PELOPS.

Pelops, de zoon van Tantalos, erfde diens rijk, maar werd door een

naburigen koning daaruit verdreven. Hij trok nu over zee naar

Griekenland en kwam op het zuidelijk schiereiland aan, dat later naar

hem de Peloponnesus heette.

Daar regeerde in dien tijd in het landschap Elis koning Oinòmaos, die

een zeer mooie dochter had, Hippodameìa genaamd. Nu had een orakel

voorspeld, dat ’s konings schoonzoon hem van het leven zou berooven.

Daarom wilde hij, dat Hippodameia ongehuwd zou blijven en liet bekend

maken, dat hij zijn dochter alleen aan dengene tot vrouw zou geven, die

hem in het wagenrennen overwon; maar dat ieder, die hij overwon, zou

worden gedood.

Koning Oinòmaos bezat een span zeer snelle paarden; daarenboven was er

in geheel Griekenland geen wagenmenner te vinden, zoo vlug en behendig

als zijn dienaar Mỳrtilos. Zóó zeker was hij dan ook van de

overwinning, dat hij zijn tegenstander een aanmerkelijken voorsprong

placht te geven; bij het voorbijrijden stiet hij hem dan zijn speer in

den rug. Dertien jonge mannen waren reeds gevallen; toen verscheen

Pelops en wilde, om den prijs, het waagstuk bestaan. Hij nam zijn

toevlucht tot een list; aan Mỳrtilos beloofde hij de helft van het

rijk, als deze hem aan de overwinning zou helpen.

De dienaar liet zich overhalen. Vóór den afrit trok hij heimelijk uit

den koninklijken wagen de ijzeren aspennen en bracht daarvoor

zwartgemaakte wasstaafjes in de plaats. Op de gewone manier begon de

wedstrijd. Pelops reed vooruit, koning Oinòmaos offerde en stormde

toen, overeind in den wagen, de hoog opgeheven lans in de rechterhand,

den in de verte nauwelijks nog zichtbaren Pelops in wilde vaart na om

hem den rug te doorboren, zooals hij het anderen gedaan had. Reeds was

hij tot op korten afstand genaderd, reeds hield hij zich gereed om hem

den doodelijken stoot toe te brengen, toen plotseling de raderen van

den voortsuizenden wagen afsprongen. Oinòmaos stortte ter aarde,

verwarde zich in de teugels en werd door de voortvliegende rossen te

pletter gesleurd. Pelops daarentegen bereikte zonder ongeluk het doel

van den wedren. Zoo won hij Hippodameia, en met haar den troon van haar

vader.

Nu vroeg echter Mỳrtilos om zijn belooning. Maar Pelops zocht zich aan

zijn verplichting te onttrekken; op een wandeling langs den oever stiet

hij den wagenmenner in zee. Zinkend vervloekte hij Pelops en heel zijn

geslacht, en ofschoon deze alles deed wat hij kon, om het kwaad te

boeten, ging toch de vloek maar al te zeer in vervulling. Reeds de

zonen van Pelops, Atreus en Thyestes, vervolgden elkaar in bloedigen

twist en zelfs onder de kleinkinderen en achterkleinkinderen kwam er

nog geen einde aan de lange reeks van rampen, die het ongelukkige

geslacht van Tàntalos trof.

Een voorstelling van den wagen wedstrijd tusschen Pelops en Oinòmaos

vond men op een der gevelvelden van den grooten Zeustempel te Olympia.

Goden- en Heldensagen · 第 33 / 74 题