II.

Er werd weder gebeld.

Het was Paul, die nog meer dan de meisjes dien geur van wind en

vocht medebracht, en die weêr naar buiten werd gestuurd, om beter

zijn voeten af te vegen.

--Wat een weêr! zuchtte hij en deed zich eindelijk na al die

pourparlers neêrvallen in een fauteuil.

Mevrouw liet de jongelui alleen en zette zich in de serre bij heur man,

maar deze, hoorende dat Paul er was, begaf zich naar de achterkamer.

--Dag oom.

--Zoo, dag Paul, hoe gaat het.... Ook goed met mama?

--O, het schikt nog al, oom, mama is heel wel; zooeven zat ze druk

te lezen in een boek, dat Eline haar gestuurd had....

--En hoe is het er meê, heb je al een visite bij Hovel gemaakt?

--Neen oom, nog niet!

--Maar doe dat dan. Laat er niet al te veel gras over groeien, Hovel

verlangt kennis met je te maken....

--Paul, je hebt nu al vier dagen geleden gezegd, dat je naar Hovel

zou gaan! riep Marie uit. Hoe is het mogelijk, dat je daar zoo lang

over moet denken. Het is, of het een reis is!

--Ik was van plan er morgen heen te gaan.

--Ga dan ook morgen, om halfzeven; na den eten vindt je hem altijd

thuis en is hij te spreken. Ik zou dat nu zoo maar vaststellen! zeide

oom Verstraeten, en er glom iets ontevredens in zijn anders zoo

vroolijke, donkerbruine oogen, toen hij naar de serre terugging,

gauwer dan hij anders zou gedaan hebben.

--Paultje, Paultje! zeide Frédérique, haar hoofd schuddend: hoe kan

je zoo lui zijn, nog luier dan Lili.

--Ach, het is immers morgen tijds genoeg, bromde Paul terug, en dronk

zijn kopje uit.

--Ja maar lui ben je! voer Marie hem tegen, onbevreesd voor een booze

bui. En om er oprecht over te spreken, we vinden dat allesbehalve

goed....

--Wel zeker, ga me nu maar eens de les lezen, oude grootmama.

--Oude grootmama, of geen oude grootmama, ik zeg je precies mijn

opinie.... En zie je, ik vind het jammer, dat je zoo bent, want je

zou veel meer kunnen presteeren, als je wat meer energie hadt. Let

op mijn woorden, als je je niet een beetje betert, wordt je net

als Henk.... een uitstekend goede, beste, brave jongen, maar een

doeniet. Je weet, ik dweep volstrekt niet met Betsy, maar ik kan

me begrijpen, dat je broêrtje haar soms gruwelijk moet vervelen,

met zoo een heelen dag niets doen.

--Zeg nu niets van Henk; Henk is een goede, beste vent! riep

Frédérique.

--En daarbij, voer Marie voort; je hebt meer capaciteiten dan

Henk; daarom vind ik die luiheid en dat gebrek aan energie dubbel

onuitstaanbaar in je....

--Ach, Marie, zeide Lili opstaande; zit nu niet zoo uit te varen

tegen Paul.... poor boy! Ga jij morgen naar Hovel, hoor! fluisterde

zij hem in; dan is alles weêr in orde....

Hij lachte haar toe, en beloofde zich te zullen beteren onder het

voogdijschap van haar drieën.

--Het schijnt, of ik onder curateele van mijn nichtjes en van freule

Van Erlevoort sta! zeide hij vroolijk. Mag het kleine jongetje nu

nog een kopje thee?

Eline Vere: Een Haagsche roman · 第 32 / 188 题