Er werd weder gebeld.
Het was Paul, die nog meer dan de meisjes dien geur van wind en
vocht medebracht, en die weêr naar buiten werd gestuurd, om beter
zijn voeten af te vegen.
--Wat een weêr! zuchtte hij en deed zich eindelijk na al die
pourparlers neêrvallen in een fauteuil.
Mevrouw liet de jongelui alleen en zette zich in de serre bij heur man,
maar deze, hoorende dat Paul er was, begaf zich naar de achterkamer.
--Dag oom.
--Zoo, dag Paul, hoe gaat het.... Ook goed met mama?
--O, het schikt nog al, oom, mama is heel wel; zooeven zat ze druk
te lezen in een boek, dat Eline haar gestuurd had....
--En hoe is het er meê, heb je al een visite bij Hovel gemaakt?
--Neen oom, nog niet!
--Maar doe dat dan. Laat er niet al te veel gras over groeien, Hovel
verlangt kennis met je te maken....
--Paul, je hebt nu al vier dagen geleden gezegd, dat je naar Hovel
zou gaan! riep Marie uit. Hoe is het mogelijk, dat je daar zoo lang
over moet denken. Het is, of het een reis is!
--Ik was van plan er morgen heen te gaan.
--Ga dan ook morgen, om halfzeven; na den eten vindt je hem altijd
thuis en is hij te spreken. Ik zou dat nu zoo maar vaststellen! zeide
oom Verstraeten, en er glom iets ontevredens in zijn anders zoo
vroolijke, donkerbruine oogen, toen hij naar de serre terugging,
gauwer dan hij anders zou gedaan hebben.
--Paultje, Paultje! zeide Frédérique, haar hoofd schuddend: hoe kan
je zoo lui zijn, nog luier dan Lili.
--Ach, het is immers morgen tijds genoeg, bromde Paul terug, en dronk
zijn kopje uit.
--Ja maar lui ben je! voer Marie hem tegen, onbevreesd voor een booze
bui. En om er oprecht over te spreken, we vinden dat allesbehalve
goed....
--Wel zeker, ga me nu maar eens de les lezen, oude grootmama.
--Oude grootmama, of geen oude grootmama, ik zeg je precies mijn
opinie.... En zie je, ik vind het jammer, dat je zoo bent, want je
zou veel meer kunnen presteeren, als je wat meer energie hadt. Let
op mijn woorden, als je je niet een beetje betert, wordt je net
als Henk.... een uitstekend goede, beste, brave jongen, maar een
doeniet. Je weet, ik dweep volstrekt niet met Betsy, maar ik kan
me begrijpen, dat je broêrtje haar soms gruwelijk moet vervelen,
met zoo een heelen dag niets doen.
--Zeg nu niets van Henk; Henk is een goede, beste vent! riep
Frédérique.
--En daarbij, voer Marie voort; je hebt meer capaciteiten dan
Henk; daarom vind ik die luiheid en dat gebrek aan energie dubbel
onuitstaanbaar in je....
--Ach, Marie, zeide Lili opstaande; zit nu niet zoo uit te varen
tegen Paul.... poor boy! Ga jij morgen naar Hovel, hoor! fluisterde
zij hem in; dan is alles weêr in orde....
Hij lachte haar toe, en beloofde zich te zullen beteren onder het
voogdijschap van haar drieën.
--Het schijnt, of ik onder curateele van mijn nichtjes en van freule
Van Erlevoort sta! zeide hij vroolijk. Mag het kleine jongetje nu
nog een kopje thee?