HOE DE BEVOLKING VAN HET EILAND EN VAN ANDERE STREKEN WIJS WERD.

Hoewel men dus ieder handelsartikel, hetwelk een algemeen erkende

koopkracht of waarde heeft, als geld kan gebruiken, moeten de

eilandbewoners en alle andere menschen toch weldra bij ervaring geleerd

hebben, dat sommige artikelen veel beter geschikt zijn voor dit doel

dan anderen, of liever, dat het gebruik van sommige artikelen als geld,

hoezeer zij ook in andere opzichten aan dit doel mogen beantwoorden,

toch over het geheel zeer ernstige bezwaren met zich meebrengt. En

de bijzonderheden van deze ervaring bij de verschillende volkeren

vormen zeker wel een der meest belangwekkende hoofdstukken van de

wereldgeschiedenis. De ondervinding der eilandbewoners was ongeveer

als volgt:

Aanvankelijk spraken zij af om kauri's te gebruiken--een mooi

soort schelpen, die langs de kust gevonden werden en die alle

vrouwen wenschten te bezitten om ze als sieraad te gebruiken. Deze

schelpen waren echter vrij zeldzaam en inderdaad bleek het, dat

het haast evenveel tijd en arbeid kostte om een honderdtal van

die schelpen te vinden, als men noodig had om een schepel tarwe te

verbouwen. Bijgevolg werd tarwe doorgaans geruild voor kauri's tegen

het tarief van honderd kauri's voor een schepel, terwijl de landbouwer

met twee duizend kauri's gemakkelijk een ploeg kon koopen, daar deze

evenveel waard werd geacht als twintig schepels koren. Maar op een

goeden dag maakten een paar nietsdoeners, die veel op zee voeren,

een lange excursie en bezochten zij voor den eersten maal een ver

afgelegen eilandje aan den horizon. Toen zij daar landden, zagen

zij tot hun verbazing, dat de kauri's daar, in plaats van uiterst

schaarsch, in overvloed te vinden waren op de kust. Zij gaven elkander

een knipoog en zeiden niet veel, maar elk verzamelde zooveel kauri's

als hij dragen kon en toen zij naar het hoofdeiland terugkeerden,

hielden zij hun ontdekking diep geheim. Het eerstvolgende belangrijke

verschijnsel dat zich hierna onder het Robinson Crusoe-volk voordeed,

was een groote en onverwachte opleving van den geheelen handel. Het

geld begon overvloedig te worden. De omzet in zaken was nog nooit zoo

levendig geweest. Ieder voorwerp, dat te koop werd aangeboden vond

direct een kooper, en daar de vraag toenam, stegen de prijzen ook met

groote snelheid. Maar tevens merkte men op, dat er enkele personen

waren, die nooit geregeld werkten, maar die den geheelen ochtend

speculeerden en dobbelden en iederen middag aangename zeiltochtjes

maakten, en die toch meer geld schenen te hebben dan ieder ander;

waarvan zij als goede vaderlanders, die hun nationalen handel wilden

steunen, altijd gaarne bereid waren afstand te doen ten behoeve van

andere artikelen. Winkeliers, landbouwers en ambachtslieden, die ook

tot de ontdekking kwamen dat zij meer geld hadden dan gewoonlijk,

voelden zich eveneens gedrongen om het een en ander te koopen en

de prijzen gingen opnieuw naar boven, zoodat een schepel tarwe,

die vroeger misschien verkocht was voor honderd kauri's, nu grifweg

honderd vijftig en zelfs twee honderd opbracht. Maar aan den anderen

kant bemerkte de boer, dat hij, in plaats van zooals vroeger een

ploeg voor tweeduizend kauri's te kunnen koopen, nu het dubbele of

vierduizend kauri's moest betalen, of m.a.w., de kauri's hadden nu

zoowat de helft van de koopkracht, die zij vroeger bezaten.

Maar een tijdlang was iedereen in de wolken. Was het niet een feit,

dat de waarde van elks bezittingen in kauri-geld gemeten, zeer was

toegenomen--en wat was natuurlijker dan dat de sluwe avonturiers,

door wier toedoen deze gouden tijd was aangebroken, met eerbewijzen,

overladen werden en dat men hen uitnoodigde om te spreken voor

kauri-clubs in alle uithoeken van het eiland en dat er zelfs over

hen gesproken werd in verband met de hoogste ambten, die nog steeds

vervuld werden door Robinson Crusoe en zijn dienaar Vrijdag? Maar

de voortdurende stijging der prijzen--gemeten in kauri-geld--van

alle artikelen, of, wat hetzelfde is--de voortdurende vermindering

van koopkracht der kauri's, begon tenslotte de algemeene aandacht te

trekken en langzamerhand ook wantrouwen op te wekken, zoodat de prijs

van een schepel tarwe, die eerst honderd kauri's was geweest en daarna

tweehonderd, steeg tot drie-, vier- en zelf vijfhonderd kauri's. Een

ander merkwaardig verschijnsel, dat men opmerkte, was, dat naarmate

de prijzen stegen de vraag naar kauri-geld voor den handel ook in

dezelfde verhouding toenam, een vraag waaraan de avonturiers, die het

middel geweest waren om het eiland zijn vermeerderd volumen van geld te

verschaffen, niet verzuimden te voldoen door steeds nieuwe hoeveelheden

kauri's naar het eiland te brengen. Men merkte verder nog op, dat er

zich een opmerkelijke vermeerdering van maatschappelijke activiteit

voordeed, naarmate het wantrouwen toenam, want iedereen wilde zijn

kauri-geld inwisselen tegen iets anders. [3] Wie in de schuld stak,

haastte zich om zijn schulden af te betalen en iedereen was bereid

om kauri-geld te leenen voor het op touw zetten van allerlei nieuwe

ondernemingen. Zoo werd er b.v. een maatschappij opgericht met een

kapitaal van tien millioen kauri's om het wrak van het oude schip,

dat Robinson Crusoe naar het eiland had gebracht, te onderzoeken,

en, hoewel niemand precies wist, waar het wrak lag of wat er nog in

zou kunnen zijn, werd de onderneming aangeprezen als een prachtig

arbeidsveld. Een ander plan, waarvoor men een maatschappij met vijftig

millioen kauri's kapitaal had opgericht, was, om een net van kanalen

dwars door het eiland te graven, hoewel het geheele eiland niet meer

dan honderd mijlen breed was en aan alle kanten langs de kust een

volkomen veilige zeevaart bood.

Maar tenslotte kwam de aap uit de mouw. Andere menschen dan die

drie sluwe avonturiers ontdekten, waar al die kauri's vandaan

kwamen, en dezen haastten zich om ook een bezoek te brengen aan

het afgelegen eiland om zichzelf van geld te voorzien en het in

circulatie te brengen. Maar hoe meer geld er werd uitgegeven, hoe

meer er noodig was om te voldoen aan de behoeften van den handel;

totdat men eindelijk een vierpaards-karrevracht kauri's noodig had

om een schepel graan te koopen. Toen barstte de bom. De handel kwam

geheel tot stilstand. De man, dien Robinson Crusoe tot minister van

finantiën van het eiland benoemd had, meende het kwaad te kunnen

verhelpen door nog wat meer kauri's uit te geven [4] maar het baatte

niet meer. Enkele zeer wijze menschen waren er zeker van, dat alles

wel weer in orde zou komen, als de menschen alleen maar vertrouwen

wilden hebben; maar zoolang de menschen, die werkten en spaarden,

niet zeker wisten, wat zij voor de producten van hun arbeid zouden

krijgen--iets of niets--keerde het vertrouwen niet terug. Iedereen

voelde zich verarmd en opgelicht. Iedereen, die geld dacht te bezitten

in spaarbanken werd op een goeden dag wakker met het besef, dat zijn

geld niets anders was, dan een hoopje oude schelpen. Elk had zijn

zakken, zijn laden en zijn geldkisten gevuld met schelpen, die hij

ontvangen had in ruil voor artikelen, die hem veel kostbaren tijd en

arbeid hadden gekost. Maar strikt genomen werd toch niet iedereen

door de ramp zoo zwaar getroffen. Er waren eenige uitzonderingen,

en wel de slimme leegloopers, die het eerst de goedkoope voorraad

kauri's hadden gevonden en die, profiteerende van de onwetendheid

der gemeenschap, deze gevoegd hadden bij de bestaande circulatie om

als geld te dienen. Al deze menschen hadden hun voorzorgen genomen om

bezittingen van blijvende waarde--huizen, grondbezit, ploegen, graan

etc., in ruil te ontvangen voor kauri's en te behouden. Zij waren

dus feitelijk rijk geworden door de gemeenschap te bestelen [5]. De

gemeenschap evenwel was te beleefd om hen dieven te noemen en in de

gesprekken werd gewoonlijk op hen gezinspeeld als handige financiers en

als menschen, die vooraan stonden in hun tijd. Het laatste bedrijf van

dit merkwaardige drama op het eiland was, dat het eens zoo kostbare

geld zoozeer deprecieerde, dat het tenslotte alleen nog maar waarde

behield als grondstof om kalk van te maken. De menschen maakten er

derhalve kalk van door het te branden en om hun huizen tenminste van

buiten een vroolijk aanzien te geven, gebruikten zij die kalk om mee te

witten. Maar op één punt waren zij het allen eens, namelijk daarover,

dat het eerstvolgende artikel, dat zij zouden kiezen om als geld te

dienen, iets zou zijn met een blijvende, onveranderlijke waarde, die

niet afhankelijk was van toevallige omstandigheden of naar willekeur

beïnvloed kon worden door de kunstgrepen van menschen, die in hun

onderhoud wilden voorzien zonder er voor te werken.

Maar hoe merkwaardig deze ervaring van de eilandbewoners in verband met

het ontstaan en het gebruik van geld ook zijn moge, zij is allerminst

een uitzondering geweest, want de kronieken der geschiedenis toonen

aan, dat haast alle volkeren, die dit proces van beschaving hebben

doorgemaakt, een gelijksoortige ondervinding opdeden. Een bijzonder

treffend voorbeeld hiervan vindt men vermeld in de "Geschiedenis van

New York" door Diedrich Knickerbocker en in de geschreven kronieken

van de "New York Historical Society". Het was in de dagen van de

Hollandsche overheersching--in 1650--toen in Nieuw Amsterdam (later

New York) het gewone geld in omloop het z.g. Indiaansche geld of

"wampum" was, dat bestond uit "strengen van kralen bewerkt uit

oesterschelpen, kinkhorens en andere schelpdieren. Dezen hadden een

eenvoudig ruilmiddel gevormd onder de wilden, die ze bereidwillig van

de Hollanders aannamen in ruil voor bont." Willem Kieft was destijds

gouverneur, en daar hij den rijkdom van Nieuw Amsterdam wenschte

te vermeerderen en over het algeheel, zooals de geschiedschrijver

vertelt, een beetje naijverig was op Salomo (die goud en zilver even

overvloedig maakte als de steenen in de straten van Jerusalem) besloot

hij (de gouverneur) om aan zijn verlangen te voldoen en tegelijkertijd

te wedijveren met Salomo door dat gemakkelijk te produceeren geld

te maken tot de gangbare munt van zijn gewest. "Weliswaar had het

een intrinsieke waarde voor de Indianen, die het gebruikten om er

hun kleeren en hun moccasins mee te versieren; maar voor de eerzame

burgers had het niet meer innerlijke waarde dan stukjes been, vodden,

papier of ander waardeloos materiaal." Deze overweging legde echter

geen gewicht in de schaal bij Gouverneur Kieft. Hij begon met alle

dienaars van de Compagnie en alle schulden van het Gouvernement te

betalen in strengen wampum. Hij zond expedities uit om de kusten van

Long Island, dat het Ophir van dezen modernen Salomo was en waar de

schelpvisschen zeer overvloedig waren, af te zoeken. Die werden dan

in groote hoeveelheden naar Nieuw Amsterdam getransporteerd, verwerkt

tot Indiaansch geld en in de circulatie geworpen."

"En nu gingen de zaken een tijdlang als van een leien dakje. Het

geld werd even overvloedig als in onze dagen van papiergeld; en,

om een algemeene uitdrukking te bezigen: "de publieke welvaart nam

een wonderbaarlijke vlucht."

"Maar ongelukkig voor het welslagen van Kieft's plan, kwamen de

Yankees aan de Connecticut Rivier tot de ontdekking, dat zij met

weinig kosten en moeite zooveel wampum konden maken als zij wilden

uit oesterschelpen, en natuurlijk haastten zij zich om alle wampum

te leveren, die de handel in Nieuw Amsterdam noodig had; zij kochten

daarmee alles wat er te koop was en betaalden de brave Hollanders in

hun eigen prijs. Hierbij dient nog vermeld te worden, dat het geld van

Gouverneur Kieft ook volkomen het voornaamste kenmerk van elke goede

(!) geldsoort bezat, n.l. "ongeschiktheid voor uitvoer."

Toen derhalve de Hollanders tinnen pannen of houten kommen van Yankee

fabricaat wilden hebben, moesten zij daarvoor betalen in klinkende

guldens of een andere metalen munt, omdat wampum door de Yankees al

evenmin als ruilmiddel werd geaccepteerd als rotte eieren, ranzige

boter, bedorven vleesch, verrotte aardappelen of eenig ander Hollandsch

artikel, dat niet voor uitvoer geschikt was [6].

Het gevolg van dit alles was, dat de Hollanders en de Indianen

weldra alle wampum kregen en de Yankees alle beverhuiden,

Hollandsche haringen, Hollandsche kazen en al het zilver en goud

van het gewest. Toen werd, zooals te verwachten was, het vertrouwen

geschokt. Ook de handel kwam tot stilstand en, om de oude geschreven

kronieken aan te halen: "de Compagnie zag zich beroofd van haar

inkomsten en de kooplieden werden teleurgesteld in hun verwachting

om winst te maken, waarmee zij aan hun verplichtingen konden tegemoet

komen."

Men kan gerust de gevolgtrekking maken, dat de Hollanders na dien

tijd een artikel als geld gebruikten, dat minder onderhevig was aan

het gevaar van depreciatie, dan wampum.

De eerste kolonisten in Oost-Tennessee kwamen eveneens tot een

soortgelijke conclusie na een overeenkomstige ervaring: Raccoonhuiden

werden daar voor verschillende doeleinden gevraagd en waren bijgevolg

veel waard. Opossum-huiden daarentegen, werden weinig gevraagd en

hadden daarom weinig waarde. Maar enkelen onder de planters, die hun

verplichtingen willen afdoen zonder er een volkomen aequivalent voor

te willen geven, betaalden hun schulden in opossum-huiden, waaraan de

staart van een waschbeer bevestigd was. Maar toen die vervalschingen

eenmaal in de schatkist gekomen waren, konden zij niet meer uitgevoerd

worden om de schulden van den Staat mee te betalen en het gebruik

van Coon-huiden als ruilmiddel hield op.

Maar om weer naar het eiland terug te keeren; hoewel de eilandbewoners

den eersten keer al bijzonder ongelukkig waren geweest in hun

keuze van een artikel dat als geld kon gebruikt worden, bleef de

dringende behoefte aan zulk een artikel even groot als tevoren en

bijgevolg moest men een nieuwe keuze doen. Verschillende menschen

kwamen met verschillende voorstellen. Sommigen sloegen voor om

pisangs te gebruiken, omdat daarnaar voortdurend vraag was en deze,

wanneer zij goed en rijp waren, altijd ruilbaar waren voor een zeer

bestendige waarde, maar men begreep weldra, dat deze vruchten toch

volkomen ongeschikt waren om als ruilmiddel te dienen, zoodra het

bleek, dat de pisangs heel gauw bedierven na het oogenblik waarop

zij de grootste waarde hadden, zoodat daardoor iemand, die vandaag

overvloed van geld had, morgen wellicht niets meer bezat en dat wel

geheel buiten zijn schuld [7]. Tarwe, vee en gestempelde stukken

ijzer werden ook voorgesteld, maar al deze stoffen werden om de een

of andere bijzondere reden ongeschikt geacht. Zoo werd b.v. tegen

tarwe als bezwaar aangevoerd, dat hoewel er bijna altijd vraag

naar was en het de waarde van een zeer constante hoeveelheid werk

vertegenwoordigde, het te omvangrijk was om er mee rond te kunnen

loopen en dat het slechts zelden het eene jaar precies dezelfde

waarde had als het volgende; tegen vee, dat het onmogelijk was om

een os te verdeelen, door hem den eenen keer zijn staart en een

andermaal zijn ooren af te snijden, zonder daarbij tevens de waarde

van het dier als geheel te vernietigen; en dat, wanneer koeien in

het algemeen als wettig betaalmiddel voor schulden gebruikt werden,

het zeer waarschijnlijk was, dat de allerellendigste koe uitgekozen

zou worden uit den geldstal voor een dergelijk doel [8]; terwijl,

wanneer ijzer als geld werd aangenomen en tegen zijn meest gangbare

waarde in omloop werd gebracht, het wel eens zou kunnen voorkomen,

dat men een tonnemaat mee moest sleepen om een schuld van dertig dollar

te betalen. Een eigenaardig soort van kralen, gemaakt van blauw glas,

waren bij de vrouwen van het eiland als sieraad in gebruik gekomen en

daar zij veel gevraagd werden, klein van omvang en van zeer duurzaam

materiaal waren, werden zij als bijzonder geschikt beschouwd om als

geld te dienen. Zij werden dan ook daarvoor aangenomen en voldeden

een tijdlang zeer goed. Maar opeens verklaarden de vrouwen dat ze als

sieraad uit de mode waren, en doordat nu alle vraag naar en gebruik

van kralen plotseling ophield, zagen de kooplieden en anderen, die er

een grooten voorraad van hadden opgezameld, zich opeens weer voor het

feit gesteld, dat, wat zij voor geld hadden gehouden, geen koopkracht

meer bezat, en natuurlijk leden zij groote verliezen. Daarop spraken

de eilandbewoners af om niet langer blauwe glazen kralen als geld te

gebruiken. [9]

Hoe snel de bevolking van het eiland, door schade en schande wijs

geworden, een juist inzicht verkreeg in wat nu werkelijk goed geld

vormt, kan men afleiden uit het volgende voorval:

Een gedeelte van de eilandbewoners waren heidenen en om de kosten

en moeiten, om hen te beschaven en tot het christendom te bekeeren,

te dekken, was het de gewoonte van enkele brave menschen om van tijd

tot tijd te profiteeren van gelegenheden, waarbij zich veel volk

verzamelde, om bijdragen voor zulke doeleinden te innen. Nu bleek het

evenwel, dat sommige menschen, hetzij omdat zij niet wisten wat of

geld eigenlijk was, of omdat zij erg arm waren, de gewoonte hadden

om voorwerpen in den hoed te doen, die geen geld waren; en toen men

Robinson Crusoe, (die gewoonlijk zulke samenkomsten presideerde)

van deze handelwijze op de hoogte stelde, heeft hij, naar men zegt,

de euveldaders op de volgende indrukwekkende wijze terecht gewezen

en ingelicht:

"Voordat wij overgaan tot het innen van de gewone bijdragen voor de

heidenen," zeide hij, "wil ik de gemeente en in het bijzonder hen,

die op de galerij zitten, even opmerkzaam maken op het feit, dat de

gewoonte om in den hoed voorwerpen te leggen, die geen geld zijn, meer

in het bijzonder knoopen, blijk geeft van een graad van onwetendheid

omtrent het gebruik van geld, die ik niet mogelijk had geacht in

ons land na al onze verschillende ervaringen op dit gebied van den

laatsten tijd. Maar wanneer ten gevolge van onwetendheid of armoede,

iemand zich nog gedrongen mocht voelen, om voort te gaan met knoopen

bij te dragen in plaats van geld zou ik hem willen verzoeken om niet

de oogen er van af te breken; niet alleen omdat hij daardoor deze

voorwerpen als knoopen geheel onbruikbaar maakt, zonder ze geschikter

te maken om als geld te dienen, maar ook omdat hij er toch niet in

slagen zal, om de heidenen op deze wijze te bedriegen, daar dezen,

hoewel onbekend met het Evangelie, over het algemeen zeer goede

beoordeelaars van geldswaarde zijn."

Het Geld van Robinson Crusoe Populaire uiteenzetting omtrent den oorsprong en het gebruik van geld als ruilmiddel · 第 13 / 30 题