En zoo was het iets geweest, waarvan hij zich nooit zuiver rekenschap
had kunnen geven, hoe hij op een avond, in de groene koelte eener flauw
verlichte serre, Betsy eensklaps verzocht had zijn vrouw te worden,
geheel op eens, met een paar doorslaande zinnen. Hij had alleen dien
avond gevoeld dat hij niets anders vermocht als gemagnetizeerd door
iets bevelends in Betsy's wezen, dat hem tot die verklaring dwong. Zij,
kalm, zonder aarzeling, had aangenomen, er voor zorgende, dat de, in
haar gemoed bruisende, blijdschap over het vooruitzicht nu meesteresse
in een eigen omgeving te zullen worden, zich onder die kalmte schuil
hield. Zij verlangde naar een andere atmosfeer, dan de deftige mufheid
der groote kamer met de gladde spiegelruiten, het oude Deventersch,
den vlammenden haard, en de ooievaren en pioenrozen op het Japansche
scherm.
Maar Henk had, toen Eline hem, eenvoudig en vriendelijk, geluk
gewenscht had, een verbaasdheid en ontevredenheid gevoeld over zijn
eigen daad, die hem geen woorden deden vinden bij de zusterlijke
betuigingen van het jonge meisje.
En Eline, zonder er bewust van te wezen, ruw door al dit onverwachte
aangegrepen, school, uit plotselingen angst voor Betsy, in hare
melancholische terughoudendheid weg, terwijl zij sedert, zich toch
hare meerdere zwakheid bewust, het overheerschende streven der
zuster met een zeer prikkelbaren hoogmoed poogde te bestrijden,
in die overheersching niet meer de rust en voldoening van eertijds
weêrvindend.