Na den eten stoeiden Freddy en Etienne met de kinderen, terwijl mevrouw
Van Erlevoort zich in haar boudoir ging afzonderen en Otto, naast
Mathilde, die borduurde, zijn sigaar rookte. Rika, de meid, nam de
tafel af, zeer gehinderd door Nico, en duizend angsten uitstaande voor
een blad, waarop zij vuile glazen en borden had geplaatst. Eindelijk
sloeg het acht uur en juffrouw Frantzen kwam om de kinderen te halen.
--Ciel de mon âme! riep Frédérique, op de canapé half gesmoord door
Ernestine, Johan en Lientje, en zij bevrijdde zich van de armen en
beenen die haar als polypen omvingen. Ik moet naar boven; Mathilde
kom je me helpen?
--Goed, antwoordde Mathilde en stond op. En jullie kinderen, gauw
naar bed!
--Neen, ik wil niet, ik wil eerst tante Freddy mooi zien! riep
Ernestine met een zeurig stemmetje. En ik wil tante ook helpen.
--Tante kan je hulp wel missen en mooi is ze altijd! antwoordde
Mathilde. Kom, gaat nu allen meê met juffrouw Frantzen, allons,
als zoete kinderen.
Freddy vloog weg, en daar mevrouw Van Erlevoort sluimerde, kon Mathilde
haar macht laten gelden en het viertal werd naar boven gejaagd met
een aanmaning op elke treê, daar Nico hinkend weder de trap af wilde
gaan en Lientje op het portaal met Hector op den grond bleef sollen.
--Ik kom dadelijk, Freddy! riep Mathilde; zoodra de kinderen boven
zijn! en Freddy gilde van uit haar kamer, dat ze zich hield aanbevolen.
Ze was reeds bezig met het golvende haar uit te borstelen, den
lokkenvloed van Kleopatra.... Mathilde zou haar kappen: die kon
het zoo keurig doen. En ze schikte alles en ze zag alles na, haar
waaier, heur handschoenen, haar zakdoek, heur lichtblauwe, satijnen
schoentjes.... Een blos van zenuwachtigheid tintte de matheid van
haar melkwit teint, terwijl zij zich in den grooten spiegel bezag en
glimlachte, tot er een kuiltje zich groef in elke wang. Het zou wel
gaan, dacht ze.
Na een half uur kwam Mathilde terug met Martha, de linnenmeid, die
ook als kamenier dienst deed en Frédérique ging zitten, vlak voor
den spiegel, in haar onderlijfje en haar blauwe schoentjes.
--Net zoo eenvoudig en snoezig als verleden keer, Tilly! vleide
Frédérique, terwijl Martha nu de kam, dan een frizeerijzer, of een
haarspeld aangaf. O, het is hier koud geworden! Martha, gooi wat om
mijn schouders!
Martha legde haar een bonte pelerine om. Mathilde had met vlugge
vingers haar werk voltooid.
--Daar! sprak ze, en schoof de krullende franje van voren
terecht. Eenvoudig, keurig en stevig. Ben je tevreden?
Frédérique bezag zich en roerde even met de tippen harer vingers heur
kapsel van terzijde aan.
--Zeker, zeker, zeide ze; en nu.... nu mijn flot de tulle.
De bonten pelerine vloog op den grond, maar Martha regelde de wanorde
van kleedingstukken, die zich in het vertrek verspreidden. Mathilde
hief de wolk van teeder azuur op, en liet ze, licht als een zucht,
om Freddy heenglijden.
--Ik ben iets van een fee, van een ondine! sprak Freddy, haar armen
opheffend, en Tilly en Martha knielden neêr en haalden de wazige
plooien dier ragfijne nevels uit, La, la, la,.... Freddy's voetjespaar
bewoog zich op een maat, die zij neuriede....
--Freddy, Freddy, stil nu.... Martha, een speld; die strik zit los....
--Hoe vindt je het, Martha?
--Beeldig, freule!
--Is het nu niet kaal, op zij, Tilly?
--Och, wel neen, het is een en al strik- en lintenburg, wat wil je
nu meer. Het fladdert al alles om je heen.... toe, Freddy, ik bid je,
wees nu een oogenblik stil....
Daar ging de deur zachtjes krakend open, als door een geheimzinnige
hand....
--Wat is dat nu weêr! riep Mathilde, bijna ongeduldig en ze werd
woedend, toen ze Ernestine, rillende in haar witte nachtjapon,
als een tengere schim, zag verschijnen, een weinig angstig en toch
guitig-brutaal.
--Toe moes, ik wou zoo graag....
--Maar Tine, het is om doodziek te worden, zoo op die koude trappen en
door de koude gang te loopen! Ik begrijp niet, hoe je zoo ongezeggelijk
kunt zijn....
--Kruip in mijn bed, Tine, gauw, maar pas op voor mijn lijfje! riep
Freddy. Ach, laat maar, Tilly, fluisterde zij.
Tine was reeds in bed gekropen en nestelde zich als een duif in de
dekens, waarna haar dunne vingertjes met welbehagen het blauwe satijn
van Frédérique's corsage, dat nog op de kussens lag, betastten.
Mathilde haalde met een zucht haar schouders op, berustend als altijd,
maar zij nam het lijfje weg. Mevrouw Van Erlevoort verscheen in de
nog geopende deur, ruischende van haar moiré.
--O, wat is mama mooi! riep Frédérique opgetogen; je zal zien, Tilly,
ik ben weêr het laatste klaar. Toe, rep je wat!
Mathilde reeg het blauw satijnen lijfje van achteren dicht en mevrouw
Van Erlevoort zag bewonderend en glimlachend naar haar nevelige
ondine.... Daar hoorde zij echter iets sluipen, achter zich, en
omziende bespeurde zij Johan en Madeline, beiden verkleumd en in
nachttoilet....
--Neen maar, dat is te erg! Dat is om wanhopig te worden! riep
Mathilde uit en zij liet Frédérique half geregen staan en vloog naar
de bengels toe. Hoe kunnen jelui toch zoo ondeugend zijn en mama
zoo een verdriet doen! Morgen zijn jullie allemaal ziek.... Kom,
gauw naar boven en dadelijk!
Haar stem klonk gramstorig en de beide kinderen begonnen bijna te
weenen, maar mevrouw Van Erlevoort kwam ter hulpe.
--Ach Mathilde, laat ze nu maar een oogenblikje blijven....
--In mijn bed.... kruip in maar, gauw! riep Frédérique schaterend van
het lachen. Maar niet aan mijn tulle... afblijven, afblijven! en zij
week angstig terug voor die uitgestrekte klauwtjes der beide wandalen,
die in het luchtige gaas schenen te willen grijpen, en aan de lange
strikken te willen trekken.
Mathilde zelve begreep, dat de kinderen in Freddy's bed nog het beste
zouden zijn voor het oogenblik, en zij gaf voor de duizendste maal toe
en reeg zuchtend Freddy's corsage, waarvan het satijn kraakte, verder
dicht; Johan en Lientje kropen intusschen bij Tine onder de gewatteerde
deken en zagen met tintelende, guitige oogen naar de blauwe fee op.
--Doe je daar nog iets overheen, tante? vroeg Johan; of blijf je
zoo nakend?
--Ach, domme jongen? riep Tine verontwaardigd en zij duwde hem omver,
zoodat Lientje met een gil meêgesleept werd en Frédérique's bed
weldra een chaos geleek van wollen dekens, blonde krullen, kussens
en half ontbloote, roze beenen en armen, die zich alle onder een luid
gekrijt dooreenwoelden.
Mevrouw Van Erlevoort en Frédérique weenden bijna van het lachen
om dit tafereel, de laatste tot groote ergenis van Mathilde, welke
haar veters maar niet vermocht vast te strikken, en mevrouw Van
Erlevoort riep Otto en Etienne, die, gerokt en reeds geoverjasd,
de trap afkwamen, binnen om het schouwspel te zien.
--Kom er meê in, oom Eetje, kom er meê in, toe, kom er in! schreeuwde
Johan, maar Etienne bedankte voor de eer; hij was nu veel te mooi om
zoo te ravotten, hoor.
--Je bent om te schaken, Freddy! zeide Otto glimlachend.
--Om weg te blazen, niet waar, pf...t... Maar Tilly, ben je nu nog
niet klaar met die veters?
--Ach wat, Freddy, je staat geen oogenblik stil!
Tilly was ten laatste klaar en iedereen was klaar en mevrouw Van
Erlevoort ging reeds de trappen af, daar het rijtuig juist gekomen was.
--Kinderen, nu in bed blijven en niet rondloopen in de koû! riep
Mathilde met gezag, terwijl Frédérique zich met Martha's hulp in
haar sortie hulde, Otto belastte met een waaier en Etienne met een
handschoen.
--Kom, Freddy, mama is al lang naar beneden, zeide Otto en sloeg met
den waaier ongeduldig op zijn hand.
--Freddy, heb je niets vergeten? vroeg Mathilde.
--Zeg, waar is je tweede handschoen, Freddy, of trek je er maar een
aan? riep Etienne luid, om zich in het rumoer, dat de kinderen steeds
in bed maakten, te doen verstaan.
--O, wat maken jullie me allemaal geagiteerd!.... Ik heb hem al half
aan, mijn tweeden handschoen! Martha, mijn zakdoek! Dank je; alles
klaar? Goed! adieu, dag kleine schatten...
--Freddy je vergeet wat! riep Etienne.
--Wat, ach wat dan....?
--Je parapluie, hier!
--Flauwe jongen.... Mama zit zeker al in het rijtuig te wachten en jij
houdt me op met flauwiteiten! Nu adieu, dag Tilly, dag lievelingen,
ja Otto, ik kom al.... Dag Tilly, dank je voor je hulp. Dag Martha.
--Veel plezier, freule.
--Hier kinderen, kom hier! riep Mathilde.
Zij wierp hun alle drie iets om, een doek of een deken: Ernestine
Freddy's regenmantel, die haar een el voor de voeten sleepte.
--En waar is juffrouw Frantzen, dat jullui hier zoo maar gekomen
zijn? vroeg zij ontevreden.
--In haar eigen kamer bij Nico, moes, Nico slaapt, zeide Tine. Toe
moes, niet boos zijn!
En zij hief hare armpjes, omfladderd door de te wijde mouwen van den
regenmantel, liefkoozend op. Mathilde glimlachte en liet zich omhelzen.
--Kom nu allemaal, naar bed! sprak zij een weinig verzoend.
--Wat ziet de freule derledikant er uit, zeide Martha hoofdschuddend,
ik kan het heelemaal weêr gaan opmaken, stoute bengels!
--Zoete bengels! riep Lientje.
Mathilde nam haar in haar arm op en Tine en Johan volgden, bijna
struikelend over hun vreemde draperieën en gillende van de pret,
dat hun list gelukt was.
--St, stil zijn, anders maak je Nico wakker!
Juffrouw Frantzen wist van den prins geen kwaad; zij zat, met Hector
aan haar voeten, te breien in de kamer, waar Nico sluimerde en
ontstelde hevig, toen zij de karavaan zag aankomen. Die ondeugende
kinders, om zoo stilletjes weg te sluipen; ze was in de volle
overtuiging dat ze al lekkertjes sliepen in de kamer er naast!
Het drietal werd in bed bezorgd, rillend en verkleumd maar dol van
vroolijkheid en juffrouw Frantzen vermaande ze nu toch niet meer te
praten en zoet te gaan slapen....
En Mathilde boog zich over het bedje van haar Nico, die met geloken
oogen in de wol lag, de vochtige lipjes half geopend, en zijn blonde
krulletjes kruivend over het witte kussen. Engel van een jongen! En
ook de anderen, wat een schatten, echte lastposten, niet te regeeren
vooral met mama en Freddy als medebestuur.... Maar toch, hoe gelukkig,
dat zij ze had, alle vier, alle vier!
En zij boog zich en roerde even met de lippen Nico's open mondje aan,
en zij voelde zijn zachten, geurigen adem over haar wang strijken,
als een liefkoozing, en haar tranen drupten neêr op zijn voorhoofd,
zoo doorschijnend bleek, zoo zacht....
Engel van een jongen....
Hoofdstuk VI.