AANTEEKENINGEN

[1] Van alle in deze Inleiding aangehaalde gedichten van Dante,

(buiten die der Vita Nuova) of van zijn voorgangers en tijdgenooten

vindt men de geheele vertaling in het Aanhangsel.

[2] De Siciliaan Jacopo da Lentino.

[3] De Toskaan Guittone d'Arezzo.

[4] Het nieuwe leven begint; of: Hier begint het "Nieuwe

leven."

[5] De hemel des lichts: de zon. Volgens het stelsel van Ptolomaeus is

de aarde het onbeweeglijke middelpunt van negen rondwentelende hemelen,

nl. die van de Maan, Mercurius, Venus, de Zon, Mars, Jupiter, Saturnus,

de Vaste Sterren en den Kristalhemel of het Primum Mobile, welke

laatste aan al de anderen zijne beweging meedeelt, (nl. de omwenteling

in den sterredag: 23 uur, 56 min. 4 sec.) waarnaast zij ook een eigen

beweging hebben (voor de zon den omlooptijd van een jaar). Deze negen

hemelen werden omvat door den onbeweeglijken hemel of het Empyreum.

[6] Beatrice: letterlijk Zaligmaakster. Verkort: Bice.

Deze eerste ontmoeting had volgens Boccaccio plaats tijdens een

Meifeest, dat in 1274 door Folco Portinari, den vader van Beatrice,

een der aanzienlijkste burgers van Florence, werd gegeven. Dante zou,

in gezelschap van zijn vader Alighiera Alighieri, dit feest hebben

bijgewoond.

De zinsnede: "die niet wisten hoe haar te moeten noemen" (li quali

non sapeano che si chiamare) is eene der meest onduidelijke der Vita

Nuova. Men heeft er o. a, uit willen afleiden dat Dante's Beatrice

nièt dezelfde was als Bice Portinari, omdat de naam van deze immers

bekend was. Dante heeft echter m. i. alleen willen zeggen dat degene,

die haar toevallig niet mocht kennen, haar naam wel vanzelf moest

raden, afgaande op hare schoonheid en deugdzaamheid. Men bedenke ook

dat in Dante's voorstelling zijn geliefde dien naam natuurlijk niet

maar toevallig droeg. Vergelijk ook § XIII: Nomina sunt consequentia

rerum, d. w. z. de namen richten zich naar de dingen. (Aanteekeningen

31). Pasqualigo leest: "die niet wisten wie zij (eigenlijk) aldus

noemden (namelijk een engel)". In elk geval heeft Dante op deze

wijze den naam zijner Vrouwe, welke hij volgens troubadours traditie

niet noemen mocht, toch uitgesproken. Zij werd algemeen--ook in

het testament van haar vader--Bice genoemd; Dante geeft haar haar

onverkorten naam als het ware tot schuilnaam. Hij kon dit te eer

doen omdat ook andere dichters herhaaldelijk hunne geliefden als eene

"beatrice" aanspreken. (Zie ook aanteekening 46)

[7] De sterrenhemel. Volgens Dante (Conv. II. 6.) beweegt zich de

hemel der vaste sterren één graad per honderd jaar van het westen

naar het oosten, zoodat Beatrice acht jaar en vier maanden oud was

toen zij Dante verscheen.

[8] Dierlijke en natuurlijke geest. De voorstelling der verschillende

levensverrichtingen als "geesten" is in de scholastieke wijsbegeerte

zeer gebruikelijk en oorspronkelijk aristotelisch. In zijn "Peri

Psyches" (Over de Ziel) beschrijft Aristoteles de ziel als de

"Entelechie" d. w. z. de verwerkelijking, het innerlijke doel, van

alle functies van het levend organisme. De laagste vorm der ziel is

de vegetatieve, het "threptikon", hier de "natuurlijke geest" genoemd,

welke beperkt is tot de functies van voeding en voortplanting en reeds

bij de planten wordt aangetroffen. Bij de dieren voegt zich hierbij de

"Dierlijke geest", de sensitieve ziel, bestaande uit "aisthètikon"

(zinnelijke waarneming), "orektikon" (begeerte) en "kinèktikon"

(beweging). De hoogste vorm, de rationeele ziel, de "Nous", de Rede,

komt slechts bij den mensch voor. Dante, die geen Grieksch kende,

ontleende zijn psychologische kennis waarschijnlijk aan het werk

"De Anima" (Over de Ziel) van den scholast Hugo de St. Victor. De

"zinnelijke geesten" waarvan iets verder sprake is, verbeelden de

vijf zintuigen.

[9] Ziet, een god die sterker is dan ik en die, komende, mij zal

beheerschen.

[10] Uwe gelukzaligheid is thans verschenen.

[11] Ik ongelukkige! Hoe dikwijls zal ik nu voortaan gehinderd worden!

[12] Amor. Dante gebruikt voor "liefde" afwisselend Amor en Amore. Het

eerste woord duidt de liefde aan verpersoonlijkt in de gestalte van

een man, een schoone, ernstige verschijning, die niets gemeen heeft

met het traditioneele dartele minnegodje. In Dante's symboliek immers

is Liefde hetzelfde als Deugd.

[13] Zij scheen niet de dochter etc. De klacht van Priamos over den

verslagen Hektor. Ilias XXIV, 258.

"......oude eoikei

Andros ge thnètou pais emmenai alla theoio."

[14] Negen jaren vervuld. Deze ontmoeting had dus plaats in het

voorjaar van 1283. Dat Beatrice in zuiver-wit gekleed was schijnt

er op te wijzen dat zij eene dier vrouwen was die tijdens de in dit

voorjaar gehouden feesten deel uitmaakten van den "minnehof" waarvan

de oude biograaf Villani gewaagt. (Zie Inleiding).

[15] Allerlieflijkste. Het Italiaansche "gentilissima" beteekent

meestal "zeer edel", zoowel van geboorte als van karakter; maar ook

bekoorlijk, zacht, vriendelijk, minzaam. In elk geval krijgt het deze

beteekenissen door het gebruik dat Dante van het woord maakt. Ik meen

dat mijne vertaling dit alles min of meer insluit.

[16] Hoofschheid: De letterlijke vertaling van het Italiaansche

"Cortesia". Zoo edel en deugdzaam als de zeden ten hove.... behoorden

te zijn.

[17] Vol van deugden. Hier en overal elders moet het woord "deugd"

(evenals het Italiaansche "virtute" en het Latijnsche "virtus") in

den ruimsten zin worden opgevat, waarin het ook "kracht", "vermogen

om iets goeds te bewerken" insluit.

[18] Ik ben uw Heer.

[19] Naakt. Men zoeke hierachter geen symboliek, nog minder een

aanwijzing van geheime zinnelijkheid van Dante's liefde. Het was

in de middeleeuwen gewoonte geheel ongekleed te slapen, zoodat Amor

Beatrice niet anders dan naakt kon ontvoeren.

[20] Vrouwe des Heils. Het Italiaansche "salute" beteekent

zoowel "groet" als "heil, redding". Donna della salute lijkt dus

dubbelzinnig. Maar deze dubbelzinnigheid is door Dante gewild en lost

zich op wanneer men bedenkt dat Dante's hoogste heil juist in niets

anders bestond als Beatrice's groet.

[21] Zie, uw hart.

[22] Hetwelk zij weifelend at. Het doen eten van een hart is een

beeldspraak die in de troubadourspoëzie meer voorkomt en die op

een barbaarsche werkelijkheid berust, Meestal is het een bedrogen

echtgenoot die zijn gade dwingt het hart van haar verslagen minnaar

te eten, Sordello van Mantua echter, een door Dante zeer hoog geschat

troubadour, doet (in overeenstemming met een ook thans nog onder vele

wilde volken wijdverbreid volksgeloof) aan den laffen baronnen van zijn

tijd het voorstel gezamenlijk het hart van zijn dooden vriend Blacas op

te eten, opdat diens deugd en moed in hen mochten overgaan. Bij Dante

heeft het voor onzen smaak onfraaie beeld een dergelijke beteekenis:

hij hoopt dat door het eten van zijn brandend hart de gloed zijner

liefde in Beatrice moge overgaan.

[23] In rijmen te spreken. Dit beteekent dichten "in de volkstaal",

in tegenstelling met dichten in het Latijn, in welke taal het rijm

niet of zelden (kerkelijke liederen) wordt aangewend. (Zie § XXVII)

[24] Getrouwen der Liefde. Spreekwijze uit de ridderpoëzie: de

Liefde wordt voorgesteld als een machtig "Heer", de minnaars als zijn

vasallen, zijn getrouwen. (fedeli)

[25] Hart. In Dante's poëzie wordt het woord "hart" dikwijls

persoonlijk gebruikt, als synoniem van "mensch".

[26] Mijn grootste vriend. Guido Cavalcanti (zie Aanhangsel). Andere

bekende dichters, wier antwoorden op Dante's sonnet bekend zijn, waren

Cino da Pistoia en Dante da Maiano. Een dergelijk vragen en antwoorden

in poëzie was onder de dichters van dien tijd zeer gebruikelijk.

[27] Ge zaagt etc. In het Italiaansch luidt de regel:

"Vedesti al mio parere ogni valore"

hetgeen rijmt op Dante's beginregel:

"A ciascun alma presa e gentil core"

Analogie in onze litteratuur: het sonnet van P. C. Hooft aan

C. Huigens: "Men voedde Achilles op met mergh uit Leeuwenschonken",

dat aanleiding gaf tot een reeks van sonnetten van andere dichters

op dezelfde rijmklanken.

[28] De ware beteekenis. Verschillende commentatoren hebben hierin

weer iets "duisters" gezien. Bedoeld wordt natuurlijk: "nu Beatrice

gestorven is (wat heel Florence weet) en inderdaad door de Liefde

zelf ten hemel is gedragen, waarheen zij mijn brandend hart heeft

meegenomen."

Een andere vraag is of Dante, toen hij dit sonnet schreef, reeds aan

dezen uitleg dacht, m. a. w. of hij een voorgevoel van Beatrice's

vroegen dood had. Het is opvallend dat alleen in het later toegevoegde

proza ervan gewaagd wordt dat Amor hemelwaarts vliedt. Had dus,

toen Dante het sonnet schreef, Amor's plotseling opkomend verdriet

een andere reden? Melodia onderstelt dat de oorzaak van Amor's of

Dante's verdriet is de verloving of het huwelijk van Bice met Simone

dei Bardi, en dat dit sonnet is een "voorspelling nà het feit", zooals

men er zoovele aantreft in de Commedia. Aanvankelijk slaapt Beatrice,

d. w. z. zij is onbewust van Dante's liefde; dan bemerkt zij haar

en schijnt haar, na vele pogingen van Dante's kant, te beantwoorden

door haren groet (zij eet het hart werkelijk op "schuchter, schoon

gehoorzaam, paventosa umilmente"), maar verlooft zich ten slotte toch

met een ander. Deze verklaring lijkt mij zeer aannemelijk voorzoover

het een verloving of het vooruitzicht daarvan betreft; dat Beatrice

reeds gehuwd was vòòr Dante haar tot zijn Vrouwe koos, acht ik niet

waarschijnlijk. (Zie aanteekening 34-36).

[29] De koningin der glorie: Maria. Dante wil hier Beatrice's vereering

voor de Moeder Gods aanduiden. Dikwijls gebruikt hij voor Maria en

Beatrice gelijksoortige woorden; het is bovenal Beatrice's nederigheid

en ootmoed (umiltate) welke hij verheerlijkt en waardoor zij na haren

dood zal stralen "onder het teeken van Maria" (§ XXVIII) in dien

hemel waar: "hoogst gebenedeid Maria troont onder de nedrigst-vromen"

(sonnet XXXIV).

[30] Een scherm der waarheid, (schermo). De methode om de liefde voor

hun "dame" te verbergen door liefde voor eene andere te veinzen, werd

onder de troubadours en oudere Italiaansche dichters herhaaldelijk

toegepast. Zij houdt natuurlijk verband met het feit dat de "dame"

meestal gehuwd was met een ander. Voorbeelden bij Folquet de Marseille,

Arnaldo Daniello, Guittone il Torraca.

[31] Serventese. (Provençaals: sirventes) Een gedicht in terzinen,

door een halven regel aan elkaar verbonden, naar het schema

AAAb--BBBc. Meestal van politiek-religieusen inhoud, maar ook wel

lyrisch.

Het dichten van een lofzang op een aantal vrouwen eener stad of

streek tegelijk, was bij de oude troubadours niet zeldzaam. Dat

Dante er juist zestig uitkiest heeft zonder twijfel een of andere,

met zijn getallenmystiek in verband staande reden. Verschillende

commentatoren meenen dat de Vrouwe die Dante tot scherm diende in

dit verloren gedicht genoemd werd onder nummer dertig en dat op hààr

de raadselachtige uitdrukking slaat: "en zij die 't dertigst stond"

in Dante's sonnet: "Guido, ik wou" (Zie Aanhangsel).

[32] Dit gedicht, evenals het tweede sonnet in § VIII, is eigenlijk een

ballade, op een overeenkomstige, maar nog kunstiger wijze gebouwd dan

het gewone sonnet, doordat de kwatrijnen met twee en de terzinen met

één drievoetigen regel verrijkt werden, zonder dat evenwel door deze

toevoeging nieuwe rijmklanken werden ingevoerd. Het gedicht is hierdoor

zoowel kunstiger van rijm als bevalliger van rythmiek geworden.

[33] Gij allen die over weg gaat, schouwt het aan en ziet of eene

smart zij gelijk mijne smart. (Klaagliederen van Jeremia I. 12).

[34] Dante wil hier zeggen dat hij in de laatste terzine

oogenschijnlijk bedroeft is over het vertrek van zijn "scherm", in

werkelijkheid echter om iets anders, waarschijnlijk de hopeloosheid

zijner liefde voor Beatrice.

[35] Volgens sommige commentatoren zijn hier bedoeld de twee laatste

regels van het tweede sonnet. Zij luiden in het Italiaansch:

Chi non merta salute,

Non speri mai d'aver sua compagnia.

hetgeen letterlijk vertaald is:

Wie niet het heil verdient

Hope nooit haar gezelschap te hebben.

Dat met haar gezelschap dat van Beatrice bedoeld zou zijn is inderdaad

zeer gezocht. Rossetti meent dat Dante te verstaan wil geven dat

diegene die het gezelschap der gestorven vriendin had genoten, dat

wil dus zeggen Beatrice, den hemel waardig was. Hij vertaalt:

Whoso deserves not Heaven

May never hope to have her company.

Ik waag een andere, m. i. zeer eenvoudige verklaring, berustend op

Dante's dubbelzinnig gebruik van het woord "salute". De, làter door

Dante verzonnen, verborgen bedoeling zou dan zijn: "Wie zoo slecht

is dat hij niet den groet (van Beatrice) verdient, hope nooit in den

hemel (d. i. in het gezelschap der gestorven vriendin) te komen.

Het is echter ook mogelijk dat de duistere woorden alleen slaan op

de terzinen van het éérste sonnet. De Liefde in "tastbare gedaant"

toch is dan Beatrice zelf. (verg. Aanteekening 46)

[36] O lage Dood. Morte villana. Het woord "villana" heeft hier

de oude beteekenis van boersch, wreed, laag, in tegenstelling met

"gentile", edel.

"mors, villaine ies, en toi n'a gentillece" (provençaalsch lied).

[37] Gebeurde er iets. Verschillende uitdrukkingen (o.a. het verplichte

van den tocht, het rijden in gezelschap van velen gedurende een

geheelen dag) wijzen er op dat hier sprake is van een militaire

expeditie. Inderdaad zond Florence tijdens een oorlogje, van 1285

tot April 1286 gevoerd tusschen Sienna en Arezzo, een troepje ruiters

uit om de Sienneezen te helpen.

[38] Mijn zoon, het is tijd dat wij onze voorwendselen ter zijde

stellen.

[39] Ik ben gelijk het middelpunt van eenen cirkel, tot hetwelk alle

deelen van den omtrek zich gelijkelijk verhouden; gij echter zijt

niet aldus.

[40] Ik ben gelijk etc. Over deze zinsnede is heel wat gestreden. De

meest aannemelijke opvatting lijkt mij die van Proto. Volgens deze

is de beteekenis: Ik, de Liefde, ("die de Zon en de andere sterren

beweegt", laatste regel van het Paradijs) ben het eene, onveranderlijke

kernpunt van alle deugden, en evenver verwijderd van de ontelbare

zonden die buiten mij liggen. Ook gij, Dante, staat nog buiten dit

middelpunt; daarom ween ik om u en zie ik in dat het tijd voor u is

om het onwaardige geveins dat u tot zonde verleidt, te laten varen

en u alleen te richten tot Beatrice, de "vernietigster van alle

kwaad en koningin der deugd", die zelf "Liefde" zou moeten heeten,

"zoozeer gelijkt zij mij" (§ XXIV).

[41] In de volkstaal. Hieruit blijkt dat Dante, toen hij dit schreef,

het Latijn nog niet gemakkelijk verstond. Dante zegt zelf dat hij

eerst nà den dood van Beatrice ernstig begon het Latijn te bestudeeren

en wel het eerst het boek der "Vertroosting" van Boëtius en "Over

de vriendschap" van Cicero, welke lectuur hem echter zeer moeilijk

viel. (Conv. II. 13)

[42] Maar tooi hen met zoete harmonie. Dit beteekent: "laat het

lied op muziek zetten", gelijk voor minnedichten, vooral ballades,

veel geschiedde.

[43] De namen richten zich naar de dingen.

[44] De namen richten zich naar de dingen. Leuze der scholastieke

Nominalisten, in tegenstelling met de leer der Realisten, volgens

welken de begrippen een reëel, werkelijk bestaan hadden op zichzelf.

[45] Naar welke plaats ik werd medegenomen. Volgens de Florentijnsche

verordening op huwelijks- en begrafenisplechtigheden mocht elk

genoodigde één vriend meebrengen, een edelman echter vier en een

rechter of arts twee.

[46] Mij toevertrouwend etc. Fidandomi nella persona, laquale un

suo amico al estremità della vita condotto avea. Letterlijk: mij

toevertrouwend aan dien persoon, die (of dien) eenen (of een) zijner

vrienden naar het uiterste eind des levens geleid had.--Het komt mij

voor dat deze tusschenzin alleen reden van bestaan heeft wanneer die

tweede vriend Dante zelf is. De zin, die anders volkomen overbodig,

ja misplaatst ware, is ironisch bedoeld. "Ik vertrouwde mij toe aan

een man die nota bene alleen reeds door mij hierheen te brengen mijn

leven in gevaar bracht." Ook Rossetti vat het aldus op en vertaalt:

Who yet was leading his friend to the last verge of life. De ironie

wordt nog duidelijker wanneer men aanneemt dat Cavalcanti, voor wien

immers Dante de Vita Nuova schrijft, zelf de bewuste geleider was.

[47] Enkele commentatoren, ook Rossetti, meenen dat Dante in deze

paragraaf spreekt over de bruiloft van Beatrice zelf, die immers

waarschijnlijk juist in dezen tijd, omstreeks 1287, huwde met Simone

dei Bardi. Het is in de hoofsche poëzie geen gebruik ooit over het

huwelijk der aangebedene te spreken. Des te waarschijnlijker lijkt

het mij dat Dante er toch op deze wijze een toespeling op maakte.

Een argument voor de juistheid dezer opvatting is dunkt mij ook het

antwoord dat Dante geeft aan zijn bezorgden vriend: "Ik heb mijn

voeten gezet in dat deel des levens, vanwaar men niet kan terug gaan

al wilde men". Men heeft deze duistere woorden willen verklaren

met een onnoozel: "ik was op het punt te sterven, ik was alhaast

in de andere wereld." Het komt mij voor dat deze woorden een geheel

andere en zeer diepe beteekenis hebben. Zij willen zeggen dat voor

Dante een nieuwe levensfase begon en de vroegere onherroepelijk

is afgesloten. (Zie ook § XVII de "nieuwe stof" die hij wil gaan

behandelen) Na Beatrice's huwelijk toch is hij wel gedwongen tot

een zuiver ideëele liefde. Ofschoon haar huwelijk den dichter Dante

de gewenschte exaltatie eener geestelijke liefde bracht, moest zij

den màn zeker pijn doen. Vandaar Dante's buitengewone verwarring en

ontroering. Andere argumenten in 35 en 36.

[48] Spotteden zij over mij. De bespotting van den minnaar door zijn

"dame" is een geliefd thema bij de oude troubadours en ook bij Dante's

tijdgenooten, o. a. Cino da Pistoia:

"Zoo ge de klagelijke stem kondet hooren

Van mijne zuchten, wanneer zij mij verlaten,

Zoudt ge mijn gelaat en kleur niet bespotten,

Die ik geheel verwissel wanneer ik in uwe nabijheid ben."

Hoe kon Beatrice, de zoo deemoedige en zachte, zoo wreed zijn Dante

te bespotten? Wellicht spotten alleen de andere vrouwen en heeft

zìj slechts geglimlacht, zooals ieder mensch, ook de edelste, zonder

leedvermaak kan glimlachen om het jammerlijk figuur van een wanhopig

verliefde. Of is de bespotting een beeldspraak voor het feit van haar

huwelijk met een man dien zij hoogstwaarschijnlijk slechts op bevel

van haar vader, uit politieke of commercieele overwegingen, trouwde,

gelijk in dien tijd gewoonte was?

[49] Geloovende te moeten zwijgen, en "ofschoon ik mij daarna nooit

meer (onmiddellijk) tot haar richtte." Ook deze zinnen pleiten sterk

voor de juistheid van het vermoeden omtrent Beatrice's huwelijk. Het

ware al heel verwonderlijk als Dante plotseling, eigenlijk zonder

motief, het bezingen zijner Vrouwe gestaakt had; maar het kan

niet verwonderen dat hij in zijn eerste smart meende nu ook maar

voorgoed te moeten "afsluiten", en evenmin dat hij dan later toch dit

voornemen weer ontrouw wordt. Dat hij de drie sonnetten waarin hij

zijn wanhopigen toestand schildert, in strijd met de chevallereske

kieschheid, tot haarzelf richt, bewijst dat zij de vrucht zijn van een

buitengewoon sterke ontroering. Dat hij haar echter, na dien eersten

storm, niet meer direct aanspreekt, wordt eveneens door haar huwelijk,

waardoor dit nog onbetamelijker, zooniet gevaarlijk wordt, verklaard.

Ten slotte is het opvallend dat de gedichten die nu volgen van een

geheel anderen geest zijn dan de vorigen; zij behandelen inderdaad een

"nieuwe en edeler stof"; zij zijn zuivere lofzangen, zonder verborgen

bijbedoeling. Zij prijzen alleen, zij vragen niets. (Zie Inleiding.)

[50] Val welke eene. d'Ancona meent dat deze dame, wier vraag het

oogenblik van de ideëele verandering der figuur van Beatrice en

van het nieuwe karakter van Dante's volgende poëzie aanduidt, de

latere Mathilde van het Paradijs is. In verband met de voorgaande

aanteekeningen wijs ik er op dat die vraag echter hoogstens een

medewerkende aanleiding tot Dante's bewustwording der vergeestelijking

zijner liefde kon zijn. De ware oorzaak van den grooten omkeer in

zijn gemoed, van zijn stijgen boven de subjektieve klacht uit tot de

objectieve verheerlijking, is de uitkomst eener innerlijke evolutie

die wel door een schokkend feit, zooals haar huwelijk, maar niet door

een opmerking eener vreemde dame kon worden teweeg gebracht.

[51] Hunne woorden zag uitgaan. Mi parea vedere le loro parole uscire

mischiate di sospiri. De commentatoren die Dante willen verbeteren

door vedere te vertalen met hooren, doen den dichter onrecht.

Dante verstond de woorden der pratende vrouwen niet, maar zag hen

spreken en zuchten en juist dit zien bracht hem op die wonderbaar

schoone vergelijking van den regen met sneeuw vermengd.

[52] Niet tot alle vrouwen. Dante neemt het woord "donna" in zijn

meer beperkte beteekenis, waarin het adjectief "gentile", edel,

lieflijk als het ware ligt opgesloten. (evenals bij ons: "dame" het

begrip "wel opgevoed" insluit.) De vrouw-zonder-meer toch is volgens

Dante's spreekwijze niet in staat de liefde te kennen. Alleen de

Deugd, de Gentilezza, schenkt haar daartoe het vermogen. De eerste

regel der canzone is dus in Dante's taal: "Gij edele vrouwen, die de

deugd bezit."

[53] Over de beteekenis dezer canzone als eerste oorspronkelijke

"meesterproef" zie mijn Inleiding.

[54] En die eens spreken zal etc. Deze regels hebben tot een geheele

litteratuur aanleiding gegeven. Mij lijkt de meest voor de hand

liggende, maar zeer betwiste verklaring, nl.: dat Dante hier een

toespeling maakt op zijn later werk "de Hel", zeer aannemelijk. Waarom

zou hij niet reeds tijdens het schrijven dier canzone hebben

rondgeloopen met het vage denkbeeld--voor dien tijd niet eens zoo

oorspronkelijk--later een tocht door de Hel te beschrijven?

[55] De wijze dichter. Guido Guinizelli. Zie Inleiding en Aanhangsel.

[56] De verwekker. Folco di Ricovero Portinari, gestorven 31 December

1289. Hij was een aanzienlijk, rijk en vrijgevig man, o.a. stichter

van een hospitaal.

[57] Volgens gebruik. Volgens de Florentijnsche verordening kwamen

de vrouwelijke bloedverwanten en buren in het sterfhuis bijeen,

terwijl de andere leeddragenden zich er vòòr verzamelden.

[58] Hosanna in den Hooge.

[59] Door zeer nauwe verwantschap. Blijkbaar bedoelt Dante een

zijner zusters.

[60] Giovanna, Monna Vanna, was de "dame" van Cavalcanti. Het geven

van een bijnaam (provençaalsch "senhal" = signal, teeken) was een oud

troubadoursgebruik. Dante past het hier toe om, volgens zijn symboliek,

Beatrice met de Deugd of hoogste Liefde te vereenzelvigen. Inderdaad

kan in verscheidene gedichten het woord: "Liefde" of "Amor" door

"Beatrice" worden vervangen, bv.

Klaagt al wie mint nu ge Amor zelf hoort klagen....,

en:

Over der doode lieflijk beeld gebogen

Zag 'k weenen hem (de Liefde) in tastbare gedaant.

(§ VIII)

en:

van Liefde spreken nu al mijn gedachten.... (§ XIII)

en:

Dikwerf wanneer 'k bepeins het vreemd gedragen

Waartoe mij Amor dwingt.... (§ XVI)

[61] Ik ben de stem des roependen in de woestijn; bereidt den weg

des Heeren. (Matheus III, 3.)

[62] Zekere woorden verzwijgend. Namelijk de woordspeling waarbij Monna

Vanna slechts een voorloopster schijnt van nog grootere schoonheid. Aan

de vergelijking met Johannes den Dooper als voorlooper van het ware

Licht, zal Dante bij het schrijven van het sonnet wel niet hebben

gedacht (zie Inleiding). Toen Dante het proza schreef wist hij dat

Cavalcanti's liefde voor Monna Vanna inmiddels was bekoeld en kon

hij spreken zonder zijn vriend te kwetsen.

[63] Monna Vanna en Monna Bice. Monna is de populaire verkorting van

Madonna. Gevolgd door den voornaam duidt het woord alleen gehuwde

vrouwen aan.

[64] Volgens den filosoof. "De" filosoof in de middeleeuwen is steeds

Aristoteles. Dante haalt hem waarschijnlijk aan uit de tweede hand.

[65] De taal van "oc". Dante onderscheidde de Romaansche talen naar

hun bevestigend bijwoord, in het provençaalsch "oc", in het oud-fransch

"oil", in het Italiaansch "si".

[66] Ouder dan 150 jaren. Dit is slechts juist wat het Italiaansch

betreft, de provençaalsche poëzie begint reeds tusschen het jaar 1000

en 1050.

[67] Om van de Liefde te spreken. Hier meent dus Dante nog dat de

volkstaal alleen voor het minnedicht geschikt is; ook in het Convitto

stelt Dante het Latijn nog steeds boven de volkstaal; eerst in zijn

"De vulgari eloquio" slaat zijn waardeering om.

[68] Virgilius, Horatius, Ovidius en Lucanus behooren tot de dichters

die Dante het meest bewonderde. (Hel IV. 90)

[69] Aeolus, u verleende.... (Aenëide I, 65).

[70] Wat gij, koningin, wenscht.... (Aenëide I, 76).

[71] Harde Dardaneërs.... (Aenëide III, 94).

[72] Veel, o Rome, hebt ge te danken aan de wapenen uwer burgers

(Pharsalus I, 47).

[73] Noem mij, o Muze, den man. (Epistola ad Pisones V. 141).

[74] Middelen tegen de liefde.

[75] Oorlog bereiden zij mij, zie ik, zoo sprak zij.... (Remedia

Amoris V. 2).

[76] Deze ééne stanza der zoogenaamde canzone vormt een gesloten

geheel. De bouw is, behoudens de ééne verkorte regel, volkomen die

van een sonnet. Het lijkt mij daarom zeer waarschijnlijk dat Dante

dit sonnet achteraf, wegens het samenvallen van zijn ontstaan met

Beatrice's dood, voor een plotseling afgebroken canzone heeft willen

doen doorgaan.

[77] Hoe zit die stad zoo eenzaam, die vol volks was! Zij is als eene

weduwe geworden, zij, die groot was onder de heidenen. (Klaagliederen

van Jeremia I. 1).

[78] Deze derde reden heeft tot heel wat onderstellingen aanleiding

gegeven. Aannemelijk lijkt mij dat Dante wil zeggen: door haar op

waardige wijze in haar hemelsche heerlijkheid af te beelden, zou ik

mijzelf min of meer een brevet van heiligheid geven.

[79] Een anderen uitlegger (chiosatore, glossateur) Cina da Pistoia,

die eene canzone schreef om Dante te troosten over het verlies van

Beatrice. (Zie Aanhangsel)

[80] De kalender van Arabië. Beatrice stierf in den avond van

8 Juni 1290. Volgens Arabische dagverdeeling begon de dag na

zonsondergang. Dante roept die dagverdeeling dus te hulp om den datum

8 te kunnen veranderen in 9, en den Syrischen kalender opdat Juni de

9de maand zou zijn.

Tisirin de eerste. Er zijn namelijk twee maanden welke dien naam

dragen.

Het volmaakte getal = 10.

[81] Dante's kabalistische negen-fantasie, overigens geheel naar

de mode des tijds, komt alleen voor in het proza. Blijkbaar heeft

hij dus in den tijd waarin hij de gedichten schreef nog niet aan dit

quasi-mystieke verband gedacht. De behoefte om het wezen van Beatrice

te vergeheimzinnigen en zijn liefde tot haar te vergoddelijken is

eerst nà haar dood, zooniet ontstaan, dan toch sterker geworden. Als

Beatrice niet gestorven was, zou Dante stellig vroeger of later haar

dood hebben "verzonnen".

[82] Aan de voornaamste burgers. A li principi de la terra. Volgens

sommigen "aan de vorsten der aarde". Maar "terra" wordt door Dante

herhaaldelijk als "stad" gebruikt en met "principi" kan hij, onder de

suggestie van het "principes" in zijn Latijnschen brief, "principali"

bedoeld hebben, d.w.z. de aanzienlijksten. De uitbreiding van zijn

smart over de geheele stad (zie ook § XL) is in Dante's toestand

verklaarbaar, vooral waar hij herhaaldelijk gewaagd van haar algemeene

bemindheid; doch een brief aan de "vorsten der aarde" ware slechts

belachelijk.

[83] Hier wordt Beatrice voor het eerst in een voor publiciteit

bestemd gedicht bij den naam genoemd.

[84] Vergelijk Americ de Belenoi:

Mas dieus vos a mandat a se venir

Quar saubes luy e joy e pretz servir.

[85] Vol van genade: piena di grazia. Vergelijking met Maria (Ave

Maria, gratia plena).

[86] Nauw verbonden. Hoogstwaarschijnlijk Beatrice's broeder Manetto,

van wien althans bekend is dat hij met Cavalcanti bevriend was. Wetend,

dat niemand de nagedachtenis zijner zuster zoo zou kunnen eeren als

Dante, durfde hij hem uit kieschheid toch niet direkt het verzoek

daartoe te doen.

[87] Een engel teekende. Juist in dezen tijd begon de teeken- en

schilderkunst in Florence tot bloei te komen. Cimabue (1240-1302). Of

Dante deze kunst ernstig beoefend heeft of alleen als dilettant,

is niet uit te maken. Opmerkelijk is wel dat Dante, die als alle

welgestelde Florentijnen tot een bepaald gilde moest behooren, werd

ingeschreven bij dat der "medici e speciali" onder welke laatste

rubriek o.a. ook de schilders vielen.

[88] Twee beginkwatrijnen. Waarschijnlijk had Dante het sonnet reeds

geschreven met het tweede begin, toen de gedachte bij hem opkwam

het aan zijn aanzienlijke bezoekers op te dragen. Verlenging van

een sonnet door aanhanging van een of meer terzinen (z.g. "staart",

sonetto caudato) komt in de Italiaansche poëzie meer voor.

[89] Wie deze "Vrouwe aan het venster" was is niet bekend. Sommigen

meenen een zekere Lisette (zie Aanhangsel), anderen Gemma Donati, met

wie Dante huwde. Enkelen, die blijkbaar noch van dichters, noch van

liefde en de verteedering van het medelijden begrip hebben, gelooven

dat zij niemand anders was dan de.... "filosofie", welke hem van de

contemplatie van het "geloof" afhield. Het moge waar zijn dat Dante

ook deze liefde achteraf deze symbolische beteekenis heeft gegeven,

oorspronkelijk moet zij een even reëelen grondslag hebben gehad als

zijn liefde voor Beatrice zelf.

[90] Sommige commentatoren meenen dat deze paragraaf eigenlijk behoort

te worden ingelascht tusschen XXXIII en XXXIV. Immers Dante's woorden

tot de pelgrims over de "stad der rouwe" klinken veel natuurlijker

wanneer zij werden gesproken kort nadat Dante zijn brief aan "de

aanzienlijke burgers" had geschreven. Bovendien zouden de beginwoorden

"Dopo questa tribulazione" bezwaarlijk kunnen slaan op Dante's avontuur

met de "Vrouwe aan het Venster", wel echter zijn zij volkomen op

hun plaats onmiddellijk na Beatrice's dood. Ik voer hiertegen echter

aan dat het woord tribulazione (door mij vertaald met "beproeving"

misschien nog juister weer te geven door "verzoeking") ook voorkomt in

§ XXXVIII, dus juist wel slaande op bedoelde episode. Voorts valt te

bedenken dat de aanschouwing der zg. Veronica voor de middeleeuwsche

geloovigen gold als een voorproefje van de aanschouwing van Christus

in den hemel, en dat in het volgende sonnet Dante's pelgrimgeest zich

inderdaad tot den hemel verheft om er Beatrice te aanschouwen. Het

is natuurlijk wel mogelijk dat ook dit sonnet eerder werd geschreven

dan die aan de "deernisvolle Vrouwe", maar zéker behoort het het

slotgedicht te zijn en is Dante dan opzettelijk van de chronologische

volgorde afgeweken. De evenwichtige compositie van het werk eischt

dat het eindigt met juist dìt sonnet, waarin een "nieuw begrip,

in leed geboren" Dante's geest opvoert tot de hoogste contemplatie.

[91] In dien tijd. In Rome werd ieder jaar in de maand Januari de

zg. Veronica (vera icona, waarachtige beeltenis) rondgedragen en

gedurende de heilige week in de St. Pieterskerk ter bezichtiging

gesteld. Het heette de afdruk van Jezus' gelaat in den sluier der

heilige Veronica, welken zij hem, toen hij den Calvariënberg beklom,

had gereikt om zich het zweet af te wisschen.

[92] Het huis van Galizia. Het heiligdom van den apostel Jacobus in

de Spaansche provincie Galizia.

[93] Boven die sfeer. Dat wil zeggen buiten het Primum mobile, in het

Empyreum dus. (Zie aanteekening 1.) In de Divina Commedia aanschouwt

Dante in eigen persoon Beatrice, hier is het nog slechts zijn "zucht"

d.w.z. zijn verzen, welke tot die hoogte vermag te stijgen.

[94] Een wonderbaarlijk gezicht. Zeer waarschijnlijk was onder het

schrijven van den prozatekst het plan in Dante gerijpt om de behandelde

stof nog eens, maar op veel grootscher wijze, te herhalen. Reeds de

canzone in § XIX bevat, zooals reeds werd opgemerkt, waarschijnlijk

een toespeling op zijn tocht door de Hel.

[95] Beijver ik mij. Studio wordt hier zonder twijfel ook door Dante

bedoeld in den zin van "studeeren", als intellektueele voorbereiding.

[96] Die gezegend is door alle eeuwen.

[97] Vergelijk Dante's canzone in § XIX: Een engel roept...

Bij ons zijn verschenen en in elken boekhandel te verkrijgen:

Dante's Divina Commedia:

De Hel. In proza vertaald door Dr. H.J. Boeken. 3e druk.

Het Nieuwe Leven (La Vita Nuova) · 第 44 / 48 题