"Zeg Teddy, nu moet ik eens ernstig met je over morgen sprek

Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed

Proofreading Team at https://www.pgdp.net/

OP EIGEN WIEKEN

EEN VERHAAL

VAN

LOUISE M. ALCOTT

Schrijfster van: "Onder Moeders Vleugels"

NAAR HET ENGELSCH

(GOOD WIVES)

ELFDE DRUK

HERZIEN DOOR G. W. ELBERTS

ROTTERDAM--D. BOLLE

HOOFDSTUK I.

EEN PRAATJE.

Om een goed begin te maken en met een vrij hart naar Meta's bruiloft te

kunnen gaan, mogen wij eerst nog wel eens een praatje over de familie

March houden. En dan moet ik al dadelijk zeggen, dat wanneer, sommige

mijner oudere lezeressen mochten pruttelen: "Er wordt te veel over

'liefdesgeschiedenissen' in dat verhaal gesproken," (ik ben niet bang,

dat jonge menschen dit bezwaar zullen maken), ik hun slechts antwoorden

kan met de woorden van mevrouw March: "Wat kan men anders verwachten,

met vier vroolijke jonge meisjes in huis en een levenslustigen jongen

buurman vlak naast de deur!"

De drie jaren die voorbijgegaan zijn, hebben geen groote veranderingen

in het stille gezin teweeg gebracht. De oorlog is geëindigd, en

mijnheer March rustig thuis, verdiept in zijn boeken en zijn kleine

gemeente, voor wie hij, zoowel door natuurlijken aanleg, als door

hoogere geestesgaven, een uitmuntend herder is. Een kalm, werkzaam

man, rijk in de wijsheid, die beter is dan geleerdheid, in de liefde,

die alle menschen "broeders" noemt, en in die echte vroomheid, die

den geheelen mensch heiligt en hem eerbiedwaardig en beminnelijk maakt.

Hoewel hij onbemiddeld was, en zijn volslagen belangeloosheid

hem verhinderde veel opgang in de wereld te maken, gevoelden toch

vele achtenswaardige menschen zich door deze hoedanigheden tot hem

aangetrokken, en zij vonden bij hem dan ook in ruime mate, wat zij

zochten, want zelfs de langdurige moeilijkheden, waarmede hij te

worstelen had gehad, bleken geen spoor van bitterheid in zijn ziel

te hebben achtergelaten.

Vurige jongemannen vonden den reeds grijzen geleerde even vurig

en jong van hart als zij; nadenkende of bedroefde vrouwen kwamen

onwillekeurig met hun twijfelingen en leed tot hem, daar zij zeker

waren het vriendelijkst medegevoel en den besten raad bij hem te

vinden; zondaars beleden hun zonden aan den kinderlijk eenvoudigen

man, en werden bestraft, maar gesterkt tevens; talentvolle menschen

vonden in hem een verwanten geest; eerzuchtigen ontdekten in hem een

edeler streven dan het hunne, en zelfs wereldsche lieden gaven toe,

dat zijn overtuigingen schoon en waar waren, hoewel "men er niet rijk

door werd."

Voor het oog van de buitenwereld scheen het alsof die vijf voortvarende

vrouwen het heele huis regeerden, en dat deden zij ook in vele

opzichten; maar toch was die stille, in zijne boeken verdiepte man

het hoofd des gezins, de raadsman, het anker en de troost van allen;

want in tijd van nood kwamen die drukke, bezige vrouwen altijd tot hem,

en vonden in hem, in den vollen, heiligen zin des woords, echtgenoot

en vader.

In hartsaangelegenheden namen de meisjes de toevlucht tot hun moeder,

in zielsaangelegenheden tot hun vader, en aan beide ouders, die zoo

teeder voor hen zorgden, betoonden zij een liefde, die toenam met de

jaren, en hen onderling vereenigde door dien hechtsten band, die het

leven zoo innig gelukkig maakt, en den dood overleeft.

Mevrouw March is nog altijd even frisch en bedrijvig, hoewel een

weinig grijzer, dan toen wij haar de laatste maal zagen, en op het

oogenblik zóó verdiept in Meta's aangelegenheden, dat de gewonden

in de hospitalen, en de treurende weduwen der gevallen krijgslieden

bepaald haar moederlijke bezoeken missen.

John Brooke deed een jaar lang manmoedig zijn plicht en werd gewond

naar huis gezonden; en toen hij eenmaal daar was, liet men hem niet

weer vertrekken. Hij ontving geen eerekruisen of ridderorden, hoezeer

hij ze ook verdiende, daar hij blijmoedig al wat hij bezat op het spel

had gezet; want het volle leven en een jeugdige liefde zijn kostbare

zaken. Volkomen verzoend met zijn ontslag, deed hij al het mogelijke

om zijn gezondheid terug te krijgen, opdat hij aan het werk kon gaan

om voor Meta een eigen huis te verdienen. Zijn gezond verstand en fier

gevoel van onafhankelijkheid deden hem de edelmoedige aanbiedingen van

den heer Laurence afslaan, en een betrekking van tweeden boekhouder

aannemen, daar hij liever wilde beginnen met een eerlijk verdiend

salaris, dan met een moeilijk af te lossen schuld.

Meta had haar tijd niet alleen met wachten, maar ook met werken

doorgebracht; haar karakter was meer gevormd, zij was volkomen op

de hoogte van alle huishoudelijke bezigheden, en mooier dan ooit,

want liefde is het beste schoonheids-elixer. Evenals alle meisjes,

had zij haar droomen en idealen, en zij was wel wat teleurgesteld, dat

haar nieuw leven op zoo'n bescheiden voet moest beginnen. Ned Moffat

was onlangs met Sallie Gardiner getrouwd, en Meta kon niet nalaten hun

prachtig huis en rijtuig, al hun cadeaux en Sallie's kostbaar uitzet

met het hare te vergelijken, en heimelijk te wenschen, dat zij het

ook zoo hebben kon. Maar toch verdwenen spoedig alle afgunstige en

ontevreden gedachten, wanneer zij zich herinnerde, hoeveel geduld,

liefde en moeite John had besteed, om het huisje, dat haar wachtte,

in orde te brengen; en wanneer zij te zamen in het schemeruurtje al

hun plannen bespraken, werd de toekomst zoo helder en liefelijk, dat

zij Sallie's heerlijkheden vergat, en zich het rijkste en gelukkigste

meisje van heel Amerika gevoelde.

Jo ging niet weer terug naar tante March, want de oude dame had zoo'n

voorliefde voor Amy opgevat, dat zij haar tot blijven wist te bewegen,

door het aanbod van teekenlessen van een der beste meesters; en voor

zulk een onverhoopt geluk zou Amy wel een veel harder meesteres willen

dienen. Vielen de morgenuren haar soms moeilijk, des te meer genoot

zij van haar vrije middagen, en ze maakte flinke vorderingen. Jo

wijdde zich intusschen geheel aan de literatuur en aan Betsy,

die nog bleef sukkelen, lang nadat het roodvonk tot het verleden

behoorde. Zij was niet bepaald ziek, maar zij werd ook nooit weer het

blozende, gezonde schepseltje van vroeger; toch was zij altijd vol

hoop, gelukkig en opgeruimd, druk in de weer met haar stille plichten,

door ieder bemind, en de goede genius van het gezin, lang voordat zij,

die haar het meest liefhadden, dat inzagen.

Zoolang "De Vliegende Adelaar" Jo een dollar betaalde voor elke kolom

van haar "nonsens", zooals zij het noemde, gevoelde zij zich als een

rijke dame, en schreef zij ijverig voort aan haar novelletjes. Maar

groote plannen woelden in haar rusteloos brein en eerzuchtigen geest,

en de oude blikken poppenkeuken op den zolder bevatte een langzaam

aangroeienden stapel van gevlekte manuscripten, die eens den naam

der familie March een plaats in het Boek der Faam zouden verschaffen.

Laurie, plichtmatig naar de hoogeschool gegaan om zijn grootvader

genoegen te doen, deed nu zijn best om zijn verblijf aldaar zooveel

mogelijk naar zijn eigen genoegen in te richten. Hij was de algemeene

lieveling, dank zij zijn geld, zijn aangename manieren, zijn talenten

en het vriendelijkste hart van de wereld, zoodat hij gedurig in

moeilijkheden geraakte, doordat hij anderen uit moeilijkheden wilde

helpen. Hij liep dus groot gevaar bedorven te worden, evenals zoo

menig veelbelovend jongmensch; en dat zou ook zeker het geval geweest

zijn, indien hij niet een talisman tegen alle kwaad bezeten had in de

herinnering aan zijn vriendelijken grootvader, wiens levensgeluk van

zijn welslagen afhing, aan de moederlijke vriendin, die zoo bezorgd

voor hem was, als ware hij haar zoon, en eindelijk, maar niet het

minst, in de bewustheid, dat vier onschuldige meisjes hem van ganscher

harte liefhadden, bewonderden en vertrouwden.

Daar hij niets meer dan een "begaafd menschenkind" was, maakte hij

natuurlijk plezier, was verliefd, fatterig of sentimenteel en volgde

elke sport, al naar dat de mode van den dag eischte; hij liep groen

en liet anderen groen loopen, was studentikoos in zijn uitdrukkingen

en bracht zich zelfs eens in gevaar van de hoogeschool weggejaagd

te worden. Maar daar zijn dwaasheden het gevolg waren van zijn

vroolijkheid en neiging tot grappen maken, wist hij er zich altijd

weer uit te redden door een openhartige schuldbekentenis, een eervolle

boetedoening, of door die onweerstaanbare overredingskracht, die hij

in zoo hooge mate bezat. Feitelijk was hij wel wat trotsch op al zijn

ternauwernood ontkomen gevaren, en vond hij het heerlijk de meisjes

van ontzetting te doen beven, door aanschouwelijke beschrijvingen van

zijn overwinningen op verontwaardigde leermeesters, deftige professoren

en verslagen vijanden. De "lui van mijn jaar" waren helden in de oogen

der meisjes, die altijd met onverflauwde belangstelling luisterden naar

de avonturen van "onze club" en die zich nu en dan mochten koesteren

in den vriendelijken glimlach van deze verheven schepselen, wanneer

Laurie hen met zich naar huis bracht.

Amy vooral was met deze eer hoogelijk ingenomen, en zij werd bepaald de

"belle" onder hen; want dit juffertje kende en gebruikte al heel gauw

haar vermogen om te boeien en te behagen. Meta was te zeer verdiept

in haar eigen, eenigen John, om veel belang te stellen in andere

heeren der schepping, en Betsy bijna te verlegen om hen ook maar aan

te kijken. Ze verwonderde er zich dan ook gedurig over, dat Amy ze

zoo durfde commandeeren; Jo daarentegen was echt in haar element, en

vond het heel moeilijk de jongensachtige houdingen, uitdrukkingen en

heldenfeiten niet na te volgen, die haar veel natuurlijker afgingen

dan het decorum, dat aan jonge dames past. Zij hielden allen bizonder

veel van Jo, maar werden nooit verliefd op haar, terwijl slechts enkele

der studenten ontkwamen aan het offer van eenige sentimenteele zuchten

op Amy's altaar. En het spreken over deze "teedere" gevoelens brengt

ons als vanzelf op de "Duiventil." Dit was de naam van het kleine,

bruine huisje, dat John Brooke voor Meta had in orde gemaakt. Laurie

had het zoo gedoopt, en vond dien naam bij uitstek geschikt voor

de zachtaardige gelieven, "die als een paar tortelduifjes zaten te

kirren en te trekkebekken". Het was een klein huisje met een klein

tuintje er achter, en een heel klein grasperkje er voor. Meta was

van plan hier een fontein, een boschje en verschillende bloemperkjes

aan te leggen, hoewel voor 't oogenblik de fontein werd voorgesteld

door een verweerde urn, die veel van een gebarsten spoelkom had; het

boschje bestond uit een stuk of wat jonge sparreboompjes, die 't nog

niet met zichzelf eens schenen te zijn, of zij wilden blijven leven,

dan of ze maar liever zouden sterven; en de toekomstige bloemenweelde

werd voorloopig aangekondigd door een regiment stokjes, de plaats

aanduidende, waar gezaaid was. Maar binnenshuis was het wezenlijk

alleraardigst, en de gelukkige bruid zag geen enkel gebrek, van den

zolder af tot den kelder toe. Het is waar, de gang bleek zoo nauw,

dat het maar goed was, dat zij geen piano hadden, want die zou

men er onmogelijk in haar geheel door hebben kunnen krijgen. De

eetkamer was zoo klein, dat zes personen er met moeite in konden,

en de keukentrap scheen er wel expres op gebouwd, om meid en servies

hals over kop in het kolenhok te doen buitelen. Maar eenmaal aan deze

kleine ongerieflijkheden gewend, kon er niets "idealers" bedacht

worden, want de inrichting was met gezond verstand en goeden smaak

gekozen en de uitslag werkelijk heel gelukkig. Er waren geen tafels

met ingelegde bladen, geen kostbare salonkastjes of kanten gordijnen

in de kleine zitkamer, maar eenvoudige meubelen, heel veel boeken,

een paar mooie platen, een bloemenmand in den erker, terwijl hier en

daar de aardige geschenken, door vriendenhanden gezonden, een plaats

hadden gekregen; geschenken, die des te aangenamer waren, omdat zij

van zulke hartelijke wenschen vergezeld gingen.

Ik geloof niet dat het mooie Psyche-beeldje, dat Laurie hun gaf,

iets van zijn schoonheid verloor, omdat John de console er voor

eigenhandig ophing; geen behanger kon de eenvoudige neteldoeksche

gordijnen bevalliger geplooid hebben dan Amy's vaardige hand,

en geen provisiekamer was ooit beter voorzien van goede wenschen,

vroolijke woorden en blijde verwachtingen, dan die, waarmee Jo en haar

moeder Meta's bescheiden voorraad flesschen, tonnetjes en trommels

rangschikten; en ik ben vast overtuigd, dat de fonkelnieuwe keuken

nooit zoo gezellig en netjes zou hebben kunnen worden, als Hanna

niet iederen pot en pan wel twaalf keer verzet en een mooi vuurtje

gebouwd had, klaar om aangemaakt te worden, zoodra "Mevrouw Brooke

maar in huis zou komen."

Ik geloof ook niet, dat eenige jonge huisvrouw ooit het leven

inging met zoo'n schat van stof- en vaatdoeken en van prullemandjes;

want Betsy maakte een hoeveelheid, groot genoeg om tot de zilveren

bruiloft te strekken, en zij vond drie soorten van theedoeken uit, om

het theeservies, dat op den trouwdag gebruikt zou worden, af te drogen.

Menschen, die alles door betaalde krachten laten doen, weten niet

hoeveel zij daardoor verliezen, want de eenvoudigste dingen zien er

zoo anders uit, wanneer zij door liefhebbende handen gemaakt zijn,

en Meta vond hiervan zoo menig bewijs, dat alles in haar nestje,

van de deegrol in de keuken, tot de coupe op haar salontafeltje, haar

één heerlijk verhaal te vertellen had van moeder- en zusterliefde en

teedere voorzorg.

Wat hadden zij prettige dagen met alles te overleggen; hoe plechtig

gingen zij er op uit om te winkelen; wat maakten zij grappige

vergissingen, en wat een hartelijk gelach ging er op over Laurie's

bespottelijke inkoopen. Hoewel deze jonge heer zijn akademische

loopbaan bijna achter zich had, was hij nog steeds even jolig en vol

grappen. Zijn laatste inval was nu om bij zijn wekelijksche bezoeken

altijd het een of ander nieuw, nuttig en vernuftig instrument voor

de jonge huisvrouw mee te brengen. Nu eens was het een pak bizonder

merkwaardige waschklampen, dan een zeldzaam practische nootmuskaatrasp,

die bij de eerste proefneming in stukken viel; een messenslijper, die

al de messen bedierf, een borstel die al de wol van het vloerkleed

afschoor en al het stof in achterliet; zuinigheidszeep, die iemand

het vel van de handen beet, onfeilbare lijm, die nergens aan wilde

blijven kleven, dan aan de vingers van den ongelukkigen kooper,

en allerlei soort van blikwerk, van een klein kinderspaarpotje af,

tot een verwonderlijken waschketel toe, die door stoom linnengoed

moest reinigen, met de grootst mogelijke kans op een ontploffing.

Tevergeefs smeekte Meta hem er mee op te houden. John lachte hem uit,

en Jo noemde hem "Mijnheer Toodles." Hij was geheel vervuld van de

manie om alle vernuftige vindingen der Yankees te beschermen en zijn

vrienden behoorlijk in hun huishouden te zetten. En zoo kwam er elke

week een nieuwe dwaasheid voor den dag.

Eindelijk was alles in de puntjes gereed; in de slaapkamers had Amy

zelfs stukken zeep klaar gelegd van dezelfde kleur als de verschillende

behangsels, en Betsy had de tafel al gedekt voor den eersten maaltijd.

"Ben je tevreden? zul je je hier thuis kunnen gevoelen en gelukkig

zijn?" vroeg mevrouw March, toen zij en haar dochter arm in arm het

nieuwe koninkrijk doorwandelden;--juist nu gevoelden zij meer dan ooit,

hoezeer zij aan elkander gehecht waren.

"Ja, Moeder, volkomen tevreden, dank zij uw aller moeite, en ik ben

_zoo_ gelukkig, dat ik er niet goed over spreken kan," antwoordde

Meta met een blik, die meer zei dan woorden.

"Als zij maar een paar dienstmeisjes had, dan zou alles in orde

zijn," vond Amy, die uit de zitkamer kwam, waar zij bezig was geweest

met proefnemingen, of de bronzen Mercurius beter zou staan op den

schoorsteenmantel dan wel op de étagère.

"Moeder en ik hebben daar lang en breed over gesproken en ik ben van

plan het eerst eens op haar manier te probeeren. Er zal zoo weinig

te doen zijn, dat ik, als ik Lot heb voor de boodschappen en om mij

met enkele dingen te helpen, juist genoeg werk zal vinden, om niet

lui of heimweeachtig te worden," antwoordde Meta kalm.

"Sallie Moffat heeft er vier," begon Amy.

"Als Meta er vier had, zouden zij niet in huis kunnen, of mijnheer

en mevrouw dienden hun tenten in den tuin op te slaan," riep Jo,

die met een grooten boezelaar voor, de laatste hand legde aan het

poetsen van de deurknoppen.

"Sallie is de vrouw van een rijk man, en zij heeft veel boden noodig

in haar prachtig huis, maar Meta en John beginnen zachtjes aan, en

ik heb een voorgevoel, dat er evenveel geluk zal te vinden zijn in

dit kleine huis als in hun groote. Het is in 't geheel niet goed,

wanneer jonge meisjes als Meta niets te doen hebben dan zich te

kleeden, bevelen te geven, en te babbelen. Toen ik pas getrouwd was,

verlangde ik, dat mijn nieuwe kleeren toch maar mochten verslijten

of scheuren, om ze te kunnen verstellen, want ik had meer dan genoeg

van borduurwerkjes en het spelen met mijn zakdoek."

"Waarom ging u niet in de keuken om te probeeren of u een fijn

schoteltje klaar kon maken, zooals Sallie zegt, dat zij wel eens voor

de aardigheid doet? Maar het lukt nooit en de meiden lachen haar uit,"

vertelde Meta.

"Dat deed ik ook na een poosje; niet om te 'probeeren,' maar om goed

van Hanna te leeren, hoe de dingen gedaan moeten worden, en te zorgen

dat de meiden mij _niet_ zouden uitlachen. Het was toen maar voor de

aardigheid; maar er kwam een tijd, waarin ik dankbaar was, dat ik niet

alleen den wil, maar ook de bekwaamheid had om gezond voedsel voor

mijn kleine meisjes te koken, en mijzelve te redden, toen ik geen

geld meer had om dienstboden te betalen. Jij begint van den anderen

kant, mijn lieve kind, maar de lessen, die je nu leert, zullen je

naderhand te pas komen, als John rijker wordt; want een huisvrouw,

hoe prachtig zij ook is ingericht, moet weten, hoe het werk _behoort_

gedaan te worden, als zij goed en eerlijk gediend wil zijn."

"Ja, Moeder, daarvan ben ik overtuigd," zei Meta, die aandachtig naar

de kleine vermaning geluisterd had; want de beste vrouw ter wereld

wordt wijdloopig, als zij op het onderwerp "huishouden" komt. "Weet

u wel, dat van mijn heele poppenhuisje geen hoekje mij zoo dierbaar

is als dit," ging Meta voort, toen zij, boven gekomen, welbehagelijk

in haar goed gevulde linnenkast gluurde.

Bets was daar bezig met de sneeuwwitte stapels netjes op de planken

te leggen, terwijl zij met zusterlijken trots den degelijken voorraad

bekeek. Zij begonnen alle drie te lachen, toen Meta dit zei; want aan

die linnenkast was een heele geschiedenis verbonden. Zooals men weet,

had tante March gezworen, dat als Meta "dien Brooke" trouwde, zij

nooit een cent van haar geld zou zien; maar toen haar toorn bedaard

was, en zij berouw kreeg over haar gelofte, was zij eigenlijk in

een lastig parket. Zij brak nooit haar woord, en zij had heel wat

zielekwellingen eer zij wist, hoe zij die moeilijkheid zou kunnen

oplossen; maar eindelijk bedacht zij een plan dat haar volkomen

tevreden stelde. Zij verzocht mevrouw Carrol, de mama van Florence,

een voorraad bed- en tafellinnen te koopen, te laten naaien en merken,

en het als _haar_ geschenk te zenden. Dit alles werd getrouw volbracht,

maar het geheim lekte uit, tot groot vermaak van de heele familie;

want tante March deed al haar best om heel onschuldig te kijken,

en hield vol dat zij niets kon geven dan de ouderwetsche paarlen,

die zij al zoo lang aan de eerste bruid beloofd had.

"Dat is een huishoudelijke smaak, dien ik met blijdschap in je zie. Ik

heb een vriendin gehad die haar huishouden begon met zes lakens,

maar daarentegen kristallen vingerglazen bezat voor dineetjes; dat

was haar genoeg," vertelde mevrouw March, de damasten tafellakens

gladstrijkende, met een echt vrouwelijke waardeering van de fijne

kwaliteit.

"Ik heb geen enkel vingerglas, maar dit is een uitzet voor mijn heele

leven, volgens Hanna," en Meta keek heel voldaan, zooals zij dan ook

wezenlijk wel mocht doen.

"Daar komt Teddy aan," riep Jo uit de gang, en allen liepen naar

beneden om Laurie tegemoet te gaan, wiens wekelijksch bezoek een

gewichtige gebeurtenis was in hun rustig leventje.

Een lang, breedgeschouderd jongmensch met een gladgeschoren hoofd,

een slappen vilten hoed, en een fladderende manteljas kwam met

verbazende stappen den weg af, sprong over de lage heg, in plaats

van behoorlijk het hek open te doen, en stevende recht op mevrouw

March af, met uitgestrekte handen en een hartelijk-- "Daar ben ik,

Moeder!--Ja, alles is in orde."

De laatste woorden waren het antwoord op een vragenden blik van de oude

dame, een vriendelijken, veelzeggenden blik, die door zijn stralende

oogen zoo openhartig werd beantwoord, dat de kleine ceremonie, als

naar gewoonte, met een moederlijken kus eindigde.

"Dit is voor mevrouw John Brooke, met de complimenten en gelukwenschen

van den maker. Mijn zegen Bets! Wel Jo, het doet een mensch goed

je eens weer te zien! Amy, je wordt wezenlijk al te mooi voor een

ongetrouwde jonge dame."

Terwijl Laurie sprak, gaf hij Meta een bruin papieren pakje, trok

Betsy aan haar haarlinten, zette groote oogen op over Jo's boezelaar,

viel in een aanbiddende houding voor Amy neer, en schudde toen ieder

de hand, terwijl allen tegelijk begonnen te praten.

"Waar is John?" vroeg Meta ongerust.

"Bezig met de papieren voor morgen te halen, mevrouw."

"Wie heeft de laatste match gewonnen, Teddy?" informeerde Jo, die, in

spijt van haar negentien jaren, nog steeds een vurige belangstelling

koesterde voor alle mannelijke sport.

"_Wij_ natuurlijk. Ik wou dat je 'r bij geweest was!"

"Hoe is 't met de allerbekoorlijkste juffrouw Randal?" vroeg Amy met

een veelbeteekenenden glimlach.

"Wreeder dan ooit; zie je niet, hoe ik wegkwijn van smart?" en

Laurie gaf een klinkenden slag op zijn breede borst en loosde een

theatralen zucht.

"Wat is de laatste verrassing? Maak het pakje toch open, en laat het

ons eens zien, Meta," drong Betsy aan, nieuwsgierig het knobbelige

pakje bekijkend.

"Het is een goed ding om in huis te hebben, in geval van brand of

dieven," merkte Laurie op, toen, onder het gelach van de meisjes,

een kleine nachtwachtratel voor den dag kwam.

"Als John soms eens van huis is, en jij bang wordt, mevrouw Meta,

dan heb je er maar mee uit de ramen te zwaaien, en de heele buurt zal

in een ommezien op de been zijn. Een aardig ding, vind je niet?" en

Laurie gaf haar een proefje van het leven, dat er mee gemaakt kon

worden, tot allen hun ooren vasthielden.

"Ondankbare wezens! Maar van dankbaarheid gesproken, jullie mogen Hanna

wel dankbaar zijn, dat zij de bruidstaart van een wissen ondergang

gered heeft. Het pronkstuk werd juist thuis gebracht, toen ik voorbij

kwam, en als zij het niet manmoedig verdedigd had, zou ik er eens

even achter gezeten hebben, want het zag er overheerlijk uit."

"Ik zou wel eens willen weten, of jij ooit volwassen zult worden,

Laurie," zei Meta, op moederlijken toon.

"Ik doe mijn best, mevrouw, maar ik vrees, dat ik het niet veel

verder brengen zal; zes voet is ongeveer het maximum wat men in

deze verbasterde tijden bereiken kan," antwoordde de jongeheer,

wiens hoofd bijna aan de kleine gaskroon reikte.

"Ik veronderstel, dat het heiligschennis zou zijn iets in dit

fonkelnieuwe heiligdom te eten, en daar ik ongeveer uitgehongerd ben,

stel ik voor te verhuizen," voegde hij er even later bij.

"Moeder en ik zullen hier op John wachten. Er zijn nog een paar

laatste dingen te regelen," antwoordde Meta met een gewichtig voorkomen

wegdribbelend.

"Bets en ik gaan naar Kitty Briant om nog wat bloemen voor morgen

te halen," zei Amy, een flatteusen hoed op haar flatteus krulhaar

zettende, en zelf minstens even voldaan over het effect als de anderen.

"Kom Jo, laat jij mij tenminste niet in den steek. Ik ben zoo uitgeput,

dat ik zonder bijstand niet naar huis kan komen. Maar doe om 's

hemels wil je boezelaar niet af, hij staat je zoo bizonder goed,"

zei Laurie, terwijl Jo het voorwerp van zijn antipathie oprolde, in

haar diepen zak stopte, en hem haar arm aanbood om zijn wankelende

schreden te ondersteunen.

"Zeg Teddy, nu moet ik eens ernstig met je over morgen spreken,"

begon Jo terwijl zij samen voortwandelden.

"Je _moet_ je nu eens behoorlijk gedragen; geen dolle dingen doen,

en onze plannen bederven."

"Geen enkel dol ding."

"En verkoop alstjeblieft geen aardigheden, als wij ernstig moeten

zijn."

"_Ik_ zeg nooit aardigheden, dat is meer speciaal _jouw_ taak."

"En ik smeek je, onder de plechtigheid niet naar mij te kijken;

ik begin stellig te lachen, als je me aankijkt."

"Je zult mij in 't geheel niet zien; je zult natuurlijk zóó schreien,

dat de dikke mist rondom je alle uitzicht zal benevelen."

"Ik schrei nooit, dan wanneer ik erg bedroefd ben."

"Bijvoorbeeld als goede vrienden naar de akademie gaan, hè?" plaagde

Laurie met een veelbeteekenenden glimlach.

"Verbeeld je! Ik treurde maar zoo'n beetje mee, om de anderen

gezelschap te houden."

"Natuurlijk. Maar zeg, Jo, hoe is Grootvader van de week? Nog al

beminnelijk?"

"Ja zeker. Heb je soms wat uitgevoerd, en ben je bang, hoe hij het

zal opnemen?" vroeg Jo vrij scherp.

"Denk je dat ik je moeder zou durven aankijken en zeggen, dat

alles in orde was, als het niet waar was?" en Laurie bleef in zijn

verontwaardiging stilstaan.

"Neen, natuurlijk niet," bekende Jo gul.

"Wees dan alstjeblieft niet weer zoo wantrouwend; ik heb alleen maar

wat geld noodig," zei Laurie, weer voortstappend en verzoend door

haar hartelijken toon.

"Je geeft veel uit, Teddy."

"_Ik_ geef het niet uit; het verdwijnt op de een of andere manier,

en het is weg, eer ik het weet."

"Je bent zoo edelmoedig en goedhartig, dat je het aan iedereen

uitleent, en nooit iets weigeren kunt. We hebben die geschiedenis met

Henshaw wel gehoord, en al wat je voor hem gedaan hebt! Als je je geld

altijd op die manier besteedde, zou niemand er aanmerking op maken,"

zei Jo met warmte.

"O, hij heeft van een molshoop een berg gemaakt. Ik mocht toch niet

aanzien, dat zoo'n flinke jongen zich dood werkte, alleen uit gebrek

aan een beetje ondersteuning, terwijl hij meer waard is dan een dozijn

zulke luie wezens als wij, is 't niet?"

"Natuurlijk niet, maar ik zie niet in, waarom je zeventien vesten

en een onnoemelijk aantal dassen moet hebben, en elken keer, als je

thuis komt, een nieuwen hoed. Ik dacht, dat je de dandyperiode nu te

boven was, maar telkens breekt de ziekte weer uit.

"Nu schijnt het mode om je zoo afschuwelijk toe te takelen; je hoofd

ziet er uit als een boender, en hoe bedenk je 't een jas als een

dwangbuis, oranje handschoenen en lompe laarzen met vierkante punten

te dragen? Als al die leelijke dingen nu nog maar goedkoop waren,

zou ik er niets van zeggen, maar ze zijn even duur als iets anders,

zoodat ik voor mij er het nut niet van kan inzien."

Bij dezen aanval wierp Laurie het hoofd in den nek en begon

zoo hartelijk te lachen, dat de vilten hoed afviel, waarop Jo er

verachtelijk op trapte, welke beleedigende handelwijze geen andere

uitwerking had, dan dat het hem de gelegenheid verschafte om uit te

weiden over de voordeelen van een kostuum, dat overal tegen bestand

was, terwijl hij het mishandelde hoofddeksel opvouwde en in zijn

zak stak.

"Preek nu maar niet meer, dan ben je een beste meid; ik hoor de heele

week genoeg van dien aard, en verlang een beetje variatie, als ik

thuis kom. Ik zal mij morgen poes-mooi maken, zonder op onkosten te

letten, en al mijn vrienden tevreden stellen."

"Ik zal je met rust laten, als je _alleen_ maar je haar wilt laten

groeien. Ik ben niet aristocratisch, maar ik ben er toch niets op

gesteld, gezien te worden met iemand, die er uitziet als een jeugdig

bokser," zei Jo, op ernstigen toon.

"Deze eenvoudige haardracht is hoogst bevorderlijk voor de studie,

mejuffrouw, daarom hebben wij haar aangenomen," antwoordde Laurie,

die zeker niet van overmatige ijdelheid beschuldigd kon worden, daar

hij vrijwillig een mooien krullebol voor ruige stekels van een halven

duim lengte had verwisseld.

"Maar zeg, Jo, ik geloof, dat de kleine Parker heusch wanhopig verliefd

is op Amy. Hij spreekt aanhoudend over haar, maakt verzen, en wandelt

heel verdacht in den maneschijn. Hij moest zijn jeugdigen hartstocht

eigenlijk maar in de kiem vernietigen," ging Laurie, na eenige

oogenblikken zwijgens, op een vertrouwelijken oudste-broerachtigen

toon voort.

"Natuurlijk; in de eerstvolgende jaren verlangen wij geen trouwerij

meer in deze familie. Lieve hemel, waar denken de schapen aan!" en

Jo keek zoo verontwaardigd, alsof Amy en kleine Parker nog op de

bewaarschool gingen.

"Het is een wonderlijke tijd, en 't is niet te zeggen wat wij mogelijk

nog zullen beleven, juffertje! Jij bent om zoo te zeggen ook nog

maar pas aan de kinderschoenen ontwassen, maar jouw beurt zal ook

gauw genoeg komen, Jo, en dan mogen wij staan treuren!" en Laurie

schudde het hoofd over de algemeene ontaarding.

"Ik? Wees maar niet bang; ik ben niet 'lieftallig' genoeg. Niemand

zou mij willen hebben, en dat is ook maar goed, want er moet toch

altijd éen oude vrijster in de familie zijn."

"Jij wilt niemand een kans geven," zei Laurie met een zijdelingschen

blik en wat meer kleur dan gewoonlijk op zijn door de zon verbrand

gezicht. "Je wilt den zachten kant van je karakter nooit toonen; en

wanneer iemand er bij toeval iets van te zien krijgt, dan behandel je

hem, zooals juffrouw Gummidge [1] haar minnaar deed: jij gooit hem

een emmer koud water over 't hoofd en zet al je stekels overeind,

zoodat niemand je durft aanraken, of ook maar naar je kijken."

"Ik houd er niet van; ik heb het ook veel te druk om mij door

zulke nonsens te laten afleiden, en ik vind het verschrikkelijk als

huisgezinnen zoo verbrokkeld worden. Laten wij er nu maar niet meer

over spreken; Meta's huwelijk heeft al onze hoofden op hol gebracht,

en wij praten van niets dan van minnaars en zulke gekheid. Ik heb

geen zin mijn humeur te bederven; zullen we dus alsjeblieft van

onderwerp veranderen?" en Jo zag er uit, alsof zij gereed was, hem

bij de geringste aanleiding met koud water te gaan doopen.

Wat Laurie's gevoelens ook mochten geweest zijn, hij gaf ze

alleen lucht in een lang, zacht gefluit, en in de verschrikkelijke

voorspelling, toen zij bij het hek scheidden: "Let op mijn woorden,

Jo, nu komt de beurt aan jou."

HOOFDSTUK II.

HET EERSTE HUWELIJK.

Vroeg in den helderen Juni-morgen ontwaakten, vroolijk en blij, al de

rozen, waarmee het huis der familie March begroeid was, en lachten

allen vriendelijk in den onbewolkten zonneschijn. Zij bloosden van

opgewondenheid, en als de wind hen heen en weer bewoog, fluisterden

zij elkander toe, wat zij hadden gezien; want sommigen keken naar

binnen in de eetkamer, waar het feestmaal was aangericht; anderen

klommen naar boven, om de zusters toe te knikken, die bezig waren

de bruid te kleeden; weer anderen wuifden een welkom toe aan allen,

die om verschillende redenen de gang en den tuin in- en uitliepen,

en allen, de schitterendst ontloken bloem tot het kleinste groene

knopje, offerden blijmoedig de schatting van hun schoonheid en geur

aan de vriendelijke meesteres, die ze zoo lang had verzorgd.

Meta leek zelve wel een roos; want al wat schoon en liefelijk was in

haar hart en ziel, scheen dien dag op haar gelaat te lezen te zijn, en

gaf het een teedere, aandoenlijke bekoring, machtiger dan de zuiverste

schoonheid. Zij wilde zijde noch kant, noch oranje-bloesem dragen. "Ik

wil er vandaag niet vreemd of opgeschikt uitzien," zei zij, "en ik

verlang ook geen modieuse bruiloft, alleen maar het bijzijn van allen,

die ik liefheb, en voor hen wil ik natuurlijk en mij-zelve zijn." Zij

had dus zelf haar trouwjapon gemaakt, met al de blijde verwachtingen

en onschuldige illussies van een meisjeshart.

De zusjes vlochten haar dik golvend haar, en de eenige versiering,

die zij droeg, bestond uit een bouquetje lelietjes der dalen, die

"haar John" boven alle bloemen ter wereld verkoos.

"Je ziet er precies uit als onze eigen Meta, alleen maar zoo lief en

mooi, dat ik je stellig eens zou knuffelen, als ik niet bang was je

japon te verkreukelen," zei Amy, die haar met welgevallen stond te

beschouwen nadat de kleedpartij was afgeloopen.

"Daar ben ik blij om. Maar kus en knuffel mij gerust allemaal, en

denk niet om mijn japon. Op die manier wil ik vandaag wel dikwijls

verkreukeld worden," zeide Meta, haar zuster aan haar hart drukkende,

en allen "knuffelden" haar een oogenblik met Aprilgezichtjes, en

gevoelden, dat de nieuwe liefde de oude niet had verdrongen.

"Nu ga ik John's das voor hem strikken, en dan moet ik een paar

oogenblikjes stil met vader in de studeerkamer zijn," zei Meta, liep

naar beneden om deze kleine ceremoniën te volbrengen, en volgde toen

haar moeder overal waar deze heenging, daar zij voelde, hoe, ondanks

de glimlachjes op het moederlijk gelaat, een verborgen droefheid

aan het moederhart knaagde nu haar oudste lieveling van onder haar

vleugelen uitvloog.

Terwijl de jongere zusters bij elkander staan en de laatste hand

leggen aan het eenvoudig toilet, is het een schoone gelegenheid al de

veranderingen op te merken, door het verloop van tijd in hun uiterlijk

teweeggebracht, want alle drie zien er nu op hun best uit.

Jo's hoekige kanten zijn veel verzacht; zij heeft geleerd zich

gemakkelijk, zij het dan ook niet met gratie, te bewegen. Haar

krullebol is aangegroeid tot een dikke wrong, die beter past bij

het kleine hoofd en de rijzige gestalte. Er licht een frissche blos

op haar bruine wangen, een zachte glans in haar oogen, en vandaag

spreekt haar soms zoo scherpe tong enkel vriendelijke woorden.

Betsy is tenger en bleek geworden, en nu stiller dan ooit; de mooie

zachte oogen lijken grooter, en er ligt een uitdrukking in, die,

hoewel niet droevig op zich zelf, iemand toch droevig stemt. Het

is de schaduw van pijn of smart die aan het jeugdig gezichtje zoo'n

uitdrukking van pathetisch geduld bijzet; maar Betsy klaagt zelden

en spreekt altijd vol hoop van "gauw beter te zullen worden."

Amy wordt met recht beschouwd als "de bloem des huizes," want op

haar zestiende jaar heeft zij reeds de houding en manieren van een

volwassen jongedame; zij is niet bepaald mooi, maar zij bezit de

onbeschrijfelijke bekoorlijkheid, van een bevallig, nog heel jong

meisje. Men kan in de lijnen van haar sierlijk figuurtje, in den

vorm en de beweging harer handen, de manier waarop ze haar japon,

haar haar draagt,--iets onbewust harmonieus zien, voor velen nog

aantrekkelijker dan schoonheid zelve. Amy's neus was nog steeds een

groote kwelling voor haar, want hij _wou_ maar niet Grieksch worden;

zij was ook niet voldaan over haar mond; ze vond hem te groot en haar

onderlip te beslist. Deze "ergerlijke" trekjes gaven karakter aan

haar heele gezichtje, maar daar had Amy nog geen oog voor, en zij

troostte zich met haar buitengewoon blank teint, helderblauwe oogen

en haar rijken goudblonden krullendos.

Zij hadden alle drie dunne, zilvergrijze japonnetjes aan, (hun beste

pakjes voor den zomer) met rozen in haar en ceintuur, en alle drie

zagen zij er uit, wat zij ook werkelijk waren, als frissche gelukkige

meisjes, die een oogenblik stilhielden in haar bezig leven, om met

ernstige oogen het lieflijkst hoofdstuk in den roman van het vrouwelijk

leven te lezen.

Er hadden volstrekt geen plechtigheden plaats; alles zou zoo

natuurlijk en huiselijk toegaan, als mogelijk was; toen dus tante March

binnenkwam, raakte zij buiten zich zelve van verontwaardiging over

't feit, dat de bruid haar tegemoet vloog en haar naar binnen bracht,

dat de bruidegom bezig was een afgevallen guirlande vast te maken,

en dat zij door een reetje van de deur den predikant en vader de trap

zag opgaan, met een hoogst ernstig gezicht en een wijnflesch onder

iederen arm.

"Op mijn woord, dat is hier een mooie vertooning," riep de oude

dame uit, terwijl zij de eereplaats innam, die haar was toegedacht,

en met veel waardigheid de plooien van haar ruischend lavendelkleurig

zijden gewaad schikte. "Jij moest onzichtbaar zijn tot op het laatste

oogenblik, kind."

"Tantelief, ik ben geen vertooning, er komt niemand om naar mij te

kijken, mijn toilet te critiseeren, of de kosten van ons feestmaal

te berekenen. Ik ben te gelukkig dan dat ik er iets om geven kan,

wat iemand zegt of denkt, en mijn trouwdag kan ik juist inrichten,

zooals ik het graag heb. Hier John, hier is je hamer," en weg wipte

Meta om, "dien man" in zijn zeer ongepaste werkzaamheden te helpen.

Brooke zei niet eens "dank je", maar terwijl hij bukte om het prozaïsch

werktuig aan te nemen, kuste hij zijn bruidje achter de porte-brisée,

met een blik, die tante March haar zakdoek deed te voorschijn halen,

met een plotseling opkomend floers voor haar scherpe oude oogen.

Een slag, een kreet, en een lach van Laurie, vergezeld van den tegen

alle decorum strijdenden uitroep: "Jupiter Ammon! Jo heeft wezenlijk

weer de taart laten vallen!" veroorzaakte een oogenblikkelijke

opschudding, die nauwelijks voorbij was, toen een schaar van neven

en nichten binnenstroomde, en "de partij begon", zooals Bets als kind

placht te zeggen.

"Laat die jonge reus niet te dicht bij me komen; ik vind hem nog

onverdragelijker dan muskieten," fluisterde de oude dame tot Amy,

toen de kamer langzamerhand vol werd, en Laurie's zwartlokkig hoofd

boven allen uitstak.

"Hij heeft beloofd zich vandaag goed te zullen gedragen, en hij _kan_

heel welgemanierd zijn, als hij wil," antwoordde Amy, terwijl zij

wegsloop om Hercules te waarschuwen, dat hij "den draak" niet te na

moest komen, welke waarschuwing hem bewoog met zoo'n volhardende

devotie om de oude dame heen te zweven, dat zij buiten zich zelf

geraakte.

Er was geen plechtig ceremonieel, maar een plotselinge stilte vervulde

de kamer, toen mijnheer March en het jonge paar hun plaatsen onder

de guirlandes innamen. Moeder en zusters kwamen zoo dicht mogelijk

om hen heen, alsof zij Meta moeilijk konden afstaan, meer dan eens

stokte de stem van den vader, maar dit maakte den geheelen dienst

slechts aangrijpender en ernstiger; de hand van den bruidegom beefde

zichtbaar, en niemand kon zijn antwoord verstaan, maar Meta zag

haar man zoo vertrouwend in de oogen, en sprak haar "ja" zoo zeker

en blijmoedig uit, dat haar moeders hart van vreugde opsprong, en

tante March hoorbaar "snufte".

Jo schreide _niet_, ééns was zij op het punt te beginnen, maar

ze bedwong haar aandoening, voelende dat Laurie haar onafgebroken

fixeerde, met een mengeling van pret en aandoening in zijn ondeugende

zwarte oogen. Betsy verborg haar gezichtje op haar moeders schouder,

maar Amy stond als een bevallig beeld, terwijl een vriendelijke

zonnestraal haar blank voorhoofd en de bloem in haar krullen heel

voordeelig deed uitkomen.

Ik vrees, dat het hoogst ongepast klonk, maar op hetzelfde oogenblik,

dat zij goed en wel getrouwd was, riep Meta uit: "De eerste kus voor

mijn Moedertje!" en zich omkeerende, omhelsde zij haar innig. Gedurende

het volgend kwartier leek zij meer op een roos dan ooit te voren,

want ieder maakte het volste gebruik van zijn privilege, van den

ouden heer Laurence af, tot de oude Hanna toe, die, versierd met een

vervaarlijke en veelkleurige muts, haar in de gang om den hals viel,

terwijl zij snikkend en grinnikend riep: "Ik hoop dat je dan maar heel

gelukkig zult worden, lieve meid. Er is niets aan de taart gekomen,

en alles ziet er keurig uit."

Dit bracht allen weer in een luchtiger stemming; ieder zei iets

geestigs, of trachtte het te doen, wat op hetzelfde neer kwam, want

als het hart vroolijk is, valt het lachen niet moeilijk. Er was

geen uitstalling van cadeaux, want die waren reeds in het huisje,

ook volgde er geen prachtig déjeuner, maar een overvloedig maal van

gebak en vruchten, met bloemen versierd. Mijnheer Laurence en tante

March haalden glimlachend de schouders tegen elkander op, toen bleek

dat water, limonade en koffie de eenige soorten van nektar waren,

die door de drie Hebe's werden rondgediend. Niemand zei evenwel

iets, totdat Laurie, die er op stond de bruid te bedienen, voor haar

verscheen met een zilveren schenkblad in de handen en een verlegen

uitdrukking op zijn gezicht.

"Heeft Jo al de flesschen bij ongeluk gebroken?" fluisterde hij,

"of was het een gezichtsbegoocheling van mij, dat ik ze van morgen

meende te zien?"

"Neen, je grootvader was zoo vriendelijk ons van zijn besten wijn

aan te bieden, en tante March stuurde ook verscheiden flesschen,

maar Vader heeft er alleen een paar voor Betsy afgenomen en de rest

naar het soldatenhospitaal gezonden. Hij vindt, zooals je weet, dat

wijn alleen in geval van ziekte gebruikt moet worden, en Moeder zegt,

dat noch zij, noch haar dochters ooit onder haar dak aan jonge menschen

wijn mogen aanbieden."

Meta sprak ernstig en verwachtte dat Laurie zijn wenkbrauwen zou

samentrekken of lachen, maar hij deed geen van beide, want na haar

vluchtig aangekeken te hebben, zei hij op zijn onstuimige manier:

"Dat bevalt mij; ik heb er genoeg ellende van gezien, om te wenschen

dat alle vrouwen er zoo over dachten als jullie."

"Toch niet door eigen ondervinding, hoop ik?" vroeg Meta eenigszins

angstig.

"Neen, wees maar gerust! Dat is trouwens niets geen verdienste, want

het is geen verzoeking voor mij. Wijn was bij ons even overvloedig

als water, daarom geef ik er niet om; maar als hij door een aardig

meisje aangeboden wordt, weiger je niet graag."

"Maar dat zul je toch doen, al is het niet om je zelf, dan om

onzentwil. Kom, Laurie, beloof mij dat; geef mij nóg een reden om

dezen dag voor den gelukkigsten van mijn leven te houden."

Zoo'n plotseling en ernstig verzoek deed den jongen man een oogenblik

aarzelen, want belachelijk schijnen valt op dien leeftijd nog

moeilijker dan onthouding. Meta wist, dat wanneer hij de belofte gaf,

hij die, het kostte wat het wilde, zou houden; en daar zij haar macht

als bruid gevoelde, gebruikte zij die, zooals elke vrouw dat mag

doen, tot het welzijn van haar vriend. Zij zei niets, maar zag hem

aan met een gezichtje, dat buitengewoon welsprekend gemaakt werd door

haar innig geluk, en met een glimlach, die duidelijk zei: "Niemand

kan mij vandaag iets weigeren." Laurie ten minste kon het niet; met

een wederkeerigen glimlach gaf hij haar de hand, en zei van harte:

"Ik beloof het u, mevrouw Brooke."

"Dank je, Laurie, hartelijk dank."

"En ik drink op je goed besluit, Teddy," riep Jo uit, hem met een

scheut limonade besproeiende, terwijl zij met haar glas zwaaide en

hem goedkeurend toeknikte.

Dus werd de toast gedronken, de belofte gegeven en getrouw gehouden,

ten spijt van vele verzoekingen; want als bij instinct hadden de

meisjes een gelukkig oogenblik uitgekozen, om hun vriend een dienst

te bewijzen, waarvoor hij haar zijn heele leven dankbaar bleef.

Na den maaltijd drentelde het gezelschap bij tweeën en drieën door

het huis en den tuin, en genoten van den zonneschijn binnens- en

buitenshuis. Meta en John stonden toevallig samen midden op het

grasperk, toen Laurie plotseling een ingeving kreeg, die de kroon

opzette aan dezen buitenmodelschen trouwdag.

"Laat al de getrouwde menschen elkaar de hand geven en in een kring

om het jonge paar dansen, zooals de Duitschers doen, terwijl de

ongetrouwden in paren er om heen springen," riep Laurie uit, terwijl

hij zoo vlug en gracieus met Amy langs het pad voortgaloppeerde,

dat al de anderen aangestoken werden en zonder tegenspreken hun

voorbeeld volgden. Mijnheer en mevrouw March en oom en tante Carrol

begonnen; anderen volgden spoedig, Sallie Moffat nam, na een oogenblik

aarzelens, haar sleep over den arm en trok Ned mee in den kring. Maar

't grappigste paar vormden mijnheer Laurence en tante March, want toen

de oude heer plechtig de oude dame naderde, nam zij plotseling haar

stok onder den arm, en huppelde moedig voort, om de anderen bij de

hand te nemen en rondom het bruidspaar te dansen, terwijl de jongelui

als kapellen op een zomerdag door den tuin zweefden.

Gebrek aan adem maakte een einde aan het geïmproviseerde bal, en toen

begonnen de gasten te vertrekken.

"Ik wensch je het beste, kindlief; ik wensch je van harte het beste,

maar ik vrees dat het je berouwen zal," waarschuwde tante March Meta,

en voegde er bij tot den bruidegom, toen hij haar naar het rijtuig

geleidde: "Je hebt een schat ontvangen, jongeman--tracht haar waardig

te zijn."

"'t Was de aardigste trouwpartij, die ik in lang heb bijgewoond,

Ned, en waarom begrijp ik niet, want feitelijk was niets, zooals het

behoorde," zei mevrouw Moffat tot haar man, toen zij wegreden.

"Laurie, mijn jongen, als je ooit zooiets in je hoofd haalt, zie dan

een van die kleine meisjes te krijgen, dan zal ik volkomen tevreden

zijn," beloofde de oude heer Laurence, zich op zijn gemak uitstrekkende

in zijn leuningstoel, na de vermoeienissen van den morgen.

"Ik zal trachten aan uw wensch te voldoen, Grootvader," was Laurie's

plichtmatig antwoord, terwijl hij zorgvuldig het bouquetje losmaakte,

dat Jo in zijn knoopsgat gestoken had.

Het kleine huisje was niet ver weg, en de heele huwelijksreis van Meta

bestond in de rustige wandeling met John van het oude huis naar het

nieuwe. Toen zij beneden kwam, als een lief kwakerinnetje in haar grijs

pakje en witten stroohoed, verdrongen allen zich rondom haar, om haar

even teeder "vaarwel" te zeggen, alsof zij op een groote reis uitging.

"Denk nu maar niet, dat ik heel ver weg ben, Moedertje, of dat ik u

_iets_ minder liefheb, omdat ik zooveel van John houd," zei zij met

oogen vol tranen haar moeder een oogenblik in haar armen klemmende. "Ik

zal elken dag aankomen, Vader, en ik hoop, dat ik mijn oude plaats

in uw aller harten zal behouden, hoewel ik getrouwd ben. Bets heeft

beloofd heel veel bij mij te komen, en de andere meisjes zullen nu en

dan wel eens in loopen, om mij over mijn huishoudelijke moeilijkheden

uit te lachen. Ik dank u allemaal hartelijk voor mijn gelukkigen

huwelijksdag. Tot morgen!"

Toen zij wegging, staarden allen haar na met een uitdrukking van innige

liefde, blijde hoop en familietrots. Zij wandelde voort, haar gelukkig

gezichtje bestraald door de Juni-avondzon, geleund op den arm van haar

echtgenoot en de handen vol bloemen--zoo begon Meta's huwelijksleven.

HOOFDSTUK III.

ARTISTIEKE PROEFNEMINGEN.

Het duurt lang, eer men het verschil leert kennen tusschen talent en

genie, vooral voor eerzuchtige jonge menschen. Amy leerde dit door

vele teleurstellingen inzien; want daar zij haar enthousiasme voor

roeping aanzag, waagde zij zich met jeugdige stoutmoedigheid aan

de beoefening van elken tak van haar geliefkoosde kunst. Gedurende

langen tijd was er een stilstand in de "modderpasteitjes-woede",

en wijdde zij zich geheel aan fijne teekeningen met de pen, waarin

zij zooveel smaak aan den dag legde, dat haar keurige voortbrengselen

haar vrij veel geldelijk voordeel aanbrachten. Maar dit werk vermoeide

haar oogen te veel; daarom werd de pen terzijde gelegd en een moedige

poging met een soort van brandschilderwerk gewaagd. Gedurende dezen

aanval leefde de geheele familie in een aanhoudenden angst voor de

noodlottige gevolgen, want ten allen tijde was het huis vervuld van

den reuk van smeulend hout, onrustwekkende rookwolkjes stegen op uit

zoldervenster of schuurdeur, gloeiende poken lagen zeer gevaarlijk

voor de hand, en Hanna ging nooit naar bed, zonder een emmer water en

de etensbel voor de deur te zetten, in geval van brand. Mevrouw March

ontdekte een portret van Rafaël op den onderkant van de broodplank,

en een dito van Bacchus op het biervat; een zingende cherub versierde

het deksel van het suikertonnetje, en vruchtelooze pogingen om den

beroemden tooneelspeler Garrick weer te geven, verschaften voor langen

tijd spaanders om het vuur aan te maken.

Op Eigen Wieken · 第 1 / 26 段