EEN NIEUWE MAATSCHAPPELIJKE ORDE VAN ZAKEN.

Het eerste menschelijke wezen, dat Robinson Crusoe gezelschap kwam

houden op zijn eiland, was Vrijdag en vervolgens Vrijdag's vader. Maar

zelfs deze vermeerdering van personen had nog geen behoefte aan

geld tengevolge, omdat deze drie menschen tesamen slechts één familie

vormden, waarvan de leden volkomen samenwerkten en alle nuttige dingen,

die zij in gemeenschap verkregen, onderling deelden, zonder ruilhandel

met elkander te drijven. Maar toen Will Atkins kwam met de Engelsche

zeelieden en, zooals wij mogen aannemen, het bevolkingscijfer van

het eiland aanmerkelijk en blijvend vermeerderde, werd een nieuwe

maatschappelijke orde van zaken onvermijdelijk. Onderscheid van

karakter en smaken en een natuurlijk verlangen naar persoonlijke

onafhankelijkheid maakten het weldra onmogelijk, dat allen tesamen

zouden leven en alles deelen als één groote familie. En weldra leerde

het eigenbelang hun ook, dat het voor de vermeerdering der productie

en de verbetering der qualiteit van alles wat de nieuwe gemeenschap

in haar geheel noodig had, wenschelijk was, indien niet iedereen

in al zijn eigen behoeften trachtte te voorzien en daarom nu eens

het werk van een timmerman of een bakker en dan weer dat van een

kleermaker, een metselaar enz. deed; maar dat het voor elkeen het

beste was om zich uitsluitend tot één vak te bepalen, zich daarin

te bekwamen en zichzelf de dingen, welke hij niet zelf vervaardigde

en die hij noodig mocht hebben, te verschaffen, door zijn eigen

producten of diensten te ruilen tegen de producten of diensten van

een ander. Zij begrepen instinctmatig, dat Robinson Crusoe, al was

hij oorspronkelijk een beschaafd mensch geweest, onvermijdelijk

een echte wilde zou zijn geworden, wanneer hij alleen was gebleven

op het eiland en wel uitsluitend daarom, omdat hij er alleen was

en geen ruilhandel kon drijven. Gedurende eenigen tijd hielden de

voorwerpen, die hij uit het wrak had kunnen redden, hem nog op een

zeker peil van beschaving, want alles wat het schip hem gebracht

had--de messen, bijlen, geweren, stof, enz.--was kapitaal of het

product van de vereenigde arbeidskrachten van andere menschen. Maar

als het schip hem niets had gebracht, dan had hij alles zelf moeten

maken: "zijn hoed, zijn kleeren, zijn voetbekleeding, zijn brood,

zijn vleesch door middel van zijn pijl en boog, zijn huis met behulp

van zijn bijl, zijn bijl met behulp van zijn hamer, zijn hamer.... ja,

hoe hij zijn hamer had moeten maken, mag de hemel weten"--en hij zou

een wilde geworden zijn, al zijn beschaving ten spijt; omdat het hem

met inspanning van al zijne krachten ternauwernood mogelijk zou zijn

geweest om zichzelf een schamel bestaan te verzekeren.

Eene systematische arbeidsverdeeling en een ruilhandel in producten

en diensten deden aldus voor het eerst hun intrede op het eiland en

vormden een onderdeel van een verbeterd productiesysteem en het middel

voor de bewoners om in hun levensonderhoud te voorzien. En hierbij

dient tevens opgemerkt te worden, dat daar artikelen en diensten nu

voor het eerst ruilbaar werden, dezen ook voor het eerst dat attribuut

verkregen, dat wij "waarde" noemen.

Het Geld van Robinson Crusoe Populaire uiteenzetting omtrent den oorsprong en het gebruik van geld als ruilmiddel · 第 7 / 30 题