tweetal uren nu aanschouwen.
Wat ook ontbreek', verleent ons toch uw gunst;
Die schenkt ons moed en betert onze kunst.