[78] Germanisme voor _gunst_.

[79] _bovenstad_.

[80] In zijn oorspronkelijke beteekenis van _glansrijke, eervolle_.

[81] _verdicht_.

[82] De latere lezing, zie bij Van Lennep I, bl. 60 der _Nalezing_.

[83] _open, bloot, klaarlijk_.

[84] _Romeinsche_.

[85] Thans _niets_.

[86] _Te vergeefs_; verg. vroeger.

[87] _huivert voor_.

[88] _hartsbenaauwing_.

[89] _afwisschen_; verg. vroeger.

[90] _altoos door_.

[91] Thans slechts in den verlengden vorm _vochtig_ gebruikelijk.

[92] _gerepte_.

[93] _zoo als_.

[94] Thans _toch_.

[95] Thans _bang_ of _angstig_.

[96] Voor _aangrijnsde_.

[97] _smartvoller_.

[98] Rijmshalve voor _geweken_.

[99] Thans _naar_.

[100] Voor _helpt het_.

[101] _ademt gij_.

[102] Versta: _Nu 't bouwvallig Israël vernield is_.

[103] _doet pleisteren, verpozen_.

[104] Voor _nergens_; verg. boven, bl. 84a, aant. 43.

[105] Thans _Griekenland_; verg. vroeger.

[106] _vergolden, betaald_.

[107] _prikkelend tergt_.

[108] Germanisme voor _mijn_ of 't enkelv. _vader_.

[109] _mijmert_.

[110] Anders _adelaar_.

[111] _bewegen_ (eig. _doen wijken_; zie vroeger).

[112] _doodsbleek_.

[113] _overschouwt_.

[114] _rooven_.

[115] _brandt_.

[116] Voor _smette_.

[117] _merken, teekenen, herinneringen_.

[118] Thans verouderde tweeden naamvals vorm.

[119] Versta: _haar kans_.

[120] Peleus' zoon _Achilles_.

[121] _week_.

[122] _één, zaamgegroeid met_.

[123] _even_.

[124] Voor _neêrgestorte_.

[125] _geprangd, overstelpt_.

[126] _te zamen_.

[127] _gedrongen, geperst_.

[128] _evenaart_.

[129] Versta: _Als wij weigren het te doen_.

[130] Versta: _wij, wier_.

[131] Voor _pijlspits_.

[132] _redebeleid, gronden_.

[133] _u ontzien_.

[134] Voor _legerhoofd_, in 't algemeen.

[135] Nam. _aan ons_.

[136] _vergruizen, te morsel stooten_.

[137] Voor _soldij_.

[138] _eerloof_.

[139] _bevlekte_.

[140] Anders _bralt_.

[141] _bepaalde_; zie boven, bl. 3b, aant. 4.

[142] Nam. het oude _Gallië_.

[143] _Britten_ (verg. 't Fransche _Bretons_).

[144] _behoeft_.

[145] Die van Rome.

[146] _te gader_.

[147] Voor _verbinden_ in 't algemeen.

[148] Rijmshalve voor _verdeeld_.

[149] _Zegt den vrede op_; verg. vroeger.

[150] _hals_.

[151] Gelijk reeds herhaaldelijk voor _nederlaag_.

[152] _om niet_.

[153] Thans _wordt_.

[154] _overpeinzen_.

[155] _pijl_.

[156] _neêrzijgen_.

[157] Rijmshalve voor _schertsen_.

[158] Spreek uit _Jacinthen_ en verg. _Hiob_ voor _Job_.

[159] Voor _schittert_; zie vroeger.

[160] Versta: _zoodat_.

[161] Maatshalve voor _gebleven_.

[162] 't _algemeene best_.

[163] _knoke-, kneukel-been_.

[164] Voor _nek_ (verg. 't Hoogd. _Nacken_).

[165] Dat van Remus nam., naar de oude legende.

[166] _glansrijke_.

[167] Thans _vergood_.

[168] _wat zich in 't ondermaansche beweegt en wemelt_.

[169] Voor _jubel_ of derg.

[170] _heldhaftig, als helden_.

[171] _schimpt_.

[172] _smalend_.

[173] _verte_.

[174] _zoo_.

[175] _eerst, vroeger_.

[176] Voor _gij, die_; zie vroeger.

[177] _eerekroon_ voor 't _muur_ bestormen.

[178] Voor _opklimmen_.

[179] _Staat, wijkt ter zij_.

[180] Thans _afgepaalde, afgeperkte_, daar _tuin_ niet meer voor de

_omheining_, maar 't _omheinde_ zelf gebezigd wordt.

[181] _welkome bedrijf_.

[182] _vooruit, voor u heen_.

[183] (met olie) _ingesmeerd_.

[184] _zuil_.

[185] Verouderd voor _stof, aard_; ik lees zoo voor _mond_, waaraan

V. L. te vergeefs beproeft een gezonden zin te hechten.

[186] Voor _wapenen_.

[187] Latinisme (_Occidens_) voor _Westen_.

[188] _Komen, werken op_ (verg. ons _goed_ of _deugd doen_).

[189] _aan alle zijden_.

[190] Voor _zon_.

[191] Voor _begoochelt, bedriegt_.

[192] _zienlijke, zichtbare_.

[193] _bonst_ (met den hamer), _werkt_; verg. boven, bl. 30b v. o.

[194] _opbindt_, voor _verheft, opschroeft_.

[195] Anders _in_.

[196] Germ. voor _vaatwerk_.

[197] _dag aan dag_.

[198] Zoo lees ik voor _het_.

[199] door nachtwaken _afgebeulde_.

[200] _begeeft u_.

[201] _krengen_; verg. vroeger.

[202] Eig. _kast_; hier voor _schuilplaats_.

[203] _vonken_ (verg. 't werkw. _glinsteren_).

[204] Gelijk reeds meer, voor _blusschen_ (dat eig. hetzelfde is, met

voorgevoegd _be-_).

[205] Rijmshalve voor _de cypresse_, thans _cypres_.

[206] _leyen_ (verg. 't Fransche _écaille_), van 't schilferen zoo

genoemd.

[207] _blussche_.

[208] Later in _fornuzen_ en _fornuizen_ verbasterd (verg. 't Fransche

_fournaise_).

[209] _schroeyen_.

[210] _altaar, outer_.

[211] _bestemd_.

[212] Thans _oogst_.

[213] _Ach, wee mij_.

[214] Thans verouderd voor _zingt gij_ (verg. echter ons _kweelen_,

d. i. _kwedelen_).

[215] hier voor _herinneren_.

[216] _gevleid_.

[217] _toen_.

[218] voor _Libiaansche_.

[219] _spijst_.

[220] _om beurten_.

[221] Anders _gallerij, gaanderij_.

[222] voor _men_.

[223] _Deed het er niets toe_.

[224] _onvoldaan_.

[225] Anders _spitten_ (verg. _beden_ en _bidden_).

[226] Versta: _gij, die_.

[227] _gebraden beetjens_.

[228] Rijmshalve voor _lekkertjens_.

[229] _kloekhartiger_.

[230] Thans verouderde dubbele ontkenning.

[231] Gelijk reeds herhaaldelijk, voor _wij_ en _gij, die_.

[232] _ronddraait_ (naar de vroegere meening).

[233] Naar den Griekschen tongval, voor _Jeruzalem_.

[234] Voor _blootleggen_.

[235] Voor _torens_.

[236] _toespreekt_.

[237] (Eig. _lansknechten_), _soldaten_.

[238] Latin. (naar V. L.'s juiste opmerking) voor _blij gelaat_.

[239] Thans, minder welluidend, _naar_.

[240] _in 't recht van den oorlog_.

[241] _kloekste, wakkerste_.

[242] _avancement_ of _bevordering_, gelijk men thans zou zeggen.

[243] _boogschutters_.

[244] _bestemd_.

[245] Thans _telkens_.

[246] _voorhoofd_.

[247] _gezouten_.

[248] _het duffe puin_.

[249] Thans _meed_.

[250] Naar de Amsterdamsche spreekwijs; verg. De Vries op Hoofts

Warenar, bl. 185.

[251] zoo lees ik voor _dood_.

[252] _staat, is op 't punt van_.

[253] Versta: _staplen zij_.

[254] _offerwijn_.

[255] _gekeurd_; verg. vroeger.

[256] _zaam_.

[257] _opgehouden_.

[258] De dubbelhoofdige Janus.

[259] De ongerepte Vesta.

[260] _onjoodschen, onbesnedenen_.

[261] _voor_.

[262] _teeken_.

[263] Staat hier blijkbaar voor _groef_ (het eene _gegravene_ voor 't

andere). Daar ieder dien _jongeling_ zeker wel herkennen zal, teeken

ik zijn naam hier maar niet aan, ten einde den Heer Roelants voor 't

verwijt van nadruk te vrijwaren.

[264] In zijn latere beteekenis van _godsdienstig, kerksch_.

[265] _Wel_, naar de oudere gewoonte, terwijl voor ons _maar_ dan

meestal _dan_ gebezigd wordt.

[266] _straalt_ van _radie_ ('t Fransche _rayon_), en 't daaruit

afgeleide werkwoord.

[267] _koker_.

[268] _moge_.

[269] Afgekort voor _leest men_.

[270] _Wachter_; men herinnere zich 't Fransche _garde_ en ons

_kortegaard_ (voor _corps de garde_).

[271] Thans _door het land_.

[272] Even als 't Hoogd. _es_, 't Fr. _il_, en ons _het_ bij zoogenoemde

onpers. werkw. Versta dus: _een steenen hert moest zich erbarmen_.

[273] _steun_.

[274] Rijmshalve voor _verhalen_.

[275] Thans _ulieder_.

[276] Voor _schreyen_ (waarmeê 't in den grond één is).

[277] _grievende_.

[278] Voor _stelt_.

[279] Naar de gewone meening omtrent Josephus' houding, op welke echter

zeker vrij wat af te dingen vallen zou. Verg. o. a. 'tgeen laatstelijk

over "Titus' Cliënt" geschreven is door den scherpzinnigen Dr. Bernays

_Ueber die Chronik des Sulp. Severus_; Berlin 1861. S. 49 ff.

[280] _schietgevaarten_.

[281] Voor _ten beste geef, veil heb_.

[282] Zie boven, bladz. 132b, aant. 265.

[283] Rijmshalve voor _hoogten_; verg. vroeger.

[284] Voor _bemanden_.

[285] Voor _beschoren_.

[286] Thans _vond_.

[287] _als gezwollen_.

[288] Thans zou men zeggen: _langs de stoelen_.

[289] _mes_ (verg. 't Fransche _coutelas_).

[290] Voor _woning_, naar de Joodsche zegswijs.

[291] Voor _troep, gewemel_.

[292] Hier voor _deur_.

[293] _Zoodat, dus_.

[294] Nam. _pijlen_.

[295] _valt_ (en sneeft) _in_.

[296] _in stukken hakken_.

[297] Naar de Hollandsche wanspraak voor _men_.

[298] _toen_.

[299] _leedt, dulddet gij_.

[300] _bouwgewrocht_.

[301] _eens_.

[302] _verdwijnen der zon_.

[303] _'t gezicht verwart_.

[304] _gebouw_.

[305] Gelijk meer in de spreektaal, voor _gedacht_.

[306] Nam. _dat heer_ of _die heerkracht_.

[307] _toen_.

[308] _Toen_.

[309] als _heilig afgezette_; zie boven, bl. 129a, aant. 211.

[310] Voor _geesten_, en wel die der gevallen Engelen.

[311] _Scheemren met een flaauwer licht_.

[312] _dan de helderste ster_.

[313] _overdwars, schuins_. De dichter bedoelt blijkbaar: _Gij

geesten, die even ver boven zon, maan en sterren verheven waart, als

wij er onder liggen_.

[314] _bron-, water-rijk_.

[315] Plaatselijk, niet redegevend.

[316] Thans _ziel_.

[317] Gelijk reeds meer, voor _boeten, straffen_.

[318] Voor _ongemak, leed_.

[319] Gelijk reeds meer, voor _thans_.

[320] _kring, ronding_.

[321] Thans _vaak_.

[322] Germ. voor _gunst_; verg. reeds vroeger.

[323] _Aarts-, hoofdbevelhebber_.

[324] Voor _koomt het_.

[325] Voor _vereischen, behooren_.

[326] _voor_.

[327] _afgepaalde_; verg. boven.

[328] _afgedrukt, gegrift_.

[329] _ontkend_.

[330] _gene_.

[331] _onnoozelheid_.

[332] Al spreekt men 't eerste _lijk_ ook (naar den eisch) met stommen

klinker uit, zoo blijft deze herhaling toch wanluidend.

[333] _dan onze verwanten_.

[334] _schuw_.

[335] Voor _alzoo_.

[336] Het woord is, naar Van Lenneps opmerking, minder gelukkig

gekozen, voor _in bedwang houdt_ of derg.

[337] _over 't hoofd gezien, veronachtzaamd_.

[338] Hier ware nu Vondels _na_ wanluidend.

[339] Voor _redeloos_; wij gebruiken _onredelijk_ thans in anderen zin.

[340] De wolf, die, naar de oude volkslegende, Romulus en Remus zoogde.

[341] Voor _steun_.

[342] Zoo lees ik voor _en_, dat (gelijk reeds V. Lennep opmerkt)

onjuist is; men verklare het _bij, onder_.

[343] Een boetprofeet dier dagen.

[344] _beproeven_.

[345] Deze tweeden naamvals vorm herinnert aan den oorspronkelijken

aard van _veel_ als zelfst. naamw. (verg. nog _luttel_).

[346] Naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord (verg. nog

_rillen, d. i. ridelen_) _beven, dobberen_. De dichter bedoelt

blijkbaar: _als geheel de wereld rustig voor anker schijnt te liggen_.

[347] _Romulus' volksgenooten_.

[348] Zie vroeger op _feest, school_, enz.

[349] Naar den oorspronkelijken klank der ij, als dubbele i; zie ook

beneden, bl. 140b _bij_ en _die_.

[350] _wordt_.

[351] _betale, voldoe_, naar de oorspronkelijke beteekenis van

_gelden_.

[352] _dat goed, die weldaad_.

[353] Thans _loeyen_.

[354] _vervorder, voortzet_.

[355] Dichterlijk (gelijk V. L. te recht opmerkt) voor de _zeven

heuvelen_, waarop Rome gebouwd is.

[356] Den lateren keizer _Domitiaan_.

[357] Anders _weeft, verzint_.

[358] Later veelal _streken_.

[359] _doet voorkomen_.

[360] Thans _metselt_; verg. vroeger.

[361] een _ijdel, ledig_ graf.

[362] Verg. boven, bl. 59a, aant. 159, en dus niet met Van L. van

_opklaauwen_ af te leiden.

[363] _gevallen_.

[364] Thans tot _scheidde_ verzwakt (verg. echter nog het verl. deelw.

_gescheiden_).

[365] _meesteres_.

[366] _herstelling_ (verg. nog ons _zich_ ergens van _verzetten_).

[367] _onderneemt_.

[368] _dapperheid_.

[369] Voor _toorn_.

[370] het door ons _gebouwde_ grafgesteent.

[371] Verg. boven, bl. 137, aant. 332.

[372] _wakker_.

[373] _wilt het_.

[374] Thans _benaauwde_.

[375] Germanisme voor _gebonden_.

[376] Italiaansch voor _schelm_.

[377] _nu_; verg. vroeger.

[378] _vertraagt, hindert_.

[379] _ophouden, uitstel_.

[380] Germanisme (_geschals_) voor _geschiedde_.

[381] Als eenling namelijk.

[382] Voor _bedroefders_, ten zij men _bedroeders_ lezen moet (verg.

het oude _hoot_ voor _hoofd_).

[383] _eerlijke_.

[384] _Romeinsche_, naar 't Ital. land van dien naam.

[385] _macht, machtige stad_; (verg. 't Hoogd. _Gewalt_).

[386] _mijmert_.

[387] Ontkennend; verg. boven, bl. 1, aant. 8.

[388] Min gelukkig voor _juist_, en terecht door Van Lennep als

Rederijkers-smetjen gegispt.

[389] _schuldig, gebonden_.

[390] _zich arm vochten_.

[391] _ras_.

[392] _brallen_; zie vroeger.

[393] Versta: _derwaarts, van waar_.

[394] Verg. boven, bl. 141b, aant. 381.

[395] _drijvend, vlottend_; verg. vroeger.

[396] Versta: _het ondermaansche_.

[397] _geheel bedorven_; zie vroeger.

[398] Thans verouderd voor _begaan_ (verg. echter _beging_).

[399] Rijmshalve voor _afgrijzen_.

[400] Min gelukkig voor _inzwelgen_.

[401] _teren_.

[402] _vermeerderden_.

[403] _geestendom_.

[404] Thans _poort_.

[405] _dulden_.

[406] Thans _verwerpen_.

[407] _telgen, kinderen_.

[408] _diegene, hij, die_.

[409] _verdeeld_.

[410] _ontembaar_.

[411] Anders _loeit_; verg. boven.

[412] _blijmoedig_.

[413] _blikken_.

[414] _onuitbluschbare_.

[415] _voor_.

Correcties gemaakt door de bewerker

pagina originele tekst correctie

120b aenzien van geheel Europa? aenzien van geheel Europa?"

123a DE REI van Staat-jonfren DE REI van Staat-jonffren

123a FINEAS Priester FINEAS Priester.

126b TITTS TITUS.

135a om zijnes tempels wil! om zijnes tempels wil!"

137b of een benaauwde dood, of een benaauwde dood.

141b TERENIUS. TERENTIUS.

143b geslonken na het baren!" geslonken na het baren!""

De complete werken van Joost van Vondel. Hymnus of Lofzang van de Kristelijke Ridder, [etc.] · 第 7 / 7 段