Aspasia(#64986)
章节目录
共 57 段- Van dit oogenblik af aan greep eene zeldzame verandering pla
- „Ik geloof,” hernam Pericles, „dat wij allen niet ongezind z
- „Wien derhalve, schoone vreemdelinge,” zeide Pericles, „zult
- Ja, Elpinice was oud geworden, en wel zonder het te weten. S
- Op het midden daarvan verheft zich het altaar der twaalf gro
- „Hij is een vriend der Laconiërs!” riepen sommigen uit den k
- Hoog en breed, in ongestoorde helderheid, welfde zich de hem
- „Rechte lijnen zegt ge!” riep Callicrates met een bijna spot
- „Voor ons Atheners ten minste,” hervatte Pericles, „heeft hi
- „Nu, hoor dan,” zeide de zuster van Cimon. „Aspasia is de na
- „Behoud de wijsheid uwer boeleerkunst voor u zelve,” zeide z
- „Veel erger dan over u en uw pauw, o Pericles,” zeide Aspasi
- „Ik was schier hartstochtelijk verliefd op Philammon’s sneeu
- De waarheidszoeker en de schoone hadden reeds geruimen tijd
- Nu werd den knapen het schaafijzer ter hand gesteld, om zich
- „Neen,” hernam Socrates, „maar waarom maakt gij u ten mijnen
- Aspasia nam de verhouding van beiden nauwkeurig waar maar zo
- „Ben ik u dan niet meer mooi genoeg, dat gij zulke dingen vo
- Hij kon geen woord uiten. De inhoud van dat briefje van Theo
- „Honigzoete, geurig gekruide wijn van Thasos!” riep Aspasia,
- „Gij weet zeer wel, Aspasia,” antwoordde Socrates, „dat niem
- „Doch waartoe zou ik u tijdingen mededeelen, die zeker te At
- „En toen ten laatste de schepen kiel aan kiel gesloten waren
- „Zeg liever, dat hij zich nergens schitterender ontwikkelt,
- „Voorzeker,” zeide Pericles, „als Aspasia Theodota was, als
- „En toch,” vervolgde Sophocles tot Ion en eenige voorname be
- In een wijden kring zeilde de Atheensche vloot om deze gevaa
- De Atheensche stammen kozen uit hun midden de schoonste grij
- Nadat alzoo het nieuwe feesthuis van Athene door het Atheens
- „Welnu,” ging Diopithes voort, „gij ziet, dat de mannen die
- Alcibiades zocht den nieuwen makker voor zich te winnen en h
- Hoe kwam het toch? Wanneer Socrates peinzend en, naar hij me
- Intusschen, Aspasia was ongeduldig; zij was zeer geneigd om
- Snel werden de voorbereidingsmaatregelen voor de reis genome
- Doch met de betoovering van de schoonste Helleensche vrouw w
- Daarop keerde de herder tot zijne gasten terug, leidde hen o
- Niet om de Olympische wedloopers naar den eindpaal te zien v
- Het oog van Pericles was gevestigd op het stadion, dat uit d
- Goddelijk genadig was het aangezicht van den Olympiër en toc
- Onder de schare van mysten, die het eerst werd toegelaten, b
- „Vóór jaren stond ik eens als eene hulpelooze vrouw in Megar
- „Onder beschutting der ingevallen schemering ontvluchtten wi
- „Bij alle zeenimfen!” zei Alcibiades: „het is hier zoo vreed
- Niet onverschillig beschouwde Pericles de moeilijkheden, die
- „Sapperloot!” riep iemand uit de menigte. „Dat valt in Peric
- Hermippus stond op. Zijne rede vloeide over van sarkasme. Me
- Van dezelfde meening was Pamphilus, die echter met niet mind
- Zij zwoer hem te beminnen, hem alleen toe te behooren. Het w
- En de God, hij rechtvaardigt in dien tijd zijn bijnaam van d
- „Hoe komt het, Manes, dat gij de genoegens van uwen leeftijd
- Zoo sprak zij en liet nieuwe bekers brengen en in het mengva
- Maar toen de sterfte toenam en de besmetting, die van de kra
- Welaan dan, gij mannen, zoo riep men thans, die het groote w
- Zijne lippen zullen druipen van Attischen honig. Maar met de
- [94] Megara was de hoofdstad van het landschap Megaris in
- [198] Heracles, door de Romeinen Hercules genoemd, was een d
- [299] Clytaemnestra, de echtgenoote van Agamemnon, hevig op