VOORWOORD VOOR DEN 6EN DRUK.

Bij dezen nieuwen druk zijn enkele verhalen geheel opnieuw bewerkt,

andere herzien. Er is niet gestreefd naar meerdere volledigheid; eerder

is het aantal namen nog iets beperkt. Een werkje als dit behoeft m.i.

geen opheldering te geven van iederen naam uit mythologie of sagen,

dien men kan tegenkomen; daartoe kan een woordenboek van eigennamen

geraadpleegd worden. Bij te veel namen kan bovendien de eisch van

werkelijk kennen van den inhoud niet gesteld worden; bij beperking

daarentegen is dat wel mogelijk.

Getracht is, vooral met het oog op Gymnasiasten, naar nauwere

aansluiting aan de lezing van het verhaal, die tot grondslag voor de

bewerking diende. Waar één bepaalde overlevering van nabij werd

gevolgd, is de bron nu opgegeven. Ook zijn de boeken van Ilias, Odyssee

en Aeneïs in margine aangegeven; dat kan de keuze voor eigen lectuur

vergemakkelijken.

Ook H.B. Scholieren en leerlingen aan andere inrichtingen van

onderwijs, waar literatuurstudie op het programma staat, zullen tot

goed begrip van heel wat lectuur eenige vertrouwdheid moeten bezitten

met de bekendste goden- en heldensagen, met den inhoud van de groote

epische producten van Oudheid en Middeleeuwen en van de meest gelezen

treurspelen der Grieksche tragici. De hoop, dat het boekje ook buiten

het gymnasium lezers en gebruikers zal blijven vinden, heeft het ook nu

weer onmogelijk gemaakt consequentie in de spelling der eigennamen te

betrachten. Waar een Grieksche lezing aan het verhaal ten grondslag

ligt, is in het algemeen aan de Grieksche schrijfwijze de voorkeur

gegeven; waar een Latijnsche schrijver is gevolgd, is de Latijnsche

spelling geprefereerd. Dreigde echter zoo een veel voorkomende naam

minder goed herkenbaar te worden, dan is, om duidelijkheidsredenen, van

dezen regel afgeweken. Verder is de klemtoon nu in den tekst door

accenten aangewezen. De namen zijn, als vroeger, waar ze voor de eerste

maal voorkomen, gecursiveerd.

Eindelijk is het werkje van illustratie’s voorzien, waarnaar in den

tekst hier en daar is verwezen. Daarbij is niet gezocht naar het minder

bekende; ik meen, dat allereerst de meest voorkomende navolgingen van

producten van klassieke beeldhouwkunst gekend moeten worden.

Een alphabetisch register van eigennamen, met verwijzing naar de

bladzijden, is aan het boekje toegevoegd, en zal, naar ik hoop, de

bruikbaarheid verhoogen.

Groningen, Mei 1914. J. S. THEISSEN.

Goden- en Heldensagen · 第 8 / 74 题