Ik kom gaarne met avondlicht in mij onbekende steden aan. Het geeft er
iets nieuws en geheimzinnigs aan, omdat men weet, dat de nuchtere
werkelijkheid anders is. Vooral in vermaarde plaatsen, of waar men veel
over gehoord heeft, is het aardiger om 's avonds aan te komen. Zoo
blijft er althans voor één nacht een waas van poëzie over hangen, 't
welk de koele ochtend die volgt, maar al te dikwijls komt verscheuren.
Over het hedendaagsche Arles zweeft, romantisch-poëtisch, het beeld en
de ziel van Mistral.
"Si les filles d'Arles sont reines quand le plaisir les rassemble aux
arènes" heeft hij in Mireio gezongen; en vol bezieling gaan wij
wandelen, op zoek naar de mooie vrouwen van Arles.
Zouden ze reeds allen slapen zijn? Wij zien er geene, althans geen jonge
en mooie. Slechts hier en daar een oude vrouw uit het volk en die dan
ook de wel flatteuze kap: het heel klein mutsje met het breede zwarte
lint draagt.
"Si les filles d'Arles sont reines
Quand le plaisir les rassemble aux arènes,
Dans la lande en feu, je crois,
Les bouviers aussi sont rois."
Aangezien wij de "reines" niet vinden, laten we dan maar de "rois"
opzoeken. Die zullen stellig nog niet naar bed zijn.
Helaas! nog minder "rois" dan "reines". De schaarsche "rois" die wij in
't somber-doodsch oud stadje zien, zijn ongeveer gekleed als onze
landloopers en schooiers, en staan gebakken visch te eten met olijven,
in een openluchtig tentje, bij een walmend oliepitje.
Maar eindelijk vinden wij den dichter zelf.
Hij staat daar, op een voetstuk, midden op het Forum, bij een fontein
onder romantische platanen, vlak vóór het hôtel waar hij gewoonlijk
afstapt en waar ook wij onder dak zijn gekomen. Hij staat daar,
vereeuwigd in brons en kan zich zelf bewonderen, telkens als hij uit
zijn geliefd Maillane naar Arles komt.
Hij lijkt op Buffalo-Bill, zooals hij daar staat. Het is dezelfde mooie
kop met breed-geranden flaphoed, dezelfde fiere, nobele, martiale
houding. De zacht-zangerige Félibre en de ruwe Cow-boy, 't is of zij uit
het zelfde aardsche stof waren geschapen, en, als ik er even over nadenk
voel ik die gelijkenis niet eens zoo disparaat en abnormaal: Mistral is
immers "le bouvier de la lande en feu", zooals Buffalo-Bill de wilde
herder uit de "Prairie" is; en zelfs de "lande en feu", "la Crau" is
niet zoo sterk verschillend van het amerikaansche "Far West". Wat
verschilt is het nieuwe en het oude; het oude vol traditie, vol
weemoedige zachte poëzie; het nieuwe: hard, wild, ruw, amerikaansch.
De amerikaansche Mistral zal eerst later, veel later geboren worden, als
hij ooit geboren wordt.
Wij, noordelijke menschen, gewend aan de eeuwig-durende vochtigheid van
ons droef klimaat, kunnen 's nachts geen water hooren vallen, of wij
denken dadelijk aan regen.
Zoo was 't geval met mij dien nacht, te Arles, in het hôtel op de "Place
du Forum".
Ik werd wakker en hoorde gutsend-neerstortende stralen.
--O, wee, zuchtte ik, aan den tocht van den volgenden dag denkend.
Bedroefd stond ik op en keek door het venster.
O, zaligheid, het wás geen regen. 't Was de fontein vóór 't standbeeld
van mijn zachten vriend Mistral, die in helderen sterrennacht haar
glinsterende zilverstralen, onder het romantisch loover der platanen,
door de nachtelijke stilte sproeide....
* * * * *
Den volgenden ochtend "zagen" wij Arles: de nauwe kronkelstraatjes, de
kleine pleintjes, de oude geveltjes, de kerken, maar vooral de
romeinsche overblijfsels. Ik heb zeker een heidensche ziel: kerken,
kloosters, belforten en hallen kunnen mij wel boeien, maar nooit in die
mate als een "théâtre antique" of arena mij boeit. Of kan men wellicht
niet het eene naast het andere genieten? Wij zagen het klooster van St.
Trophime en al dat fijne kantwerk aan zuilen en bogen leek ons vol
stemming en schoonheid; maar vlak daarop zagen wij de arena en 't was of
plotseling een eeuwig-jeugdige godin voor ons stond. O, die kalme,
eenvoudige, reine, grootsche schoonheid van bogen en lijnen! Die
glimlach als 't ware van stil-verhevene sereenheid, hoog en rustig over
alles heen! Wie dacht daar nog aan 't wonder-kunstig beitelwerk van St.
Trophime? Leek St. Trophime hier niet een klein, gerimpeld en chagrijnig
oud vrouwtje, vergeleken bij die eeuwen-trotseerende, onvergankelijke,
frissche jeugd?
De arena, het "théâtre antique" en "les Alyscamps" de romeinsche
begraafplaats, meer hoeft men van het oude Arles niet te onthouden. In
fiere slankheid zijn van het théâtre antique slechts enkele zuilen,
kapiteelen en portieken overgebleven, maar grootsch en schoon nog
teekent zich hun goud-glanzende ruïne op den blauwen hemel af! Les
Alyscamps zijn indrukwekkend van sombere tragiek. Die lange en breede
allee vol steenen doodkisten, uitloopend onder eeuwen-oude,
wijd-vertakte boomen naar een ruige, oude kerk, is als een nachtmerrie,
en deed mij denken aan de doodsallee vol slangen en monsters, langs waar
de schoone en vertoornde Akëdisseryll met haar reuzenzwaard den
bloedigen Brahmanen-tempel ging bestormen.