Sonticus est morbus...."

"Dat is Latijn, student! Dat mag jij en ik verstaan, maar deze jongelui

verstaan het niet, en daarom zeg ik het maar, zooals Samuel Ampzing die

gedichten verdietschte:

"'t Is meer fenijn

Als medicijn.

Toeback is sulcken siekt, die 't lichaam doet verderven

En haere medicijn baet weynig tegens 't sterven.

Het is meer quaed dan goed. 'k Verlang dan wie hij sij,

Die ons van dit vergift en deze pest bevrij."

"Nu, Meester, gij kunt er van zeggen wat gij wilt, maar ik houd vol, dat

eene pijp toeback te drinken niet zooveel kwaad kan. Iedereen,

Geestelijke en Magistraat, heeft indertijd de toeback den oorlog

verklaard, en toch is ze algemeen geworden. Liggen de zolders te

Amsterdam, Rotterdam en Dordrecht niet vol met toeback, die uit Amerika

aangebracht is? Hebben niet Gelderland, Overijsel en het Sticht groote

toebacks-velden? Leven te Nijkerk, Wageningen, Barneveld en Elburg niet

honderden ervan? Neen, Meester, de toeback moet niet weg, maar als de

joffers eens minder fijne neusjes hadden en manlief toelieten te huis

zijn pijpje te smoken, dat zou helpen. Nu mag de man het te huis niet

doen en daarom zoekt hij de toebacks-huizen op. Begrepen? Doch nu ga ik

ter kooi; ik heb de hondenwacht."[2]

De beide mannen verwijderden zich en lieten Dirk en Garrit, die met nog

eenige anderen de eerste wacht hadden, aan hun lot over.

Het was prachtig weer voor een landrat, want al stonden alle zeilen bij,

toch vorderde het schip, uit gebrek aan wind, al heel weinig. Zoo iets

ziet en ondervindt Janmaat niet graag. Hij heeft het liefst eene stevige

bries, die het schip eene goede vaart geeft. Toch teekende de lucht

verandering en het volk klaagde dus niet erg. Het wist, dat er des

nachts wel wind komen zou.

Janmaat in de Oost; of, Vestiging van het Nederlandsch gezag op Celebes · 第 15 / 49 题