In de vierde acte, in de door maanlicht beschenen tuinen van Ben-Saïd,
hoorde Eline vol belangstelling naar Manoëls cavatine, zijn duet met
Xaïma en hun beider trio met Hermosa, maar haar aandacht steeg, toen de
Moorsche vorst in de poort van zijn paleis verscheen, den krijgslieden
beval Manoël weg te voeren, en Xaïma, na zijn, tevergeefs smeekende
klacht, in plotseling woedenden hartstocht voortsleepte.... Het einde
der opera: Ben-Saïd vermoord door de moeder, die haar dochter redden
wil, greep haar meer aan, dan zij zou hebben willen bekennen. In zijn
scènes met de beide vrouwen speelde de nieuwe baryton met een vuur en
een kracht, die het melodrama als een gloed van romantische waarheid
bijzette, en toen hij getroffen op de trappen van het paviljoen
neêrzeeg, hief Eline haar binocle op, om zijn donker gekleurd gelaat
met den zwarten baard en de geloken oogen even te beschouwen....
Het scherm viel, maar de vier acteurs werden teruggeroepen en Eline
zag hem weder, buigende met een koelen, onverschilligen trek, die
afstak bij de glimlachjes van den tenor, de forte-chanteuse en de
chanteuse-légère.
Het publiek rees op, de deuren der loges openden zich...
Georges hielp zijn dames met haar sorties en zij gingen den couloir
door, de trappen af, om achter de glazen deuren te wachten, tot hun
rijtuig werd aangediend, door den afroeper met de hand aan den mond:
--Van Raa....aat!....
--Ik geloof toch niet, dat de Tribut een van Gounods beste opera's is,
is het niet, Eline? vroeg Emilie in het rijtuig. Niet te vergelijken
met Faust of Romeo et Juliette.
--Ik geloof het ook niet, antwoordde Eline voorzichtig, om haar bewogen
gemoedsstemming niet te doen blijken: maar men kan zoo moeilijk over
muziek oordeelen, wanneer men die voor het eerst hoort. Een paar
lieve melodieën hebben mij wel gefrappeerd. En daarbij, we hebben
maar de helft gezien.
--Voor een paar actes te gaan, vind ik wel aardig, maar eene geheele
opera te moeten hooren, verveelt me, dat wil ik wel bekennen, zeide
Betsy gapend.
En Georges neuriede:
"Debout, enfants de l'Ibérie!"
De De Woudes werden eerst thuisgebracht op het Noordeinde en Betsy en
Eline reden vervolgens, mollig gedoken in het gebrocheerd satijn van
den landauer, naar het Nassauplein terug. Zij spraken nog even over
Vincent en toen zwegen zij beiden, en Eline dacht in een dwalende
mijmering aan de wals van Mireille, aan haar twist met Betsy over
Grete, aan de groep der Vijf Zinnen, aan Mevrouw Van Raat en De Woude,
aan heur roze japon en Ben Saïd.
Hoofdstuk V.