NAAR PARIJS!

Beaupré trad langzaam binnen, nam tegenover Raffles plaats, en zeide op

ernstigen toon, terwijl hij den Grooten Onbekende vast aankeek:

—Niemand kan zeggen, John Raffles, wat er met ons beiden nog zal

gebeuren, maar wat er ook moge geschieden, onder welke omstandigheden

wij ook tegenover elkander zullen komen te staan, ik zal dit nimmer

vergeten! Ik heb vele slechte eigenschappen, maar daaronder behoort

gelukkig niet de ondankbaarheid. Ik weet niet of gij op mijn

dankbetuigingen wel gesteld zijt, en daarom eindig ik met dit woord:

Als gij ooit in gevaar verkeert, en ik ben ter plaatse, dan zal ik u

helpen zooals gij mij vannacht geholpen hebt.

—Dat aanvaard ik, markies! hernam Raffles eenvoudig, en laat ons nu

niet meer over deze zaak spreken, maar ons liever tot den maaltijd

bepalen, waaraan mijn vriend zooveel zorg heeft besteed, en eens over

het verdere deel van uw vlucht praten, want het moet mij van het hart

dat gij nog lang niet in veiligheid zijt!

Allen hadden nu plaats genomen, waarop Raffles vervolgde:

—Ik zou u natuurlijk in dit huis kunnen laten wonen, zoolang als gij

dat zelf noodig zoudt achten, gij zoudt er dan geen stap buiten kunnen

doen zonder vrees voor ontdekking, evenmin als uw vriendin. Ik zou u

een grooten voorraad verduurzaamde levensmiddelen kunnen toezenden,

maar dit zou toch geen bestaan voor u beiden zijn, niet waar? Gij zijt

aan een vrij leven gewend en bovendien, het zou slechts uitstel van

executie zijn, want ik herhaal het: De politie heeft oogen en ooren

wijd open gezet en zal u spoedig genoeg achterhaald hebben, zoodra gij

dit huis zoudt hebben verlaten, waarin gij als in een vesting

opgesloten zou zijn.

—Gij hebt gelijk. Ik geloof niet dat ik dat zou uithouden, zeide

Beaupré, en toch kan ik mij niet verzoenen met het denkbeeld Engeland

te verlaten zonder dat ik mij op Fox gewroken heb.

—Daartoe zal zich later de gelegenheid nog wel aanbieden, hernam

Raffles. Gij kunt dan terugkeeren, zoodra de lucht hier weer eenigszins

zuiver is, maar zeker niet binnen een jaar.

—Een jaar! maar dat is een eeuwigheid voor een man die naar wraak

dorst! riep de Franschman hartstochtelijk uit.

Raffles haalde even de schouders op en zeide:

—Gij zult u daar toch in moeten schikken, tenzij gij met geweld uw

vrijheid wilt offeren! Trouwens—ik ben zeker, dat men te Parijs zeer

naar uwe terugkomst verlangt! Ik kan mij uw heerschzucht begrijpen,

maar zij heeft u verlokt om hier langer te blijven dan wellicht goed is

met het oog op uw positie in de Fransche hoofdstad.

Na een oogenblik te hebben nagedacht, antwoordde Beaupré:

—Gij zult wel gelijk hebben—maar het is hard voor een man met bloed in

het lichaam, om zijn doodsvijand aldus den rug toe te draaien!

—Slechts tijdelijk, markies—slechts tijdelijk! hernam Raffles. Er zal

een tijd komen, waarop gij hem weder tegemoet kunt treden. En dan zou

de beurt wel eens aan u kunnen zijn.

Marthe Debussy legde nu haar kleine witte hand op den arm van Beaupré

en zeide op smeekenden toon:

—Luister naar den raad van John Raffles—keer met mij naar Parijs terug,

Raoul.

—Je hebt goed praten, Marthe! riep Beaupré een weinig ongeduldig uit.

Ik ben nu, dank zij de tusschenkomst van onzen gastheer, gered—maar ik

ben nog steeds in Londen! Wanneer alle havens stevig bewaakt worden,

hoe kom ik dan aan de overzijde, waar men bovendien ook wel

gewaarschuwd zal zijn, zoodat ik daar in iedere havenstad, waar ik aan

wal zou stappen, dadelijk zou worden gearresteerd?

—Maak u daaromtrent niet bezorgd, zeide Raffles op eigenaardigen toon,

terwijl er een zonderlinge glimlach om zijn lippen speelde. Ik heb nog

tijdens den rit in de auto een plan bedacht—en ik denk, dat ik dat ten

uitvoer zal brengen! Het is nu bijna vijf uur—over een half uur zijt

gij te Parijs!

Marthe Debussy wierp Raffles een blik vol ongeloof toe, en toen zeide

de jonge vrouw op zachten toon:

—Gij spot zeker?

—In het geheel niet!

—Maar dat is immers onmogelijk! riep Beaupré uit, terwijl hij Raffles

met de grootste verbazing aankeek. Zelfs de vlugste vliegmachine heeft

toch nog altijd vijf kwartier noodig om van Londen naar Parijs te

sturen!

—Ik blijf bij wat ik gezegd heb! hernam Raffles glimlachend.

—En mag men dan het wonderlijke vervoermiddel weten, waarmede gij dit

denkt te bereiken? riep Beaupré, ten toppunt van verbazing.

—Het doet mij leed, markies, maar daarop moet ik helaas weigeren te

antwoorden, zeide Raffles. Gij zult zelf wel inzien, dat er geheimen

zijn, welke ik zoolang mogelijk ongeschonden moet trachten te bewaren.

De Franschman kneep de lippen opeen en wierp Raffles een schuinschen

blik toe, maar deze, die den blik had opgevangen, hernam rustig, na

zijn horloge te hebben geraadpleegd:

—Ik geloof, dat ik weet, markies, wat er op dit oogenblik in u omgaat!

Gij denkt bij u zelf dat ik u toch wel niet zal blinddoeken, en dat gij

dus mijn vervoermiddel wel te zien zult krijgen. Daarin hebt gij echter

slechts ten halve gelijk—ik zal u wel degelijk blinddoeken, al is het

dan niet met een doek, dien men zien en tasten kan!

—Wat wilt gij zeggen? stamelde Beaupré, terwijl hij met een vaag gebaar

de hand aan het hoofd bracht. Maar wat is er met mij? Ik ben zoo

duizelig... ik......

—Ik zie, dat mijn onschuldig middeltje reeds begint te werken, sprak

Raffles bedaard. Ik ben namelijk zoo vrij geweest, zonder dat gij

beiden er iets van gemerkt hebt, eens een weinig zeer fijn poeder op

den bodem van uw glas te storten. O, gij behoeft u volstrekt niet

ongerust te maken. Ik herhaal het: het is een zeer onschuldig middel,

maar toch is het een blinddoek—gij zult niets zien en niets hooren!

Vergeef het mij, dat ik u beiden aldus belet, mijn geheimen te

doorvorschen—het ging niet anders! Het is nu vijf minuten over vijven;

om half zes zult gij weder ontwaken, te Parijs!

Nog terwijl Raffles sprak, neigde het hoofd van Marthe Debussy zachtjes

voorover, tot het de tafel bereikt had.

Beaupré daarentegen had de kleine toespraak in haar geheel aangehoord.

Hij wilde iets zeggen,—een beweging maken—maar hij had er de kracht

reeds niet meer toe. Hij viel achterover in zijn stoel, slaakte een

diepen zucht en sloot de oogen, terwijl zijn armen slap langs zijn

lichaam neervielen.

Bijna op hetzelfde oogenblik liet zich buiten het huis een zwak geraas

hooren, dat klonk als het brommen van een luchtschroef.

—Henderson is juist op tijd! riep Raffles uit. Snel, Charly! help hem

aankleeden.

De twee vrienden ijlden het aangrenzend vertrek binnen, en kwamen

terug, met kleedingstukken beladen.

Met eenige moeite trekken zij Marthe Debussy en markies Beaupré de

dikke pelsen aan, sloegen hen een wollen bouffante om en drukte hun de

bontmutsen op het hoofd.

Vervolgens grepen zij de slappe, beweginglooze lichamen onder de armen,

en sleepten ze door het vertrek en de gang naar een achterdeur van het

huis.

Zooals reeds is medegedeeld, stond dit huis, dat nog pas een paar weken

geleden voltooid was, aan een nieuwe straat, de laatste van deze wijk,

en die nog lang niet was volgebouwd.

Aan de achterzijde van het huis strekte zich een zeer groot onbebouwd

terrein uit, hetwelk ongeveer een mijl noordelijker overging in

bouwland.

Er liep een smal klinkerpad langs den achtergevel, maar van een tuin of

iets dergelijks was niets te bespeuren.

De huizen ter linker en ter rechterzijde waren nog niet voltooid, en

zoo bleef het geheel onopgemerkt dat de deur van een dier huizen

openging en doorgang verleende aan twee in dikke jassen gehulde mannen,

die iets zwaars met zich medesleepten.

Juist terzelfdertijd streek een niet al te groote maar blijkbaar

buitengewoon snelle vliegmachine van eigenaardigen bouw, die zeer veel

aan een sierlijken libel deed denken, op nauwelijks twintig meter

afstands van die deur neder.

Zoodra het toestel stil stond, sprong er een man uit, die op het groep

kwam toesnellen.

Het was James Henderson, de trouwe reus!

Zonder een woord te spreken nam hij het lichaam van de vrouw op en

droeg het met het meeste gemak naar de stilstaande vliegmachine, den

„Duivel der Lucht”, het wonderbare toestel, dat ontsproten was aan het

vernuft van den Grooten Onbekende, en hetwelk niet door een

benzinemotor, maar door een electrisch gedreven machine in beweging

werd gebracht.

Raffles en Charly volgden met het lichaam van Beaupré, en binnen eenige

minuten waren allen aan boord.

Het bewustelooze paar wend achter in het gemakkelijk ingerichte

schuitje op een deken neergelegd en met een dikken plaid bedekt.

Raffles nam achter het stuurtoestel plaats, haalde een hefboom over, de

beide schroeven begonnen met razende snelheid te draaien en bijna

loodrecht schoot het verwonderlijke toestel pijlsnel in den

nachtelijken hemel omhoog.

Dadelijk zocht Raffles een groote hoogte op.

Weliswaar was het hier zeer koud, en de thermometer wees spoedig

twintig graden onder nul, maar nu kon men tenminste van de aarde af

niet opgemerkt worden.

Raffles volgde eenigen tijd den loop van de Theems en hield toen pal in

oostelijke richting aan.

Het was er hem om te doen, den weg naar Parijs zoo kort mogelijk te

maken—en de kortste weg is nog altijd de rechte lijn.

In rechte lijn gemeten, bedraagt de afstand van Londen naar Parijs

juist tweehonderd mijlen.

Maar was het dan mogelijk, dat Raffles waarheid had gesproken, en dat

de vliegmachine dezen grooten afstand in een half uur kon afleggen?

Ja, dat was inderdaad mogelijk, want reeds vroeger had Raffles met den

„Duivel der Lucht” een snelheid weten te behalen van vijfhonderd

drie-en-veertig kilometer per uur, dank zij den geheimzinnigen motor,

waarvan het geheim nog aan niemand bekend was, behalve aan zijn twee

trouwe metgezellen.

Raffles moest op het kompas sturen, maar dit was voor hem volstrekt

geen bezwaar, zelfs in de duisternis, want hij had dezen weg reeds

meermalen afgelegd en kende hem op zijn duimpje.

Binnen enkele minuten lag de wereldstad achter de reizigers, en Raffles

stuurde nu rechtaan op het belangrijke spoorwegkruispunt Tunbridge

Wells.

Hij herkende dit aan de uitstralingen van de talrijke lichten op en bij

het station en het spoorwegemplacement.

Raffles was zelfs geen tweehonderd meter van zijn rechten koers

afgeweken, want de lichten van het station bevonden zich bijna recht

onder de machine!

Nu was het zaak, op Hastings aan te houden, een belangrijke Engelsche

havenstad, maar die toch nog grooter bekendheid heeft wegens den

geweldigen veldslag, die hier in 1066 werd geleverd tusschen Harold den

Noorman en het leger van den Normandischen Hertog Willem, die aldus den

Engelschen koningskroon verwierf.

Het was nauwelijks veertien minuten over vijven, toen de „Duivel der

Lucht” op een hoogte van omstreeks 1800 meter boven de havenplaats

vloog en het Kanaal tegemoet zweefde, de overtocht begon.

De eerstvolgende stad welke nu zou worden aangedaan, was Tréport.

Weliswaar stak Raffles nu het Kanaal op zijn grootste breedte over,

maar dat deerde hem volstrekt niet, want binnen tien minuten zou die

overtocht volbracht zijn!

En Tréport lag nu eenmaal in de rechte lijn.

Raffles moest nu de machine vrij aanzienlijk laten dalen, teneinde uit

een dichte mistbank te geraken, en hij vloog op nauwelijks zestig meter

boven de golven, met een snelheid, die de vliegmachine een geluid deed

maken als een snaar van een reusachtigen contra-bas, welke met kracht

werd aangestreken.

De mistbank trok even plotseling weg als zij was komen opzetten, juist

toen de lichten van Tréport, een geliefkoosde Fransche badplaats, in

het gezicht kwamen.

Dadelijk schoot de „Duivel der Lucht” weder omhoog en vloog op een

hoogte van duizend meter ongeveer over de kleine stad.

Het was nog steeds zeer donker, maar toch begon de hemel zich in het

oosten lichter te tinten—het zou zeker een zeer schoone herfstdag

worden.

Onverpoosd zette de vliegmachine haar weg door het luchtruim voort met

een snelheid, welke het pasgevestigde Fransche record van 280 kilometer

in het uur bijna met datzelfde cijfer overtrof!

Charly had nu en dan een blik achter zich geworpen, teneinde naar de

beide bewustelooze Franschen om te zien, maar zij hadden zich nog in

het geheel niet bewogen.

Wat Henderson betreft, deze had zich gedurende dien tijd steeds bezig

gehouden met de machine, teneinde haar zoo snel mogelijk te laten

loopen. Hij stelde er een eer in, dat zijn meester zijn belofte gestand

zou doen, en daarom verzorgde hij de kostbare machine als zijn oogappel

ofschoon zij dit eigenlijk volstrekt niet noodig had!

Om vijf minuten vóór half zes vloog de „Duivel der Lucht” met razende

snelheid oostwaarts van Neuchatel, en nog een vijf minuten later bevond

zij zich in de buurt van het kleine dorp Méru.

En plotseling hief Charly de hand op en wees naar een punt aan den

horizont.

Daar was het, alsof er een reusachtige boschbrand woedde—een rossige

gloed kleurde in het zuidoosten den hemel.

Die rossige gloed—dat was Parijs, dat was de Lichtstad!

Raffles raadpleegde zijn polshorloge.

Het was twee minuten over half zes. Hij had nog drie minuten om het

ideaal van zijn reis binnen den bepaalden tijd te bereiken.

Reeds zweefde de vliegmachine boven het bosch van St. Germain en

driemaal was zij reeds de Seine gepasseerd, die vlak bij Parijs een

zeer grillig verloop heeft en drie reusachtige lussen vormt van eenige

tientallen kilometers lengte.

Montesson werd voorbij gevlogen, onzichtbaar in de duisternis, een

halve minuut later Nanterre en juist om vijf minuten over half zes

streek de „Duivel der Lucht” neer op een kleine weide, even vóór de

eerste huizen van de Parijsche voorstad Neuilly, aan een der fraaiste

gedeelten van de Seine gelegen.

Alles was hier nog in duisternis gehuld, en men kon de vormen

ternauwernood onderscheiden.

In het zuiden echter doemden de eerste boomen op van het Bois de

Boulogne. En men kon den weg, die naar de hoofdstad geleidde, duidelijk

onderscheiden.

Langs dien weg waren op geregelde afstanden banken geplaatst, en

markies Beaupré en Marthe Debussy werden zorgvuldig uit de machine

getild en naast elkander op een van die banken geplaatst.

Raffles haalde een klein doosje uit zijn zak, prachtig gesneden uit een

agaatsteen, en niet veel grooter dan een hazelnoot, en nam er twee

lichtgroen gekleurde pillen uit.

Hij opende achtereenvolgens de lippen van de beide bewusteloozen en

duwde hun ieder een der pillen in den mond.

Toen zeide hij fluisterend:

—Nu snel weg, Charly! Over een minuut hebben deze pillen uitgewerkt en

zullen deze beide menschen uit hun lethargie ontwaken!

De twee vrienden ijlden naar de plek, waar Henderson bij de

vliegmachine de wacht hield, klommen in het schuitje en een paar

seconden later zweefde de „Duivel der Lucht” op aanzienlijke hoogte

boven het park van St. James, juist op het oogenblik, dat Beaupré en

zijn minnares tegelijkertijd ontwaakten, zich de oogen uitwreven en

zich afvroegen of zij soms droomden!

Lord Lister No. 0306: Een avontuur van Koning Alfonso · 第 10 / 16 题